Overweging over diaconie en de wijding van diakens
De gevangenispastores hebben onlangs een beroep op de parochie gedaan. Ze hebben nieuwe vrijwilligers nodig voor de vieringen in de gevangenis, en vrijwilligers die als maatje een ex-delinquent willen ondersteunen bij het hervinden van zijn plaats in de samenleving. Het doet me deugd dat er zich de afgelopen weken zeven mensen, allemaal mannen, hebben opgegeven om vanuit de parochie vrijwilliger in de gevangenis te worden. Er waren al twee vrouwen actief. Het is echt een diaconale taak: mensen die door anderen worden afgeschreven als volwaardige gesprekspartner tegemoet treden. Open staan voor ontmoeting en gesprek, ook als het leven van de ander problematisch is verlopen. De ervaring elders in Nederland leert dat ex-gevangenen minder terugvallen in hun oude criminele leven als ze een tijdlang een maatje hebben gehad; iemand die echt tijd voor hem of haar neemt.
In de eerste lezing van dit weekend gaat het ook over zeven mannen. Mannen die oog hebben voor de noden van de gemeenschap, en ook een rol spelen bij de verkondiging. Ze worden diaken gewijd met gebed en handoplegging. Nu zult u misschien zeggen: die vrijwilligers in de gevangenis laten het preken toch echt wel over aan de pastores. Dat is ook zo. De vrijwilligers zijn ook geen gewijde diakens. Toch is het voor gevangenen belangrijk dat de vrijwilligers gelovige mensen zijn, mensen van de kerk. Voor zowel de gevangenen als de vrijwilligers is de kerkdienst in de bajes een ware belevenis. De viering is interactief: de bezoekers gaan in op wat de voorganger zegt. En de setting van een viering, met liederen, lezing, een preek en gebeden, maakt mensen helemaal open. Ze maken in ieder geval van hun hart geen moordkuil. En er wordt heel intens gebeden; voor het aanschijn van God openen de gedetineerden zich en zijn ze heel kwetsbaar. In een viering kan dat. En de openheid van de viering kan terugkomen als iemand is vrijgelaten en het maatje hem of haar regelmatig spreekt op een neutrale plek.
Het bezoeken van gevangenen is vanouds een van de zeven werken van barmhartigheid. Zes van deze werken zijn gebaseerd op Matteüs 25. Daar zegt Jezus : Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen. Bij de werken van barmhartigheid hoort dus: 1. De hongerigen spijzen; 2. De dorstigen laven; 3. De naakten kleden; 4. De vreemdelingen herbergen; 5. De zieken bezoeken; en 6. De gevangenen bezoeken Paus Innocentius III voegde daar in het jaar 1207, in een tijd met veel pestepidemieën, een zevende werk aan toe: ‘de doden begraven’.
Dat zijn taken voor alle gedoopten, dus voor ieder van ons. De jonge kerk heeft al heel snel het ambt ingesteld van diaken. De werken van barmhartigheid horen echt bij de kerntaken van de kerk, naast verkondiging en catechese en gemeenschapsopbouw. Bij het Tweede Vaticaans Concilie is het ambt van diaken weer in ere hersteld. Er kwam een beleid om ongehuwde én gehuwde mannen aan te moedigen om voor hun hele leven diaken te zijn. Meestal zijn ze onbezoldigd, maar zijn ze in hun vrije tijd heel actief in de kerk. In de protestantse kerken kun je diaken zijn voor een periode van een aantal jaren. En je bent vooral bezig met noodhulp. Maar in onze kerk is het een wijding voor je hele leven en mag je als diaken ook dopen en preken. Een echt gewijd ambt dus naast dat van de priester. In onze parochie van de heilige Drie-eenheid zijn er vier van: Frank van Rooijen in Harmelen en Gerard Vaneker in IJsselstein gaan soms voor in de weekendliturgie. Zij dopen en gaan voor bij huwelijksvieringen. En ze doen ook ander kerkenwerk. Er zijn ook twee emeriti-diakens: Harry van Doorn in Harmelen en Kees Tukker in Cabauw.
Onze kerk vindt diaconie heel belangrijk. In elk pastoraal team is ook een pastoraal werker aangesteld voor het taakveld diaconie. In deze parochie mag ik dat zijn. Als een van mijn taken zie ik bijvoorbeeld om vrijwilligers voor de gevangenis te vinden en voor het buddyproject voor ex-delinquenten. Ik ondersteun de Caritas bij noodhulp en probeer in te spelen op zaken die spelen in de samenleving.
De diaconie is echt van groot belang voor ons kerk-zijn. Zonder diaconie, zonder een levend contact met de samenleving kan de verkondiging in de kerk zweverig worden en wereldvreemd. In de katholieke visie is het ook zo dat het doen van het goede, diaconaal bezig zijn, bijdraagt aan het verstaan van het evangelie. Met een duur woord heet dat zo: het doen van het goede is mystagogisch; het doen van het goede brengt je tot een beter verstaan van het mysterie van Gods liefde. Jezus zegt dat zelf eigenlijk ook in de tekst van Matteüs. “Wat je voor de minsten van de mijnen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan”. Het doen van het goede brengt ons dus dichter bij Jezus. Hij is als het ware degene die in concrete situaties ons kan roepen en die ons vervolgens de kracht kan geven om het goede te doen. En, zo zegt het evangelie van vandaag: wie Jezus ziet, ziet de Vader. Ik hoop dat er steeds weer een goede wisselwerking is tussen het goede dat we met zijn allen doen en ons bidden en vieren. Als het goede nastreven kunnen we in de liturgie ook beter de levende Heer ontmoeten. En als we in de liturgie de levende Heer ontmoeten, dan krijgen we ook het gevoel dat de liefde van God ons draagt en in ons werkt als we het goede doen. Moge dat zo zijn.
Diaconie (2011)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen