Evangelieprikje (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Zowat alle godsdiensten roepen op tot aandacht en zorg voor de armsten en kleinsten. In vele godsdiensten is het een heilige plicht voor hen te zorgen. Er is echter - voor zover ik weet toch - maar één godsdienst waar God zich vereenzelvigt met deze armen en kleinen. En zo komt het natuurlijk dat de “werken van barmhartigheid” niet zomaar naast ons neer kunnen gelegd worden. De tekst waar Jezus zichzelf vereenzelvigt met de geringsten (nieuwe vertaling: onaanzienlijken) is een tekst die duidelijk gaat over het einde der tijden. Dan zal de Mensenzoon komen om te oordelen : levenden en doden. Nog voor er een woord uitgebracht is, worden de schapen en de bokken gescheiden zoals bij het scheren gebeurt. Nog voor de dieren geschoren worden, is er een indeling. Nog voor wij onszelf bloot geven, weet God al wie we ten diepste zijn. Het is op het einde der tijden anders dan in het aardse leven waar diegenen die het goed kunnen uitleggen zowat alles kunnen goedpraten. Hier geen advocaten om onze zaak te bepleiten, hier tellen enkel de naakte feiten én Gods genade.

Eigenlijk is deze tekst een vervelende tekst voor salonchristenen die menen dat het christendom een theorie, een levensbeschouwing die ze onder de knie willen hebben. In het christendom gaat het niet om een idee of om een verzameling van waarden, het gaat om Iemand. En die Iemand is geen verre, vreemde godheid maar Iemand die zich vereenzelvigt met de mens in nood, ook al heeft die mens naar onze - menselijke - normen zijn problemen zelf gezocht. Het gaat in deze tekst niet om de werken van rechtvaardigheid, maar om de werken van barmhartigheid. Barmhartigheid vertrekt vanuit een diepe liefde en respect voor ieder mens, wat ook hun verleden mogen zijn. Het vertrekt vanuit de diepchristelijke gedachte dat ieder mens het recht heeft menswaardig te leven en een tweede kans te krijgen. Ieder mens heeft recht op leven en wel ten volle, daarom is de Koning die wij vandaag vieren in de wereld gekomen. De Koning die we vandaag vieren is geen ceremoniële handjesschudder en trooster. Deze Koning bezoekt niet de slachtoffers van overstromingen of zinloos geweld. Onze hemelse Koning IS het slachtoffer dat om hulp vraagt … Hij IS de mens in nood die telkens weer rekent op de barmhartigheid van ons hart.

Toch twee bedenkingen. Als we enkel deze tekst bekijken, lijkt onze godsdienst iets te hebben van een boekhoudersgodsdienst waar je je hemel kan verdienen. Ik wil er toch even op wijzen dat het niet gaat om hoeveel mensen we geholpen hebben, gewoon over hoe we in de wereld staan. Als wij mensen ontmoeten in ons leven die rekenen op ons, gaan we daar dan op in ? Willen wij naasten worden van de mensen rondom ons? Ten tweede mag men niet denken dat we recht hebben op onze hemel omdat we zoveel goeds gedaan hebben. Onze barmhartigheid is er één omwille van de andere en de Andere en niet om onze kansen op een ticket naar de hemel te verhogen. Het gaat in de barmhartigheid over liefde voor anderen en niet over liefde voor onszelf. Daarnaast mogen we niet uit het oog verliezen dat Gods Liefde altijd geschenk, genade is.

Tot slot nog dit: waar zien wij de hongerige Jezus? Leven wij niet in een land waar er voldoende sociale vangnetten zijn? Ja en neen. Ja, er zijn sociale vangnetten maar ongeveer 6% van onze landgenoten glipt tussen de mazen van dit net en een sociaal vangnet kan nooit de naastenliefde van mens tot mens vervangen. Misschien moeten we ons ook niet beperken tot de letterlijke tekst en leren kijken met de ogen van het hart. Misschien zijn er in onze omgeving geen mensen die honger lijden, maar hongeren ze wel naar wat aandacht en liefde. Misschien kennen wij geen gevangenen, maar wie weet zijn er in onze kennissenkring wel mensen die gevangen zitten in het web van één of andere verslaving en ga zo maar door … Het gaat in eerste instantie om het WILLEN zien. Als mensen ellende zien, keren ze zich soms af want ellende spreekt je hart aan en roept je tot inzet, weg het lui lekker leventje.

Het evangelie roept ons vandaag tot inzet voor de geringsten. Niet iedereen van ons kan alles in de steek laten om zijn leven compleet ten dienste te stellen van anderen, maar zelfs als we in onze eigen kring kijken, zullen we de vraag om barmhartigheid wel zien, als we dat natuurlijk zelf willen. Is het niet mooi dat op de dag dat dit evangelie gelezen wordt een jeugdvereniging haar feestdag viert?

Zoeken in Preken Online