Vierendertigste Zondag door het jaar - A 26 november 2023
Feest van Christus Koning
Evangelie: Matteüs 25, 31-46
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van deze zondag de titel: “Zijn Rijk zal geen einde kennen”. Hij deelt (zoals gewoonlijk) zijn preek op in drie delen: “Omdat God het fundament is van dat Rijk” (deel 1), “Omdat de liefde er de wet van is” (deel 2), en “Omdat Jezus Christus, de Koning van dat Rijk, de Eeuwige Levende is” (deel 3).
Verwijzend naar het evangelie van deze zondag zegt hij: “Matteüs biedt ons vandaag in zijn evangelie de mooiste samenvatting aan en duidt het meest essentiële deel aan van de boodschap die Christus aan de mensheid wil nalaten. De scène van het universele en zogenaamde ‘laatste’ oordeel moet niet worden opgevat alsof het er letterlijk zo zou aan toegaan op het einde der tijden. Het is een kerkelijke reflectie die bedoeld is om de boodschap omtrent het wezenlijke van het christendom te presenteren in een vorm die tot onze verbeelding spreekt.”
In deel 2 van zijn homilie lezen we dezelfde gedachte nog eens voor de tweede keer: “De essentie van de boodschap van Christus staat neergeschreven in de scène van het laatste oordeel, zoals die vandaag door Matteüs aan ons wordt gepresenteerd: ‘Ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.’ Het is niet zo dat Matteüs daarmee het geloof afwijst of het reduceert tot een praktijk die zich louter binnenwerelds afspeelt. Geloof is in de eerste plaats de impuls van de mens om tot Christus te naderen. Maar een geloof dat niet resulteert in praktische liefde en in concrete werken, is een dood geloof – dat is wat de evangelist ons wil zeggen. (…) Geloof in de strikte zin en in de eerste betekenis alleen, is niet genoeg.”
Hebben we ons al eens afgevraagd waar het in het Evangelie nu eigenlijk om gaat of wat nu echt het essentiële is van de boodschap die Jezus ons heeft nagelaten? Ook wij hebben na 2000 jaar christendom heel wat verhalen overgeërfd, leerstellingen gehoord, voorschriften ontvangen,… en dat alles in een taal en in symbolen die het vandaag niet altijd direct eenvoudig maken om te verstaan waar het eigenlijk over gaat wanneer we Jezus willen volgen en willen leven als christenen. We leven overigens in tijden waarin de oude kerkelijke structuren kreunen onder de last van het verleden, en waarbij de taal die binnen de Kerk nog altijd gehanteerd wordt zo gedateerd is, dat ze stilaan onbegrijpelijk wordt voor de mensen van vandaag. Het zijn daarenboven tijden waarin we ook de zwarte bladzijden uit onze (min of meer recente) kerkgeschiedenis leren kennen; ze worden ons bij momenten op zo’n manifeste manier gepresenteerd dat we er zelf ook schaamte en zelfs schuld bij voelen. Tegelijkertijd zien we gebeuren dat parochies en kerkgemeenschappen steeds meer fusioneren en in grotere gehelen opgaan; dat kerkgebouwen andere bestemmingen krijgen; dat er niet veel jonge mensen en gezinnen meer aanwezig zijn op de normale kerkelijke activiteiten. En dan moeten we ons toch vroeg of laat wel de vraag stellen: waarover gaat het nu eigenlijk in de Kerk?
