Zeg dan maar eens waar die God van jou is? Het is de moeilijkste vraag die mensen je kunnen stellen. Meestal steekt er een hoop verdriet achter, of teleurstelling of boosheid. Mensen die een beeld hadden van God die Eerlijkheid was en Rechtvaardigheid kon bewerkstelligen en van Boven af alles kon regelen. Toen alles allemaal nog goed en zijn gangetje ging, kon je dat geloof best handhaven, maar als je leven diepe teleurstellingen kent of als je de belangrijkste persoon in je leven verliest… of als de wereld geraakt wordt door de zoveelste natuurramp, die weerloze slachtoffers treft…. Dan lijkt het maar moeilijk te geloven in God die almachtig is of alles zou kunnen en de beschikking heeft over hemel en aarde.
Waar is God als er lijden is? Waar is God als de dood dichtbij komt? Waar is God als je al zo lang ziek bent en maar niet beter wordt? Waar is God als het mensen die aan god noch gebod doen zo goed gaat, terwijl het een arme gelovige steeds maar opnieuw tegenzit?
Op die vragen is geen antwoord te geven ; hoogstens een antwoord dat mensen ook weer pijn doet. Vroeger zei men wel eens dat alles wat mensen overkwam een straf of een beloning van God was. Anderen zeiden: Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar al die antwoorden helpen ons niet verder. Misschien moeten we niet al te veel met ons verstand te werk gaan als het over geloven gaat, want God is niet te beredeneren. Ook Jesaja in die hele korte eerste lezing laat alle argumenten gewoon maar weg en zegt: Ik weet niet hoe, maar God die vergeet je nooit! Dat is een gevoel. Dat is vertrouwen. Dat is een steun en een houvast als verder alle handgrepen zijn afgebroken of weggevallen zijn. En Jezus kan zoals altijd niet anders over God vertellen dan in verhalen. Hij vertelt over schapen, verloren muntjes, over vijgenbomen die geen vruchten dragen over korenaren en nog veel meer en vandaag over de vogels in de lucht en de bloemen op het veld, die zich geen hersenspinsels maken over wie God is of over waar God is. De vogels vliegen. Ze voeden hun jongen, maken een nestje en bloemen bloeien open en zijn mooi om te zien en van te genieten.
God zorgt voor hen en daarom zegt Jezus zal Hij een mens zeker niet in de steek laten. God is te vinden door naar de bloemen te kijken door de vogels te zien vliegen, naar je kinderen te kijken of naar je naaste. Zelfs in je ziek zijn, in je hoogste nood is Hij er. Maar zoek niet te hard, zoek niet met je verstand. Geef je er gewoon aan over aan het mysterie dat God is en voel dat je er bij Hem mag zijn, met je pijn met je vreugde, met je verdriet en met je geluk. Als je ziek bent en als je gezond bent. Laat je niet verleiden tot het zoeken naar waar God nou precies is of Hij dit wel kan of dat vermag, of zoals Jezus het zegt: Zoek eerst maar de gerechtigheid het koninkrijk van God de liefde de vrede, je naaste en al het overige zal je erbij geschonken worden.
Maar dat is moeilijk: ons verstand loslaten en gewoon het goede doen, het mooie zien, liefde geven en dan mogen voelen: Hij laat je nooit alleen. Hij is veel dichterbij dan je ooit met je verstand zou kunnen bedenken.
Waar is God? (2011)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 8e zondag · groen