Christus Koning - in het ziekenhuis (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Denk je wel eens aan het einde van je leven? Ben je daar bang voor? En als je er bang voor bent, wat schrikt je dan het meeste af?
De liturgie, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, op het feest van Christus Koning, wijst ons er op dat wat betreft het einde van ons leven, veel zal afhangen van hoe we nu, vandaag in het leven staan.\

Men zegt wel eens dat je zal sterven zoals je geleefd hebt. Door mijn ervaring met het sterven van mensen, durf ik dit beamen. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat mijn eindbestemming zal liggen in de diepte van mijn leven hier. Tussen haakjes, deze gedachte vond ik in de overweging van een collega. Ik weet niet of het een typfoutje was maar hij schreef: mijn eindbestemming zal liggen in de diepte van mijn ’lieven’ hier. Ik vind het een mooie verspreking, die helemaal ligt in de lijn van het evangelie van vandaag: onze eindbestemming ligt eigenlijk in de diepte van ons liefhebben, van onze liefde hier.
Geloof je in God? Heb je vertrouwen in Hem, in Zijn boodschap? Schenkt jouw dat innerlijke vrede? Ken je dat gevoel? Het wordt sterker en steviger naar mate wij meer en meer vanuit die boodschap en dat vertrouwen gaan leven. We moeten dus niet alleen ‘dromen’ van de hemel, we moeten, mogen er al in léven, nu al!
De hemel is daar waar Christus tegen jou kan zeggen: ‘Wat je aan de minste van de mijnen hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan.’
En dan kunnen wij ons afvragen: wat doen wij, wat doe ik voor de minsten? voor de noodlijdenden?
Ik vind het geen gemakkelijke vraag om te stellen in een ziekenhuis, waar altijd ook mensen naar de mis komen die zelf ziek zijn, of door ouderdom meer en meer afhankelijk van anderen. En ik hoor in gesprekken vaak dat zij daar precies mee zitten: wat kan ik nog betekenen voor anderen? Ik zit net in de andere positie, ik behoor tot diegenen die beroep moeten doen op, afhankelijk zijn van de inzet en de dienstbaarheid van anderen. Dat valt lang niet altijd gemakkelijk.
En de manier waarop mensen met de afhankelijkheid van anderen, en dus met hun eigen ‘macht’ omgaan is niet altijd aangenaam. Al moeten we zeggen dat er ook velen zijn van wie we in hun manier van werken, zorg en aandacht en groot respect ondervinden. Soms vraagt dat van hen grote vindingrijkheid: om iemand die jou nodig heeft op zo’n manier bij te staan dat hij zich niet klein en vernederd hoeft te voelen.
Maar misschien vraagt het ook een grote - of nog grotere - vindingrijkheid om op zoek te gaan om over eigen onmacht, hulpeloosheid en afhankelijkheid heen tóch op zoek te gaan naar wat wij voor mensen kunnen betekenen. Misschien worden wij te veel geleid door de heersende manier van denken, die ons voorhoudt dat alleen wie sterk en actief is iets kan betekenen voor de samenleving en voor anderen. Het zit in onze spontane invulling van wie de minste is: zèlfs in het evangelie: de vreemdeling, de zieke, de arme, hongerige, dorstige…
We kennen de inzet voor deze mensen ook als de lichamelijke werken van barmhartigheid. Ik ben van de generatie ná de catechismus, en weet dus niet of in de catechismus ook de geestelijke werken van barmhartigheid genoemd worden. Ik heb ze ooit eens op TV gehoord en ben ze gaan opzoeken, ik noem er enkele: de twijfelenden raad geven; de onwetende leren; de bedroefden troosten ; beledigingen vergeven ; voor de zaligheid van de naaste bidden. …

Lieve mensen, ik wil jullie niet de les spellen. Wel wil ik samen met jullie zoeken hoe wij deze boodschap uit het evangelie kunnen verstaan en beleven.
Misschien kijk je terug op je leven en denk je: mijn hele leven heb ik mij ingezet voor anderen, mijn best gedaan om daadwerkelijk van mensen te houden. Ik denk dat dat een hele geruststelling is. Maar misschien evengoed een confrontatie met je onmacht als je ’t gevoel hebt dat dat nu niet meer kan.
Anderzijds kan ik mij (ook uit eigen ervaring) ook voorstellen dat je terugblikt en denkt: had ik maar méér gedaan; dat je verdriet hebt of misschien zelfs een beetje bang bent om de gemiste kansen.
Als je bang bent voor de dood, omdat je vreest dat je te licht zult worden bevonden, wend je dan in vertrouwen tot de Heer, en weet waar Hij te vinden is, en hoe je Hem je liefde kan tonen: in mensen.
Uiteindelijk worden we niet beoordeeld op wat we gedáán hebben, maar op de liefde die we gegeven hebben. En : het is nog niet te laat. Elke dag die ons gegeven is worden we opnieuw uitgenodigd om te zoeken hoe wij - zoals we nu zijn - die liefde waar kunnen maken in ons leven.
En misschien mag ik er in aansluiting bij die geestelijke werken van barmhartigheid aan toevoegen: er is in dit ziekenhuis veel gebed nodig: voor de mensen die er verblijven en zoeken om te gaan met wat hen overkomt; voor de vele bezoekers die lijden onder het ziek zijn van iemand die zij graag zien; voor de vele mensen die hier werken en - de een al wat meer dan de ander misschien - hun best doen om ten dienste te staan van mensen; voor de mensen die dit ziekenhuis besturen en soms moeilijke beslissingen moeten nemen; en ook wel voor de pastores die proberen om mensen nabij te zijn en de boodschap van het evangelie bij hen te brengen…
Dank je wel, als jij ook daarvoor wil bidden.

Met veel dank aan Paul Beernaert voor de inspiratie.
Ik heb zijn aanzet gebruikt, maar het tweede deel gericht naar mensen die in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Zoeken in Preken Online