Mgr. Romero zegt in deze preek van vandaag tot twee keer toe heel duidelijk wat de essentie is van de boodschap van Christus, en dus ook van deze die de Kerk te bieden heeft. Als we gedoopt zijn in de Kerk, dan zijn we geroepen om te getuigen van die boodschap en daar dag na dag werk van te maken. Dat lezen we heel duidelijk in de evangelietekst van deze zondag. Vooreerst legt de Aartsbisschop ons uit dat die tekst een kerkelijke bezinning is op het hart van het Evangelie, en dat de evangelist Matteüs die bezinning verpakt in een beeldende taal die zondermeer duidelijk maakt waar het over gaat: ‘Ik had honger, ik had dorst,… en gij hebt mij te eten en te drinken gegeven…’ Wie deze beeldtaal van ‘het laatste oordeel’ letterlijk verstaat, gaat compleet aan de betekenis voorbij. De essentie van Jezus’ boodschap bestaat er in dat wie in Hem gelooft Hem in de eerste plaats ‘face to face’ ontmoet in arme en gekwetste mensen. Deze evangelietekst nodigt ons dus uit om ‘arme’ mensen in de ogen te kijken en naar hen te luisteren, als eerste en onmisbare stap van het gelovig worden en het leerling van Jezus zijn. In El Salvador leerden we dat er altijd families zijn die ‘armer’ zijn dan de onze, en die in (nog) grotere miserie leven dan wij. Mgr. Romero drukt het heel concreet uit door te zeggen: het gelaat van Christus kijkt ons in de eerste plaats aan vanuit het gelaat van ‘arme’ mensen.
“Horizontaal wordt verticaal, wanneer onze naastenliefde gemotiveerd wordt door de ware liefde voor God. Daarom, als we de armen verachten, de koffie-, suikerriet- of katoenplukker, de boer die vandaag in karavanen meetrekt op zoek naar een levensonderhoud voor het hele jaar,… laten we er dan aan denken, broeders en zusters, en niet vergeten dat, wanneer we deze mens aankijken, we dan ook altijd het gezicht van Christus zien. Het gaat om het gezicht van Christus dat opduikt tussen de zakken en de manden van de messenhakkers; het is het gezicht van Christus dat zichtbaar wordt bij de martelingen en mishandelingen in de gevangenissen; het is het gezicht van Christus Die sterft van de honger dat we ontwaren in de ogen van kinderen die niets te eten hebben. Telkens weer zien we in hun gelaat het gezicht van Christus, de Behoeftige die aan ons, aan de Kerk, vraagt om een stem te mogen hebben, een naam en een gezicht… En hoe kan de Kerk hem of haar dat weigeren, als ze weet en beseft dat het altijd weer Christus Zelf is die tegen ons zegt: ‘Wil jij voor Mij ten goede spreken?’”
Het is moeilijk om de essentie van de boodschap van het christendom nog concreter en meer geactualiseerd voor te stellen. Mgr. Romero vermeldt eerst en vooral een aantal groepen seizoenarbeiders (die werken in de koffie-, suikerriet- en katoenoogst). Mensen die jaarlijks in het droge seizoen hun (veel te klein) stukje -gehuurde- grond verlaten om in mensonwaardige omstandigheden te gaan werken op de fincas van rijke families, met de bedoeling dat ze zo toch iets zouden kunnen verdienen om hun eigen familie te helpen overleven. Vervolgens verwijst hij naar de slachtoffers van de repressie die in de gevangenissen gemarteld worden. Maar hij vraagt vooral speciale aandacht voor de kinderen die honger lijden omdat er voor hen geen voedsel beschikbaar is (vandaag weten we dat het daarbij gaat over vele miljoenen kinderen over de hele wereld). Tenslotte – en dat is op dit moment heel actueel – zien we datzelfde gelaat van Christus ook in de noodlijdenden die vragen dat de Kerk naar hen zou luisteren, in de samenleving stem zou geven aan hun lijden, en met hen mee op weg zou gaan.
