4e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Viering PCB Brugge

Vierde Zondag door het jaar - A

31 januari – 1 februari 2026

toespraak bij het evangelie van de zaligsprekingen – Mt. 5, 1-12a

We willen in deze toespraak de (overbekende en plat-gepreekte?) zaligsprekingen eens op-nieuw proberen te lezen en te begrijpen op twee manieren:

Als** plaatsbepalingen**: waar is God te vinden, welke kant kiest Hij principieel en tendentieus? Je vindt Hem waar Jezus ook te vinden was: bij de armen, de treurenden, de zachtmoedigen, de vervolgden, de geweldlozen, de verdrukten… Het is aan ons om op diezelfde plaats te gaan staan. Als** aanmoedigingen** voor al die categorieën van mensen in de marge die hier ‘zalig’ genoemd worden. En als oproepen voor ons, volgelingen van de Man van Nazareth om óók op die ‘goddelijke’ plaats te gaan staan. De zaligsprekingen zijn geen statische ‘zaligprijzingen’, geen aanduiding of nominatie van wie op de podiumplaatsen van het Rijk Gods mag gaan staan, hier reeds op aarde en later in de hemel. Het zijn veeleer dynamische en uitdagende ‘roepingswoorden’, oproepen tot verzet en uitnodigingen tot actie – ‘En marche! – ‘En nu vooruit…’

DE ZALIGSPREKINGEN ALS ‘PLAATSBEPALING’: ZE ZETTEN GOD, JEZUS VAN NAZARETH ÉN ONS ALS CHRISTENEN OP HUN PLAATS…

Vroeger stond het zwart op wit gedrukt in de Mechelese Catechismus (uitgegeven in 1954) onder Vraag 28: Waar is God? Antwoord (dat we reeds als kind vlot van buiten moesten kennen, ik denk reeds in het eerste of tweede leerjaar!): God is overal: in de hemel, op de aarde, en op alle plaatsen.

Een perfect en ondubbelzinnig antwoord is dat, kort en krachtig, en het sluit als een bus. Maar wat doè je daar mee? Wat heb je daar aan als je in de penarie zit? Hoe lééf je daarvan?

De vraag: ‘Waar is God?’ klinkt in de Bijbel voor het eerst in het verhaal van Exodus 3 en het brandende braambos. Daar staat geschreven: ‘De Stem sprak: Ik heb de ellende van mijn volk in slavernij gezien en de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord. Ja, ik ken zijn lijden. Daarom ben ik afgedaald om mijn volk uit de Macht van de Egyptenaren te bevrijden…’ (Ex. 3, 7-8.)

We horen bij het begin van dit bevrijdingsverhaal hie God voor het eerst positie kiest, en resoluut gaat staan aan de kant van de armen. Hij daalt af van Zijn troon en kiest partij voor de mislukte, de weerloze, de hulpeloze. Hij kiest voor de verliezers en de have-nots – nooit kiest Hij voor de winnaars. En iedere keer wanneer één van die winnaars Hem aan zijn of haar kant wil trekken, protesteert Hij, en doet niet langer mee. Geen ‘Gott mit uns’, geen ‘Dieu le veut’ en zelfs geen ‘In God we trust’ voor deze God van Exodus 3.

Hij zegt het heel duidelijk bij het brandende braambos, eens en voorgoed: ‘Ik sta aan jullie kant!’ Dit is de kern van de boodschap van de Bijbel, teruggebracht tot zijn allereenvoudigste formule. In de Naam Jahweh wordt die keuze voorgoed bezegeld: ‘Ik zal er zijn voor u!’ Het ‘uitverkoren’ volk van God, dat zijn vanaf nu de armen, de onderdrukten, de zogenaamde losers, zij die geen plaats krijgen in de door mensen georganiseerde samenleving.

