Licht der wereld (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Na de zaligsprekingen die Jezus richtte tot de grote menigte (vorige zondag), zei Hij nu alleen tot zijn leerlingen: “Gij zijt het licht der wereld.” Verbluffende taal, als we weten dat voor de Jood alleen God echt Licht der wereld was. - Dat woord zegt Jezus vandaag ook tot ons.
\

  1. “God is licht” ( I Joh 1,5). Licht van leven en waarheid. Dat beeld is courant. In de brandende braamstruik liet God zich aan Mozes blijken als een licht van vuur. En na zijn ontmoeting met God daalde Mozes van de Sinaï af, doorgloeid met de glans van Gods heerlijkheid: als een spiegel van Gods licht. - Met dat Licht was Jezus één. Van Hem zei de oude Simeon ( Lichtmisliturgie ): “Een Licht dat voor de heidenen straalt…”(Lc 2, 32). Later zal Jezus zeggen: “Ik ben het Licht der wereld. Wie Mij volgt wandelt niet in duisternis.”(Joh 8,12) Dat licht mochten de leerlingen op de Tabor zien, en later na zijn verrijzenis.

    * Er is doorheen heel de bijbel een voortdurend contrast, een tweespalt tussen dat Licht en de duisternis. Het gaat om een spirituele en morele duisternis. Dat drama heeft Joh. sterk in de verf gezet bij de aanhef van zijn evangelie: “ Het Licht scheen in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.” ( Joh 1 ) - Een artiste schilderde een kruisweg. Jezus staat er in de eerste statie als een lichtende figuur omringd door de donkere krachten die Hem willen grijpen, insluiten en vernietigen, en die dat licht willen doven. Maar, omgekeerd, in de laatste statie straalt het verrijzenislicht vanuit het graf naar buiten, waardoor heel de wereld wordt verlicht en vernieuwd.

    * Van dat Licht mogen wij leven elke dag. We zingen nog altijd de psalm, die het Godsvolk zong in de donkerste perioden van zijn geschiedenis: “ De Heer is mijn Licht en mijn Leidsman, wie zou ik vrezen ? “ (Ps 27, 1) Die psalm inspireerde de hymne die de monialen elke zondagavond zingen in de vesper: “ Vriendelijk licht dat heel de dag, aan de hemel hebt geblonken; laat niet eenzaam in het donker, die uw glorie stralen zag.” Hier is de zon het beeld van God zelf. Wetenschappelijk weten wij dat zonder zonlicht geen leven mogelijk is: de zon is voor ons de onmisbare bron van energie. - Bij het dichten van zijn zonnelied moet Franciscus na een zware crisis aan Gods herscheppend licht hebben gedacht. - Tijdens zijn grote geloofnacht keerde John Henry Newman in juni 1833 terug van Palermo richting Marseille. Hij zat wegens windstilte weken lang vast op een sinaasappelencargo in het Nauw van Bonifacio. ’s Nachts moest op het dek een kleine lamp, het zwerk verlichten, ze gaf hem de idee zijn wereldberoemd lied te schrijven: “Leid, vriendelijk Licht, mij als een trouwe wacht; leid Gij mij voort. ‘k Ben ver van huis en donker is de nacht…” Hij richtte zich tot God, het grote Licht, terwijl zijn ziel in duisternis naar waarheid zocht.
    \
  2. Wonder is nu dat wij, mensen, op onze beurt ook licht mogen zijn. Dat was het nieuwe ! “Gij zijt het licht der wereld. Gij zijt de zon.” - Door het grote Licht dat God is, leven we in Gods vuurstroom, als in een lichtende lava, dank zij ons doopsel, vormsel en H. Eucharistie.

    * Die boodschap heeft Paulus onophoudelijk uitgedragen. Tijdens zijn tocht door Klein-Azië zei hij te Antiochië (Pisidië): “ Ik heb u geplaatst – zegt de Heer – als een licht voor de heidenen , tot redding voor heel de wereld” ( Hand. 13, 47); en in zijn brieven aan de christenen van Thessalonica en van Efese: “ Gij zijt kinderen van het Licht, kinderen van de Dag; we behoren niet meer toe aan de macht van de duisternis.” ( I Tess. 5,5). – “ Eens waart gij duisternis, maar nu zijt gij Licht door de gemeenschap met de Heer. Leeft als kinderen van het Licht.” ( Ef. 5,8) - Kreten van blijdschap maar ook van verantwoordelijkheid.

    * En Jezus besloot: “ Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat ze uw goede daden zien en de Vader verheerlijken.” – De eerste christenen deden dat. Hun belangloze liefde was aanstekelijk: “Zie hoe ze elkaar liefhebben.” Dat was de eerste missionering: het getuigenis van de liefde. De bekeerlinge Madeleine Delbrêl, die werkte in Givry, in de rode wijken van Parijs zei: “Onze zending is het werk van Jezus te doen bij de concrete mensen rondom ons.” En ze voegde eraan toe: “We moet niet schitteren, maar verlichten.” Dat is hetzelfde niet. Schitteren kan verblinden. Verlichten is anderen doen zien en laten genieten van de helderheid, de warmte en de groeikracht van het licht. Dat licht moeten we van God ontvangen en als spiegels weerkaatsen naar de wereld, of zelf zo transparant zijn dat we niet onszelf doorgeven maar God. Dan gebeurt er wat we hoorden in de lezing Jes. 58, 7-10: “ Dan zal uw licht stralen als de dageraad…De glorieglans van de Heer zal u op de voet volgen.” Het ergste is dat wij het licht voor ons zouden houden (het licht onder de korenmaat en niet op de luchter), en dus niet zouden getuigen; maar fout ook als we het zouden willen doen alleen uit eigen kracht, en niet vanuit God. Gods licht is onmisbaar om zelf waarachtig licht voor anderen te zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online