In elk continent, in elk land, in elke regio en in elke sector van de maatschappij zullen deze ‘armen’ andere namen hebben. Maar hoe dan ook, het behoort tot de verantwoordelijkheid van de Kerk van hen zichtbaar en hoorbaar te maken. Migranten, vluchtelingen, asielzoekers, slachtoffers van oorlog, terreur, misbruik en racisme; de arbeid(st)ers in vele Aziatische landen die voor een hongerloon onze westerse kledij maken; de mensen voor wie er geen opvang is en die op straat moeten leven,… Vandaag de dag, met zoveel communicatiemedia te onzer beschikking, kunnen we niet zeggen dat we het niet gezien hadden dat ze er zijn, of dat we er nooit van hadden gehoord… De door rovers overvallen reiziger (uit een ander evangelieverhaal) – hij of zij ligt in groten getale over de hele wereld gewond, gekwetst en bloedend op de grond. En de ‘rovers’ die deze toestand van gekwetstheid en ellende veroorzaken - ze vallen zondermeer samen met de huidige systemen van uitsluiting en ver-arm-ing, die er onbeschaamd en ongeremd voor zorgen dat elitegroepen uit de bevolking alsmaar rijker en machtiger worden. Die armen van de wereld, die ‘reizigers ergens onderweg’ – ze staan of liggen eigenlijk bestendig vlak voor onze deur.
“In onze landen is Christus zo overvloedig aanwezig, beste broeders en zusters, dat het jammer zou zijn om te hebben geleefd alsof we volkomen verzadigd waren van Zijn manifeste aanwezigheid onder ons. Want ja, we zijn al snel verzadigd van het feit dat er armen onder ons verblijven, en we vinden dat we er op de duur al meer dan genoeg van hebben gehoord en gezien – zodat we tenslotte, op het einde van ons leven, moeten zeggen dat we Christus eigenlijk niet hebben gekend. Het zou doodjammer zijn van zoveel jaren te hebben geleefd, misschien wel in comfort, in rijkdom, en in een politiek en economisch systeem dat ons welvaart heeft gebracht,… om dan op het einde te moeten constateren dat we ons ondertussen geenszins hebben bekommerd om die Christus, Die al die tijd voor onze deur stond of die we op straat tegenkwamen.
Aartsbisschop Romero zegt dat het in het evangelie van vandaag gaat over de essentie van de boodschap van Christus. En gelukkig maar: ook nu, op dit eigenste moment, staan heel wat christenen op de barricaden voor de verdediging van ‘de armen’. Zij laten zich aanspreken door de ‘gekruisigden’, door de ‘overvallen reizigers langs de weg’, door slachtoffers van onrecht, van misbruik en van zoveel andere vormen van geweld. Zij weten dat dít de weg is waartoe ze geroepen zijn. Het ‘gelaat van Christus’ is overal rondom ons aanwezig. Je doopsel au sérieux nemen is: bereid zijn om metterdaad die weg te gaan. Lid zijn van de Kerk betekent die gekwetste mensen tegemoet gaan, naar hen luisteren, met hen mee gaan, het volhouden samen met hen, in de strijd om een (waardig) leven en bestaan.
De crisis die de Kerk op vandaag doormaakt, waarbij oude structuren kreunen en zwarte bladzijden uit het (al of niet recente) verleden ons doen huiveren en waar we kwaad en doodongelukkig van worden – die crisis vraagt ons meer en beter te luisteren naar de kern van het christendom, en terug te keren naar de essentie van de boodschap van Jezus. Het evangelie van deze zondag geeft duidelijk aan waar op vandaag (gelukkig!) nog altijd heel wat christenen (al dan niet sterk verbonden met de Kerk) dag en nacht mee bezig zijn, waar ze hun slaap voor laten en er onvermoeibaar voor opkomen om dicht bij de slachtoffers van ons wereldsysteem te staan, hen uit de ellende proberen te redden, hen soms letterlijk uit de zee opvissen, hen onderdak en stem geven. Daar gaat het om. En van de weeromstuit worden heel veel andere kerkelijke aangelegenheden en discussies ineens bijkomstig en nauwelijks van enige betekenis voor wie met dat essentiële bezig is.