Waar is God te vinden? Waar verblijft Hij, waar houdt Hij zich op? Dat is simpel, voor wie het Evangelie een beetje gelezen heeft. God is daar waar Jezus altijd te vinden was (en omgekeerd): bij de armen, bij de treurenden, de vervolgden,… Hij is de God van zij die nergens tot hun recht komen. ‘Ik-zal-dààr-zijn’ is zijn Naam. Ik verblijf het liefst in het verborgene, in de schaduw, in de rafelranden van de maatschappij. Daar ben ik op Mijn plaats, daar kom ik te-recht, daar word Ik ook telkens weer op Mijn plaats gezet. Daar ben Ik thuis, en daar ‘jeun’ ik mij…

Vroeger (?) stond God overduidelijk aan de kant van de sterksten, de rijken, de machtigen… Vooral via de bevrijdingstheologie hebben we een God ontdekt die aan de kant staat van de kleine mensen, de paria’s, de uitgestotenen en uitgeslotenen van deze wereld. Israël moest zelf eerst de crisis van de ballingschap doormaken, en vele afgodsbeelden aan de kant schuiven, om deze unieke God-van-Israël te kunnen (her)ontdekken.

Vroeger (en op vele plaatsen ook nu nog) stond de preekstoel van het Evangelie en de Schrift aan de kant van de rijken, de machtigen en de geleerden. De grote verandering voor de Kerk van vandaag en morgen, voor óns dus; de grote bekering, de ommekeer-ommekaar die we dringend moeten maken bestaat erin, dat we er moeten voor zorgen dat die preekstoel weer komt te staan op de plaats waar hij moet staan: tussen de armen.

Het is een heel belangrijke en elementaire spellingsregel om de Schrift goed te kunnen lezen: al wat van God (en van Jezus van Nazareth) gezegd wordt, is altijd meteen ook agendapunt, programma en doe-opdracht voor ons allemaal. De zaligsprekingen geven dus ook een onmiskenbare indicatie waar wij – individueel, als christen, én als Kerkgemeenschap (achter) moeten gaan staan. Aan welke kant gaan we staan? Aan welke kar willen we/moeten we trekken? Wie moeten we een persoonlijke maar ook structureel-verankerde duw in de rug geven? Wijzelf als persoon; als politicus, als huiseigenaar, als opvoeder of leraar, als werkgever of financier, als advocaat, als rechter, als gelovige en christen…? Graag wil ik hier nog een keer vertellen wat Raf Bossuyt ons ooit heeft geleerd omtrent de roeping van een diaken.

Zo heb ik het drieëndertig jaar geleden uitgedrukt in mijn getuigenis voor de Bisschop en de aanwezige gemeenschap, op de diakenwijding van Marcel Derluyn, een andere diaken en vriend van Raf:

Monseigneur,

het is nu bijna twaalf jaar geleden (dat zijn er dus ondertussen bijna veertig geworden!) – RafBossuyt die hier achter mij zit (bescheiden in een hoekje, zoals altijd) was nog maar juist diaken gewijd samen met Annie, zijn vrouw – en ik moest hem vanwege onze gezinsgroep vragen om eens aan de groep te vertellen wat nu precies zijn roeping als diaken was, en hoe hij daar naar toe keek…

Ik vergeet nooit meer hoe Raf toen zijn verhaal begon. Op zijn typische manier zei hij toen: ‘Ge kunt op twee manieren vooruit geraken in het leven. D’er zijn er die kop moeten trekken, en d’er zijn er die aan ’t gat moeten duwen. Hewel, wieder zien d’er om aan ’t gat te duwen…’

Nooit, Monseigneur, nooit heb ik de roeping tot diaken zuiverder en eenvoudiger horen verwoorden dan toen. Geen theoloog, geen seminarieprofessor af andere kerkgeleerde heeft het mij voordien of achteraf ooit klaarder en juister uitgelegd. ‘D’er zijn er die kop moeten trekken, en d’er zijn er die aan ’t gat moeten duwen. Hewel, wieder zien d’er om aan ’t gat te duwen…’

(Marcel Derluyn heeft zijn roeping tot diaken ooit gevonden bij en altijd herkend in Raf Bossuyt. En op hun manier hebben zij alle voorbije jaren een soort van ‘tandem’ gevormd – je moet weten: ze gaan vaak samen met een tandem een paar dagen fietsen in de wijde natuur - maar dat is een ander verhaal, dat ons te ver zou leiden…)

DE ZALIGSPREKINGEN ZIJN GEEN STATISCHE POSITIEBEPALINGEN, MAAR DYNAMISCHE EN UITDAGENDE ROEPINGSWOORDEN, GERICHT TOT IEDER VAN ONS.

