Een feest voor iedereen Kindercarnaval (1999)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

PIETER LAATDATNOU

“Ik geloof”, zei een moeder op zekere dag, “Ik geloof dat we Pieter teveel verboden hebben en dat hij altijd te weinig mag.” “Hoezo?”, vraagt vader, “Waarom denk je dat?” “Nou”, zei moeder, “toen hij ons gister kwijt was geraakt bij V&D vroeg een verkoopster: Hoe heet je dan? En hij antwoordde: “Pieter Laatdatnou.”

OP ZIJN BEST

Met Carnaval willen we eens iets geks doen! Natuurlijk, als je een eucharistieviering houdt met carnavalvierders, dan vraag je je af: wat heeft de boodschap van Jezus met het Carnavalsfeest te maken? Wel: Carnaval-op-zijn-best zoekt verbroedering.
Dat blijkt al uit de verkleedpartijen. Als je je verkleed dan verdwijnt het verschil tussen mensen met dure schoenen en kostbare etiketjes aan de kleren en mensen die het met iets goedkopers moeten doen. Daarom, lieve kinderen, droegen de kinderen vroeger op kostschool een uniform. In het buitenland is dat dikwijls nog zo. Als iedereen een uniformpje aan heeft dan verdwijnen de verschillen. En zo is het ook met Carnaval, als iedereen zich verkleedt dan verdwijnen de verschillen; dan zeggen we dat we er allemaal bij horen. Het verschil tussen groot en klein verdwijnt. en tussen arm en rijk.

ALLEEN KLEINE KINDEREN

Er was eens een toerist die de kerk van Voerendaal bezocht. Hij vroeg aan een mevrouw die daar stond te poetsen: “Zijn er hier in Voerendaal ook grote mannen geboren…?” “Nee”, zei de vrouw beslist, “alleen maar kleine kinderen!” Daar gaat het met Carnaval om, om mensen die weer kind worden.

LEREN VAN CARNAVAL

Ik zei: Carnaval op zijn best, want in mijn eigen schooltijd in Maastricht waren er twee Carnavallen. Een sjiek en duur Carnaval voor de middelbare scholen in de schouwburg en een volkser feest in de Dominicaner kerk. Zo hoort het niet. In wezen is Carnaval een feest, honderden jaren geleden al, waar de lagere priesters zicht verkleedden in bisschoppen en de eenvoudige mensen in prinsen. Dan werd de maatschappij op zijn kop gezet, want: voor God zijn we allemaal evenveel waard en zijn we allemaal kostbaar.
Dat vertelde Jezus zijn zijn evangelie. Vroeger dachten ze dat God er vooral was voor de brave gelovigen die zich aan alle wetten van Mozes hielden. Die waren uitgenodigd op het grote feest. Jezus is het daar niet mee eens. Daarom vertelt hij zijn verhaal. De genodigden komen niet. Ze hebben allemaal smoesjes, ze hebben het te druk met zichzelf. Dan haal maar alle mensen van de hoeken en de straten, redeneert de koning. Hij had ook zin om iets geks te doen! Het zou fijn zijn als we dat van Carnaval konden leren: dat de kleren de man en de vrouw niet maken. Dat ieder mens erbij hoort, en dat niemand aan de kant hoeft te blijven staan. En ook dat het niet gek is om eens gek te doen en om anders te zijn dan anderen.

EEN GEK

Een man bezoekt een monnik.“Eerwaarde Vader, ik geloof dat ik niet goed wijs ben. “Mijn zoon, als je weet dat je niet wijs bent, dan ben je al heel ver, dan ben je zeker niet gek. “Jawel, maar iedereen zegt dat ik gek ben!” De monnik dacht diep na en zei toen: “Als jij vind dat je niet gek bent en luistert naar wat iedereen zegt, dàn ben je gek!” Ik wens jullie de komende dagen heel veel plezier, en laten we Eucharistie vieren, want dat is ook een teken van God: als we ons brood in Jezus’ naam delen met iedereen.

Zoeken in Preken Online