Christenen zouden alternatievelingen moeten zijn in onze wereld. Als ze tenminste zouden willen leven in de geest van de zaligsprekingen die het evangelie ons vandaag aanreiken. En dat is de bedoeling. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie zijn niet alleen de ramen opengegooid naar de wereld, maar de grootste vernieuwing is de roeping voor iedere mens om te leven in de geest van de zaligsprekingen. Niet alleen de priesters, kloosterlingen en grote heiligen worden uitgedaagd om de grote inleiding op de Bergrede van Jezus waar te maken, maar wij allemaal. Het gaat dus niet over ‘zij’ maar over ‘wij’. Wij worden allemaal geroepen om zalig te worden, dat wil zeggen: binnen te gaan in het Rijk der hemelen, de troost, het nieuwe land, de plaats van barmhartigheid, waar wij kinderen van God zijn en Hem zullen zien. Dat tenminste zijn de beelden van de beloofde bestemming voor de mens zoals God die voor hem gedacht heeft…
Christenen zouden daarom alternatievelingen moeten zijn in onze wereld. Onze wereld wordt niet in de eerste plaats verziekt door materialisme, zoals zovelen zeggen. De eerste zaligspreking om arm van geest te zijn, gaat wel in die richting, maar het materialisme is slechts een paddenstoel op de zwamvlok van de machtswellust. Hebzucht volgt op heerszucht. Niet de behoefte om de wereld in bezit te nemen is (volgens het Genesisverhaal over de oerzonde) de bron van alle ellende, maar het verlangen om goed en kwaad te kennen, dat wil zeggen: eigen rechter te zijn, los van God, los van de medemens. Ik bepaal zélf, ik ben zélf baas, want ik kan het zélf uitmaken. De verhouding zoals God die had gedroomd voor zijn schepping wordt zo in de wortel aangetast, want als God liefde is - en dat is Hij, een hele troost! - dan betekent dat altijd dat de ander - wie dat dan ook is - de norm is van mijn verlangens. Niet wat ik wil en dat ik de baas kan zijn is belangrijk, maar de interactie met God en de medemens. De zucht om bemind te worden is het oerverlangen van elke mens en de oerfrustratie van elke mens die het tekort komt, maar op de een of andere manier worden wij steeds bekoord om die liefde te verlaten voor de onevenwichtigheid van eigenliefde zonder ander met een hoofd- en kleine letter… De enige reden waarom wij dan uiteindelijk tot hebzucht vervallen, is omdat wij de ander niet gunnen waar hij recht op heeft, omdat de hebzucht gedreven wordt door heerszucht. Dat is de echte ongelijkheid in de wereld, het onrecht.
Christenen zouden dáárom alternatievelingen moeten zijn in onze wereld, omdat zij de wereld weer willen beleven zoals God die bij de schepping had gedroomd - en zo kom ik er op. Niet heerszucht en hebzucht zou onze norm moeten zijn - snaaien en graaien - maar nederigheid en armoede van geest. Zachtmoedigheid en barmhartigheid. Deugden waar niemand het meer over heeft omdat we het geen deugden meer noemen. Nee, eerder vinden we nederige, zachtmoedige en barmhartige mensen aantrekkelijk als onze partners - prettig in de omgang want niet te lastig - maar om het zelf te zijn? Kom op zeg! Wij hebben een beter zelfbeeld dan ons klein maken! Wij laten ons niet knechten, wij zijn assertief, wij komen voor ‘ons eigen’ op…
Christenen zijn daarom vaak geen alternatievelingen in onze wereld, omdat ze grijze muizen zijn geworden die alle gewoontes van de omgeving aannemen. Wij lijken vaak kameleons. Grijs met de grijzen, rood met de roden, oranje met de oranjes. Hard met de hardvochtigen, rijk met de rijken, onbarmhartig met de onbarmhartigen, heersend met de heersers. Wat een affront ten opzichte van het evangelie! Wat een bespotting van de weg van Christus wiens erenaam de christen mag dragen! Niet ziel en zaligheid op de hemel, maar op aarde. Onze wil op aarde en liefst ook in de hemel: luister Heer, uw dienaar spreekt…
Nee, als het goed is, zouden christenen weer alternatievelingen moeten zijn in onze wereld. Een tegenstroom van armoede, zachtheid, barmhartigheid, liefde. Een teken van heiligheid zoals de roeping van ons allen is. Een leven in de geest van de zaligsprekingen, op de weg die Jezus Christus zelf is gegaan, op de weg naar een land van belofte waar echte vrede kan zijn. Aan ons de vraag en de uitdaging: gaan wij die weg? Willen wij met wijsheid midden in onze wereld staan, kritisch op alle tendensen die heerszucht en hebzucht promoten? Niet meegaan in de stroom die God elimineert en anderen knecht? Echt nee durven zeggen als het onze weg naar het echte vaderland in gevaar brengt? Ja, dan zullen we wat moeten verduren. De gemakkelijkste weg is meegaan. Maar de weg die Christus is gegaan en die Hij van ons allemaal vraagt, is altijd wat alternatief. Durven wij het aan om de weg van de zaligsprekingen te gaan? Zalig als wij zo de kroontjes van ons eigen ik kunnen afzetten omwille van de Ander die ons roept. Amen.