‘Zalig de armen’, hoe moet je dat verstaan? Zijn de armen van de wereld dan zalig, voelen ze zich zo zalig? Willen wij hen met deze woorden van Jezus sussen en geruststellen, hen snel wat ‘opium voor het volk’ laten opsnuiven, zodat ze berusten in hun situatie, en alle hoop en perspectief naar later verschuiven, over de grens van dit bestaan heen.

Wie deze uitroep van Jezus weergeeft met ‘gelukkig’, laat eerder denken aan advertenties waarin ‘een gelukkig gezinnetje’ knus voor de tv zit of ontspannen aan het zonnige strand ligt. Of aan de ontelbaar vele Facebookpagina’s waar de gelukzaligheid soms al likend van af druipt… De vertaling ‘Zalig’ doet dan weer te gemakkelijk denken aan het hiernamaals: nu zijn jullie nog arm, uitgesloten, vervolgd… maar straks, later, zal alles anders worden. Stil maar wacht maar, alles wordt nieuw – weet je wel? Die indruk wordt bewust of onbewust in de liturgie nog versterkt door het feit dat de zaligsprekingen ook altijd op het feest van Allerheiligen worden voorgelezen – en ja: dan zitten we toch haast als vanzelf met onze hoofden ergens in het hiernamaals en in de hemel…

Maar de zaligsprekingen gaan in de eerste plaats (en misschien zelfs uitsluitend?) over het hiernumaals, zoals dat trouwens het geval is voor heel het evangelie en bij uitbreiding de hele Schrift.

André Chouraqui, eminente Joodse bijbelkenner, taalgeleerde en cultuurfilosoof, vertaalt dat herhaalde ‘Zalig’ met koppige vasthoudendheid telkens weer als: ‘En marche!’ ‘Sta op! Ga op weg!’

‘Jullie zijn op de goede weg. ‘Kom in beweging, jullie armen, treurenden, vervolgden…! ‘Sta op en ga!’ ‘En nu vooruit! Rechtdoor op de ingeslagen weg! ‘Zet een beweging in gang, om te beginnen in jezelf. Mobiliseer anderen. Zoek lotgenoten én bondgenoten. En wees gerust: jullie komen ooit te-recht. Je komt automatisch ook bij Mij te-recht, want daar sta Ik zelf ook vanouds, ‘Ik-zal-er-zijn’ is immers Mijn Naam.

Ik parafraseer even de Franse vertaling van Chouraqui in het Nederlands: *

  • *Sta op, ga op weg, jullie die de adem is afgesneden! Ja, het rijk der hemelen is voor jullie!
  • Sta op, ga op weg, jullie die in rouw gedompeld zijn! Ja, jullie zullen vertroosting ontvangen
  • Sta op, vernederden! Ja, de aarde zal er voor jullie zijn.
  • Op weg, jullie die versmachten bij gebrek aan gerechtigheid! Jullie zullen verzadigd worden
  • Op weg, barmhartigen! Barmhartigheid komt u van Godswege tegemoet.
  • Op weg, mensen met een zuiver hart! Ja. Jullie zullen God zien.
  • Op weg, vredestichters! Men zal u Gods kinderen noemen.

‘En marche!’ – daar zit beweging in. Geen passief of statisch gedoe, maar een gebeuren en een geboren worden vol dynamiek: haastig en gedreven op weg naar het Koninkrijk Gods en de realisatie ervan. In het oorspronkelijke Hebreeuwse woord ‘ashrei’ (waarmee bijvoorbeeld het Boek der Psalmen begint: ‘Gelukkig de man die niet treedt in het overleg van de bozen…’ - Ps 1,1) is iets te horen van voortvarendheid, stilstand vermijden, steeds een volgende stap in je leven zetten. Dus niet: nu heb je het slecht, later komt dat allemaal wel in orde. Neen: vooruit, doe er iets aan, ga rechtop, laat u niet doen, zet u recht en ga!

