Christus, Koning van het heelal

A-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Na de apotheose van het laatste oordeel leidt onze evangelist, met grote plechtigheid, het drama van Jezus’ dood in: ‘Toen Jezus al deze toespraken geëindigd had, sprak Hij tot zijn leerlingen: “Gij weet dat over twee dagen het paasfeest wordt gevierd; dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.”’

Dit is geen vanzelfsprekende overgang. De Mensenzoon, die iedereen zal oordelen, ‘in heerlijkheid en vergezeld van alle engelen’, Hij die ‘alle volken vóór Hem bijeengebracht’, ‘in twee groepen zal scheiden’, is dezelfde die ‘wordt overgeleverd om gekruisigd te worden’ als een misdadiger.

Matteüs begint hier niet alleen zijn verhaal van de kruisiging van een misdadiger, door ‘de hogepriesters en de oudsten’, maar, tussen de regels van zijn evangelie, ook Gods verhaal over Jezus’ kruisiging, over Jezus’ prinselijke staat, zijn herderschap, zijn rechtersfunctie en zijn koningschap. Jezus is, volgens het evangelie, twee keer prins, twee keer herder, twee keer rechter, twee keer koning: de eerste keer op het kruis, de tweede keer op het laatste oordeel.

Op het kruis is Jezus de Prins, die ‘de prins van deze wereld’ overwint. Op het kruis is Hij de Herder, die de schapen van de bokken scheidt, zoals de herders in Palestina de schapen van de bokken scheiden voor de rust na de weidedag. Op het kruis is Jezus de Rechter, want wie onder het kruis blijft staan, of wie tenminste spijt heeft dat hij weggevlucht is, wordt vrijgesproken, maar wie de waarheid niet wil erkennen, zelfs niet onder het kruis, wordt veroordeeld. Op het kruis is Jezus de Koning, joden en Grieken en Romeinen kunnen het lezen. Pilatus heeft het erop geschreven.

Van op het kruis oordeelt Jezus dus de wereld, God zal op het einde zijn oordeel bevestigen. Ondertussen oordeelt de wereld, vóór het kruis, over het leven en de dood van Jezus. Het kruis is het eerste oordeel. Tussen het eerste en het laatste, vraagt God, vraagt Jezus, om het oordeel van de mens.

Op het kruis én op het laatste oordeel identificeert de Mensenzoon Jezus zich met wie honger en dorst heeft, met de vreemdelingen en de naakten, met de zieken en de gevangenen. En het evangelie dwingt een oordeel af. Is dit alles wel de moeite waard geweest? Was dit leven van die Profeet van Nazaret nuttig? Heeft Hij eigenlijk een oplossing geboden? Heeft Hij werkelijk iemand verlost en waarvan?

Het zijn deze vragen die niemand met rust laten. Wie dit drama gezien heeft moet er over spreken. Op zeker ogenblik moet er over geschreven worden. Wat gebeurd is moet verteld worden, overal, tot aan de grenzen der aarde, tot aan het einde van de geschiedenis, altijd, tot aan het laatste oordeel. De vragen ontstaan in het hart van eenieder, die Jezus eerst ontmoet bij zijn optreden. Ze vragen om een antwoord onder het kruis.

Het wordt, voor wie wil, al eerder gegeven: wie zijn voedsel deelt met wie honger heeft, wie aan de vreemdeling een plaats geeft en een kleed aan wie er geen heeft, wie de zieke en de gevangene bezoekt, ontdekt op slag dat hij bevrijd wordt, dat Jezus, door te geven, vrij gebleven is, dat zijn kruis, een schijnbare nederlaag, in feite de enige overwinning is.

Het laatste oordeel bevestigt dit antwoord. Het is voor de lezer de laatste waarheid, Gods laatste woord over bevrijding, het slothoofdstuk van de bevrijdingstheologie. Hij ontdekt dat Gods woord, Jezus’ woord, hem steeds heeft uitgenodigd om vrij te worden, dat hij heel zijn leven heeft kunnen antwoorden, dat hij vrij kon worden door anderen vrij te maken, dat God met hem op het einde alleen vaststelt, dat hij als vrije mens of als slaaf geleefd heeft.

Eenvoudig is het feest van Christus-Koning. Op het einde van het liturgisch jaar vervult het ons met grote hoop. Het spoort ons aan tot heldere liefde.

Zoeken in Preken Online