6e zondagdhj (2011)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Vandaag worden wij opgeroepen een keuze te maken. De schrijver van de eerste lezing zegt, dat God water en vuur voor ons heeft neergezet. Het één is een symbool voor het leven, het ander een symbool voor de dood.

De lezing begint met de opmerking, dat wij Gods geboden kunnen volbrengen… als wij het maar willen.

In de tweede lezing is er ook sprake van een tegenstelling: de wijsheid van deze wereld wordt gesteld tegenover de wijsheid van God. De mensen, die het in deze wereld zo voor het zeggen hebben, weten niets van de goddelijke wijsheid, zegt Paulus, maar zegt hij verder: Als wij bereid zijn ons door Gods heilige Geest te laten leiden, zullen wij kennis krijgen van de onvoorstelbare dingen, die God bereid heeft voor de mensen, die Hem liefhebben.

Beste medegelovigen, leven wij in de wereld, genieten wij van wat deze wereld te bieden heeft, helpen wij anderen om te genieten, maar houden wij ons oog steeds gericht op de veel grotere gaven, die God voor ons heeft bereid, want vandaag of morgen wil Hij ons die gaven schenken… als wij ons hart Hem hebben toegewijd.

Laten wij vandaag heel bijzonder bidden voor Egypte en voor al die andere landen waar revoluties plaatsvinden: dat ze zo vreedzaam mogelijk verlopen en dat er iets goeds uit mag voortkomen.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer onze God, in ieder mensenhart hebt Gij de vrijheid neergelegd. Laat ons deze vrijheid niet misbruiken om te zoeken naar wat ons behaagt, maar laat haar opbloeien tot een antwoord op uw geboden; wek in ons de gezindheid van uw Zoon, die tot voltooiing heeft gebracht al wat geschreven staat: Jezus Christus onze Heer. Die met U leeft en heerst … . Amen.

PREEK
Broeders en zusters, Jezus Christus stelt zich vandaag in het evangelie op tegenover de Farizeeën. De naam “Farizeeër” betekent eigenlijk “de ijverige” of “de toegewijde”. Volgens het Joodse denken diende je God als je zijn wetten onderhield. En dat is natuurlijk zonder meer waar. Hoe kun je zeggen voor een bedrijf te werken als je je niet aan de regels van het bedrijf houdt. Als een groep mensen samen een sport wil beoefenen moeten zij zich aan de regels houden. Regels kunnen wij niet missen. De Farizeeën hadden als taak de regels te bestuderen en aan de mensen te leren, zodat men precies wist waar mensen zich aan te houden had.

Maar de meeste Farizeeën waren wat het leren van de regels betreft een beetje al te enthousiast geworden. Zij waren fanatiek geworden. Het ging hen meer om de regels dan om Degene, die de regels had gegeven.

Eén voorbeeld. De Farizeeën leerden het volgende: Begin met het onderhouden van de Sabbat, de Dag des Heren, een uur eerder dan is voorgeschreven. Dan voorkom je dat je per ongeluk te laat zou beginnen en de voorgeschreven rust dus niet in acht zou nemen. Zo hebben de Farizeeën de wet heel sterk uitgebreid en het de mensen steeds moeilijker gemaakt.

Jezus Christus breidt ook de wet uit, maakt het voor de mensen in zekere zin ook moeilijker, maar op een heel andere manier. Hij verruimt de geboden in de zin van verdiepen. Hij laat de diepste betekenis van de geboden zien.

Het vijfde gebod “Gij zult niet doden” betekent niet alleen maar dat wij geen mensen mogen vermoorden, geen abortus mogen plegen en zelfs niet aanraden, maar wij mogen mensen ook niet doodpraten of doodzwijgen of doodkijken. “Gij zult niet doden” betekent volgens Jezus Christus dat wij het leven moeten respecteren, dat wij elkaar moeten eerbiedigen. Iemand doden begint volgens Jezus dus als je doet alsof die ander voor jou niet meer bestaat of wanneer mensen elkaar met harde woorden verwonden. Dat en nog veel meer van dat soort dingen is “dodelijk”.

Iemand niet letterlijk doodmaken is eigenlijk het minste wat je voor hem kunt doen. Je liefde moet eigenlijk veel en veel verder gaan. Waar Jezus Christus vandaag tegen protesteert is dat de Farizeeën bij de letter van de wet stil blijven staan en niet kijken naar de uiteindelijke bedoeling. Het zijn letterknechten.

En zo geeft Jezus - verspreid over het evangelie als geheel - een toelichting op alle geboden. Niet echtbreken betekent niet alleen, dat je niet tot een ander mag gaan, maar dat je je eigen partner ook innerlijk trouw moet blijven. Dat je zuinig moet zijn op het geluk dat je met elkaar deelt. In zijn tweede brief aan de christenen van Korinte (4, 7) zegt de apostel Paulus, dat het geloof een schat is, die wij in aarden potten dragen. De schat is schitterend, maar de verpakking - wij - is o zo breekbaar. Daarom, wil Jezus Christus zeggen, is de liefde tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling iets wat iedere dag met de grootst mogelijk zorg en aandacht moet worden gekoesterd.

Niet stelen betekent niet alleen, dat je bij een ander niets mag wegnemen, maar betekent bij Jezus ook dat je met een ander moet delen. Niets is helemaal van jou alleen zolang anderen niets hebben om te eten. Ons brood is ook hun brood. En alle brood dat wij weggooien is eigenlijk gestolen uit de mond van wie niets te eten hebben.

Een Joodse geloofsleerling vroeg eens aan zijn meester: Rabbi, waarom werd indertijd de tempel van Jeruzalem verwoest?” En tot verbazing van de leerling antwoordde de rabbi: “De tempel werd verwoest, omdat de mensen de wet hadden onderhouden”. Een merkwaardig antwoord, want de wet is toch goed. Ja zeker, maar als je blijft steken bij de letter van de wet, dan is het niet goed genoeg. Het gaat om het van harte doen wat God wil. Het gaat erom dat wij net iets meer doen dan datgene waartoe wij verplicht zijn.

Er zijn verpleegkundigen, die precies doen wat hun is opgedragen. Er mankeert niets aan. Maar pas als ze net iets meer doen en met hun hart erbij zijn, dan zeggen de patiënten: “Die daar, dat is pas een lieve zuster”.

Er zijn gelovigen, die nooit uit de pas lopen. Zij houden zich aan wat is voorgeschreven. En toch … zij stralen geen geloof uit. Je proeft geen evangelie.

Zo zijn er velen - gelukkig - die geen vlieg kwaad doen en dat is al heel wat. Maar het is niet genoeg, leert Jezus ons vandaag. Het gaat er niet alleen om dat je geen mens kwaad doet, het gaat erom dat je elkaar goed doet. Niet omwille van de wet, maar uit je hart, uit liefde.

Laten wij de komende week eens nadenken over de vraag: Wat doe ik nu eigenlijk allemaal goed? En… zou ik wat ik goed doe niet nòg beter kunnen doen door het met meer liefde te doen? Wij horen toch te groeien, beste medegelovigen, iedere dag een beetje. Zijn wij bereid een beetje andere, betere, mensen te worden uit liefde voor God en medemens.

Zoeken in Preken Online