Ieder vers van de zaligsprekingen begin met het Griekse woord ‘Makarios’. Dat woord werd meestal gebruikt om over het hiernamaals te spreken. Maar de evangelist Matteüs legt het in de mond van Jezus om er de uitgestotenen van vandaag mee aan te spreken. Die vertaling van Chouraqui als ‘En avant!’, ‘En marche!’ spreekt mij ten zeerste aan. Het is in feite niets anders dan het alom bekende ‘En nu vooruit!’ van Cardijn en zijn kajotters…

Zo vertaald worden de zaligsprekingen een bemoedigende oproep om in beweging te komen, om ‘te durven opstaan en gaan’ (niet voor niets de twee bijbelse sleutelwoorden van elk roepings- en verrijzenisverhaal, te beginnen met Abraham). En hiermee refereert de evangelist tegelijk naar Jezus als de nieuwe Mozes van het brandende braambos: hij roept de armen en uitgestotenen op om op uittocht te gaan, om in beweging te komen, op weg naar het uiteindelijke Rijk van God, zoals Mozes het verdrukte volk uit Egypte leidde naar het Beloofde Land.

‘Gelukkig’, ‘zalig’ is constaterend en statisch, letterlijk vast-stellend, be-vestigen-d: gezegend ben je. Maar het is tegelijk vooral ook performatief (voltrekkend handelend), dynamisch: oproepend, stimulerend in de goede richting. Vandaar de vertaling van Chouraqui: ‘En marche!’ – ‘je bent (goed) op weg’. In ons dialect: ‘Nie pleuje’ - ‘Goe bezig…’

De God van de Bijbel en van het brandende braambos kijkt anders naar de ‘kleine mens’. En dit anders kijken van God moet een eerste aanzet zijn opdat wij anders met elkaar zouden omgaan. Het woord ‘gelukkig, zalig’ betekent hier dus: je kunt eruit geraken. Het feit dat God anders naar deze wereld kijkt, moet ons kracht geven om ons op te richten en tegen de situatie in te durven gaan.

Beter is dus de woorden ‘gelukkig’ en ‘zalig’ te begrijpen als ‘avanti’, ‘vooruit ermee!’ Vooruit met de armen van geest en de zachtmoedigen, vooruit met de zuiveren van hart en hen die vrede brengen. ‘Vooruit ermee’ betekent zeker ook: voortdoen – ‘En toch…’ Tòch voortdoen: als een kind sterft, als een partner je in de steek laat, als je ontmoedigd bent of vernederd wordt, als je alleen door het leven moet gaan, zonder steun of stut. De zaligsprekingen bemoedigen en bevestigen allen die wenen, die aan de kant staan, die gevangen zitten in het ‘status-quo’ van zo het nu eenmaal, en zo zit de wereld in mekaar – niets aan te doen…Het zijn troostwoorden met een toekomstperspectief en met een belofte van solidariteit en nabijheid. En zulke troost is pas échte troost.

De lange stoet van armen, treurenden, van vluchtende ontheemden en genadeloos vervolgden is ook op onze dagen bijlange nog niet ten einde. De zaligsprekingen uit het Evangelie van vandaag nodigen ons uit om resoluut de kant te kiezen van de armen, de kleinen en de uitgeslotenen, en de hoop te vervullen van al wie honger hebben of er niet bij horen. Zij roepen ons op solidair te zijn met al die breekbare mensen, die de hoop nog niet hebben opgegeven op een betere toekomst.

Wat moeten we ‘in Godsnaam!’ (!) doen om hier op aarde ‘onze hemel te verdienen’ en een beetje ‘heilig’ of toch minstens ‘zalig’ proberen te worden..?

We moeten in de eerste plaats blijven geloven en volharden in ‘het heilige van het alledaagse’, en in de kleine goede dingen van alledag. En geloven dat het beoefenen van die kleine goedheid ons al vanzelf een beetje ‘heilig’ of toch minstens ‘zalig’ maakt.

