7e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Homilie op de 7e zondag door het jaar A: “Zet een verrassende stap”

(Mt. 5, 38-48)

Tielt, 23 februari 2014

Je bestelt 500 gram kaas; het stuk wordt afgesneden en dan komt steevast de vraag: “Mag het ook iets meer zijn?” Bijna nooit of het iets minder mag. Zo worden er dagelijks tientallen kilo’s meer verkocht dan gevraagd.

Ik dacht eraan toen ik het evangelie las van dit weekend. Over heel menselijke dingen gaat het in het evangelie van vandaag: “Als iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Als iemand je onderkleed vraagt, geef dan ook je overjas. Als iemand je vraagt één mijl met hem mee te gaan, ga dan twee mijl met hem mee.” Kortom, de omgang met je medemensen is hier aan de orde. Maar doe je dat?

Het zijn nochtans de adviezen van Jezus, die dus ook vraagt of het wat meer mag zijn. Meer doen dan het oude en aangeleerde “oog om oog, tand om tand”. Met gelijke munt terugbetalen, alleen goedendag zeggen aan hen die ook jou groeten en alleen beminnen die ook van jou houden? Dat doen ongelovigen, heidenen ook, zegt Jezus. Maar aan hen die Hem willen volgen, vraagt Hij of het ook wat meer mag zijn: of er ook meer mogen zijn voor wie je goed bent.

Het eerste dat we kunnen afleren is denken in blokken: zwart-wit, deze mensen zijn goed, die zijn slecht. In 1870 was Zuster Bernadette, aan wie O.L.V in Lourdes verschenen was, in het klooster van Nevers. Toen de Duitsers de stad naderden, kwam er een algemene hysterie onder het volk. Maar Bernadette zei: “God is ook bij de Pruisen.” Toen de Amerikaanse vliegtuigen tijdens de tweede wereldoorlog met hun bommen overvlogen, zei een moeder: “Hou toch op, daarginds wonen toch ook vrouwen en kinderen.” In blokken rijden op de autostrade als er veel verkeer is, kan nuttig zijn. In blokken denken is erg. En dat doen we zo dikwijls: mensen klasseren in blokken.

Het is een probleem van alle tijden. Mozes werd er ook al mee geconfronteerd, zoals we het hoorden in de eerste lezing van vandaag. Hij zegt daarom tegen zijn mensen: “Wees niet haatdragend. Wijs elkaar op dat punt terecht.” Mozes probeert een eerste stap te zetten op de goede weg van de verdraagzaamheid. Hij klasseert de mensen niet in blokken.

Vele rivieren hebben een kleurennaam: in China heb je de Gele Rivier, in Zuid-Afrika de Rode Rivier, in de Verenigde Staten heb je een Groene, een Paarse en een Witte Rivier. We kennen de Blauwe Donau, in Spanje is er de Rio Tinto, de geverfde Rivier: eerst groen, wat later rood en dan wit. De rivieren zelf hebben geen kleur. Water is kleurloos, maar het neemt de kleur aan van het landschap, waar het door stroomt. In een woud wordt een rivier groen, in een woestijn geel. En, hoe gekleurd ook, eens komen ze allen uit in dezelfde blauwe zee, die grauw wordt als de lucht betrokken is.

We moeten niet denken in kleuren, we moeten niet tegen andere kleuren gaan vechten. Diep in ons zijn we kleurloos, alleen maar mensen. In een ander landschap, een ander land, zouden we wellicht een andere kleur hebben. Indien we in India zouden geboren zijn, zouden we waarschijnlijk hindoe zijn en indien onze wieg in Iran zou gestaan hebben, zouden we waarschijnlijk moslim zijn.

Dat wil niet zeggen dat je het kwaad zomaar zijn gang mag laten gaan, alles mag laten gebeuren. Maar hoe kun je het kwaad best overwinnen? Niet met geweld en haat, daar zit geen toekomst in, dat is al dikwijls bewezen. Laten we het dan eens op een andere manier proberen, op een manier die nog niet veel geprobeerd werd: op de manier van Jezus. Zet eens een verrassende stap. Als je een lange tijd ruzie hebt met iemand, stap dan zelf eens op hem af. Nodig hem eens uit voor een gezellige babbel en een goed glas. Of stuur een kaartje naar een familielid dat al een tijd lang van je lijstje verdwenen was. Laat je fantasie eens werken. Reageer alternatief buiten het gangbare patroon, dat bewezen heeft geen uitweg te bieden uit het slop van tweedracht, vreemdelingenhaat, geweld en oorlog. Zet eens een verrassende stap en weet dat je vijand ook maar een mens is, even hoopvol en kwetsbaar als jij, die ook naar een handvol geluk uitziet. Wie haatdragend is, agressief, venijnig, vijandig, is niet gelukkig. Indien we het hele dossier van onze vijand kenden, dan zou het niet enkel een aanklacht tegen hem worden, maar wellicht ook een pleidooi dat ons milder zou stemmen. Als je zelf je weerloos opstelt, maak je je vijand weerloos; als je wapens opneemt, neemt hij er meer op. We zien dat in het groot, maar het is ook zo in het klein. Behandel je vijand als medemens, zodat hij inderdaad je medemens wordt.

Alleen door anders te zijn dan wat normaal verwacht wordt, alleen door een ontwapenend gedrag, kun je de helse kringloop van haat doorbreken.

Jezus was daar werkelijk een meester in en Hij zegt ook waarom we zo moeten handelen. Hij zegt: “Uw Vader in de hemel laat toch ook de zon opgaan over slechte en goede mensen en Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” Hij stelt zijn goedheid niet uit totdat de mens voor de volle 100% deugt.

Denk eraan als de vrouw in de winkel je een groter stuk kaas geeft dan wat je besteld hebt en daarbij vraagt: “Mag het wat meer zijn?”

Dan zou er minder haat, minder ruzie en veel meer vrede en geluk zijn in de wereld.

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online