Begane grond Als het waar is dat we er vaak niet in slagen om God te vinden in ons gewone leven, dan komt dat waarschijnlijk omdat we niet voldoende zoeken dicht bij de begane grond. Chassidisch gezegde

Voetwassing door priester-kunstenaar

Georges Herregods © Bisdom Gent

“Vroeger waren er mensen die God van aangezicht tot aangezicht zagen. Waarom zijn die er vandaag niet meer?” vroeg een leerling aan zijn rabbi. De rabbi antwoordde: “Omdat vandaag niemand zich meer zo diep wil bukken.”

Jan Van Den Hoven - Priester in zending sinds 1991 in Salvador da Bahia, Brazilië en lid van de gemeenschap van de Trindade – Voetwassing.

Column in De Morgen – 24 december 2025

er zou een gedicht moeten zijn

er zou een gedicht moeten zijn over een vrouw die elke ochtend haar man uit bed haalt, hem wast en voedt een vrouw wier handen behendig een scheermes over de stugge, gekreukelde huid halen handen die weten wanneer een deken over de benen gelegd moet worden

over een dochter die tijdelijk haar intrek heeft genomen in het ouderlijk huis om haar moeder twee keer per dag om te kunnen draaien en haar vingers zachtjes te masseren als ze zich benauwd voelt en die de foto’s van haar moeders verleden vast op volgorde heeft gelegd

over een man die dagelijks anderhalf uur fietst om zijn partner op te zoeken met tassen vol plastic bakjes met diens lievelingseten over een partner die altijd met een oor wakker slaapt wiens geliefdes ademhaling het ritme van zijn nacht slaat over een zoon die van de wekelijkse ritjes naar de apotheek een uitje maakt

er zou een gedicht moeten zijn voor eenieder die in dauw en donker in kleine en grote uren het leven van een ander omsluit uit liefde uit noodzaak het leven van een ander omringt met warmte, met zorg soms als een last soms als een zegen

voor de vrouw die elke ochtend haar man uit bed haalt, hem wast en voedt een gedicht dat eindigt als een warme deken om haar heen nadat ze hem ’s avonds weer terug naar bed heeft gebracht

Babs Gons, 10 november 2023 - Dag van de Mantelzorg

Drie zaken om vandaag op het einde van de toespraak zeker te vertellen in de vieringen in de gevangenis:

Een citaat van Oscar-Wilde: ‘Elke heilige heeft een verleden en elke zondaar heeft een toekomst.’

Jawad Ul Hadi The worst prison is in your mind, learn to set yourself free. The soul becomes chained when the mind gives up. Freedom begins the moment you decide not to be a slave to what you cannot control. De ergste gevangenis zit in je hoofd, leer dus jezelf te bevrijden. De ziel raakt geketend als de geest het opgeeft. Vrijheid begint op het moment dat je besluit niet langer slaaf te zijn van wat je niet kunt beheersen of controleren. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan EdithEger, een overlevende van de Holocaust. Ze schreef over haar ervaringen in haar boek “The Choice: Embrace the Possible” Dinsdag 27 januari 2026 was het 81 jaar geleden dat het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau bevrijd werd van de nazi’s…

Dit hebben de armen me geleerd:

Het is beter je hart te vullen met hoop,

dan met ontmoediging en wrok.

Het is beter dingen samen te doen,

dan elk voor zich.

Er is een negende zaligspreking:

Zalig de koppigaards

die altijd voortdoen!

(wijlen Roger Ponseele – na meer dan vijftig jaar

samen-werken met ‘zijn mensen’ in El Salvador)

Uit de Bergrede

(een vertaling in het Nederlands van de Zaligsprekingen, vanuit de zeer verrassende en dynamiserende vertaling van de Joodse bijbelvertaler André Chouraqui - gemaakt door Paul De Witte (Jebron Aalst)

*En toen hij de menigten zag, * *ging hij de berg op * en zette zich daar neer. *Zijn leerlingen kwamen dichterbij. * *Hij opende zijn mond, * onderrichtte hen en sprak:

*Dat ze opstaan en gaan, * *zij die vernederd en in ademnood zijn! * Ja, het rijk der hemelen wordt hun deel. Dat ze opstaan en gaan, *zij die treuren en in rouw zijn! * Ja, zij zullen versterkt en getroost worden. Dat ze opstaan en gaan, *zij die zachtmoedig zijn! * Ja, zij zullen het land beërven.

*Dat ze opstaan en gaan, * *zij die hongeren * *en dorsten naar gerechtigheid! * Ja, zij zullen worden verzadigd. *Dat ze opstaan en gaan, * *zij die barmhartigheid betonen! * Ja, zij zullen barmhartigheid ondervinden. *Dat ze opstaan en gaan, * *zij die zuiver zijn van hart! * Ja, zij zullen God zelf zien.

Dat ze opstaan en gaan, *zij die vrede stichten! * *Ja, zij zullen zonen * en dochters van God genoemd worden. Dat ze opstaan en gaan, *zij die vervolgd worden * *om de gerechtigheid! * Ja, het rijk der hemelen wordt hun deel.

*Sta op en ga, jullie, * *wanneer ze jullie beschimpen * *en vervolgen, * wanneer ze jullie belasteren en van allerlei kwaad beschuldigen *om wille van mij! * Wees dan blij *en spring op van vreugde! * *Jullie loon zal groot zijn in het verborgene. * *Ja, hebben ze niet ook de profeten vervolgd, * zij die jullie zijn voorgegaan?

Voorbeden voor Allerheiligen – bij de zaligsprekingen

Dat Gij met ons uw toekomst bouwt en al onze levens aaneenhecht tot bouwstenen voor uw stad van vrede, geeft kleur aan onze dagen en zin aan onze daden. Aanvaard onze dank en kroon ons verlangen.

Wie voorop gaan op deze weg daarheen, uw Zoon heeft hen gelukkig geprezen. Daarom gedenken wij wie arm zijn, lege handen hebben, niets om zich op voor te laten staan, maar die leven met uw Geest. Dat dát hun grootste aandeel is in uw Rijk, in die wereld van uw verlangen. Zij zijn daar uw vooraanstaanden!

Wij gedenken wie treuren, wie geslagen worden en verslagen zijn door de ellende op uw wereld. Wie verdriet hebben om wat brak, om wat verloren ging.

Richt hen op, zodat zij hun hart ophalen aan uw beloften. Vertroost hen met de liefde van mensen.

Wij gedenken de ootmoedigen: die stillen in den lande, de weerlozen, die zich niet kunnen verdedigen tegen de ontkenning, en zich niet willen groot maken tegen hun kleinering; de kwetsbare mens, die zonder hulp vergaat. Dat zij de moed hebben hun eigen weg te gaan, dat zij in U de vrijheid vinden te blijven wie zij zijn en dat zij - beelddragers van Christus toch - niet alleen gelaten worden.

Bemoedig wie barmhartig zijn: allen die geven en vergeven zonder terug te eisen - bewaar hen voor verbittering in een harde en ondankbare wereld.

Bemoedig wie zuiver van hart zijn: dat zij transparant blijven, open en verstaanbaar – dat zij op hun rechte weg ons tot voorganger zijn, Klaar en helder over wat – en vooral Wie – hen beweegt.

Bemoedig wie vrede stichten: allen die willen heel maken en rechtzetten en niet aarzelen daarbij de minste te zijn.

Dat zij nooit zo ten einde raad zijn dat ook zij zich verlaten op de wapens die onder ons gebruikelijk zijn.

Maak ons tot leerlingen aan de voeten van uw Zoon, die juichen om het vergezicht, die verlangen naar uw koningschap en die niet ophouden het samen te zoeken, als een ander, een beter vaderland.

Ontferm U, God, over wie vandaag leven met de dood voor ogen: dat zij weten en vertrouwen dat zij nooit dieper vallen dan in de holte van uw hand. Voor wie verdriet en gemis te groot blijven: dat zij daarin niet opgesloten raken, niet vereenzamen, maar ook onder ons troost vinden, laten wij bidden…

Uit Sytze De Vries: ‘Bij gelegenheid II’


En nu vooruit, armen van de hele aarde, ver weg en rakelings nabij: aan jullie hoort de toekomst, de tijd van alles herverdeeld!

En nu vooruit, zwervers, daklozen, bannelingen, aan de rand in de goot, tussen de afval van onze snelle, vrije markt: aan jullie is de thuiskomst, de vrede van de mededeelzaamheid! En nu vooruit, mensen zonder werk en jullie, afgebeulde, opgebruikte, afgedankte arbeiders: aan jullie hoort het land, het menselijk bedrijf!

En nu vooruit, apart gezette, gediscrimineerde, medeburgers, medelanders: aan jullie hoort de stad met straten en tuinen, de wijken van veiligheid en vrede!

En nu vooruit, asielzoekers en vluchtelingen, zwervers om recht en brood: aan jullie is de thuiskomst, het brood zonder heimwee en de gastvrijheid zonder grenzen!

En nu vooruit, allen die hun ogen niet sluiten, die te doen willen hebben met mensen in nood of in de put, en die doen wat ze kunnen om te helpen, zich te engageren: aan jullie is de toekomst en de stellige belofte van Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, de vreugde van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!

(naar een tekst uit TER INSPIRATIE jg. 24 – 1993, nr. 34)


Zalig alle mensen wereldwijd die begaan zijn met anderen die klein zijn en kwetsbaar, want zij maken een toekomst mogelijk voor wie geen uitzicht meer heeft. Hun inzet zal niet vergeefs zijn.

Zalig de vrouwen en de mannen die zich inzetten voor mensen zonder bescherming, zij die hopeloos ronddwalen in wanhoop en verdriet, want zij schenken hun houvast en nieuwe hoop. Hun inzet zal niet vergeefs zijn.

Zalig de vrouwen en de mannen die mensen weerbaar en veerkrachtig proberen te maken, ook hier in de gevangenis, want zo kunnen zij weer vertrouwen voelen en toekomst zien. Hun inzet zal niet vergeefs zijn.

Zalig ook zij die in hun inzet voor meer menselijkheid In de kleine en in de grote wereld afgeremd worden en tegengewerkt door machthebbers die alleen bezig zijn met hun eigen belang en uit zijn op eigen gewin. Hun inzet zal niet vergeefs zijn.

Heureux tous les hommes dans le monde entier qui se soucient des autres, petits et vulnérables, car ils rendent possible un avenir pour ceux qui n’ont plus aucune perspective. Leurs efforts ne seront pas vains.

Heureux les femmes et les hommes qui s’engagent en faveur des personnes sans protection, celles qui errent désespérément dans le désespoir et la tristesse, car ils leur apportent un soutien et un nouvel espoir. Leur engagement ne sera pas vain.

Heureux les femmes et les hommes qui s’efforcent de rendre les gens résilients et forts, ici aussi, en prison, car cela leur permet de retrouver confiance et d’envisager l’avenir. Leurs efforts ne seront pas vains.

Heureux aussi ceux qui, dans leur engagement pour plus d’humanité dans le petit et le grand monde, sont freinés et contrariés par des dirigeants qui ne se soucient que de leurs propres intérêts et ne recherchent que leur propre profit. Leur engagement ne sera pas vain.

Blessed are all people worldwide who care for others who are small and vulnerable, for they make a future possible for those who have no prospects. Their efforts will not be in vain.

Blessed are the women and men who devote themselves to people without protection, those who wander hopelessly in despair and sorrow, for they give them support and new hope. Their efforts will not be in vain. Blessed are the women and men who try to make people resilient and strong, even here in prison, because that way they can feel confident again and see a future. Their efforts will not be in vain.

Blessed also are those who, in their efforts to promote greater humanity in the small and large worlds, are held back and opposed by those in power who are only concerned with their own interests and seek their own gain. Their efforts will not be in vain.

samenstelling: geert dedecker

Zoeken in Preken Online