Mgr. Romero zegt ons vandaag: “Horizontaal wordt verticaal, wanneer onze naastenliefde gemotiveerd wordt door de ware liefde voor God.” Geloven in God, de Bron van Leven en de garantie van onze Toekomst, en geloven in de weg die Jezus gegaan is – het betekent in de eerste plaats dat we bereid zijn om terug te keren naar de essentie van het geloof. Die essentie bevindt zich precies daar waar de horizontale (solidaire) en verticale (spirituele) dimensie van het leven elkaar kruisen, en waar die twee aspecten van ons geloof zich wederzijds uitdiepen en versterken. En het is in de concrete praktijk van zowel die ‘gods-dienst’ als die ‘mensen-dienst’ dat ook de essentie van het Kerk-zijn waarheid wordt. Daaraan mogen en moeten we ons altijd opnieuw riskeren. Zo hebben christenen op verschillende momenten in de (kerk-)geschiedenis de crisis (van de eigen zwarte bladzijden en van de moeilijke confrontatie met veel lijden van kleine mensen) overwonnen; ze hebben de consequenties getrokken uit wat in het verleden grondig verkeerd is gegaan, en zo zijn ze in zekere mate telkens opnieuw herbegonnen met te ‘geloven’ en ‘Kerk te vormen’ in Jezus’ Naam.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Laat ons eens een lijst maken van onze bezigheden, onze activiteiten, ons ‘doen en laten’, ‘ons luisteren en spreken’ van de voorbije weken. Waar, wanneer en hoe hebben we daarin laten zien wat voor ons dagelijks geloof echt ‘essentieel’ is?
Wat kunnen we doen opdat het kerkelijk feest van het einde van het liturgisch jaar – het Feest van Christus Koning – ons met beide voeten midden in het evangelieverhaal van deze zondag zou plaatsen?
Hoe beleven we in ons eigen leven dat kruispunt van horizontaliteit (solidariteit, ‘mensen-dienst’) en verticaliteit (spiritualiteit, ‘gods-dienst’) in ons geloven vandaag? Welke spanningen levert dat soms op, en welke deugddoende ervaringen hebben we op dat kruispunt al meegemaakt?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 132. Vierendertigste zondag door het jaar-A – 26 november 2023.
De Kerk gaat vooruit en ze heeft nieuwe perspectieven nodig.
Mgr. Romero begint zijn homilie van deze zondag zoals gewoonlijk met een gedeelte over “Het leven van de Kerk”, waarin hij met zijn toehoorders de ervaringen deelt die hij heeft opgedaan bij recente bezoeken en contacten, en daarover reflecteert. De citaten die volgen komen uit dat stuk van zijn preek.
“Wat ik nodig heb is iemand die me helpt om dit huidige moment, het hier-en-nu van vandaag mee te beleven. De Kerk is niet iets als een verre herinnering uit het verleden, en de Kerk beleven is niet alleen maar zoiets als achteromkijken in een achteruitkijkspiegel. De Kerk is immers geen statisch gegeven – ze gaat vooruit en daarom heeft ze nieuwe perspectieven nodig… Laten we dankbaar zijn dat een hele traditie van eeuwen ver ons naar dit huidige moment heeft gebracht waarin er geloof te vinden is bij het volk. Gezegend zijn onze voorgangers! Maar met die traditie in het hoofd en in het hart, moeten we weten hoe we mensen van het moment kunnen zijn, mensen van het hier-en-nu, en hoe we moeten nadenken over wat er vandaag gebeurt en hoe het morgen verder moet. Velen willen niet dat we de vinger op de zere plek leggen. Ze zouden liever hebben dat we niet naar het heden kijken; en daarom willen ze maar al te graag doen alsof ze rondlopen in musea en alleen maar leven van herinneringen, en zich bijvoorbeeld bezighouden met vergelijkingen te maken tussen de bisschoppen van vroeger en die van vandaag…”
In de Kerk kijken we vaak in een achteruitkijkspiegel. Dat is af en toe noodzakelijk natuurlijk, maar het is lang niet voldoende. We willen graag leren van de lange weg die de Kerk in de voorbije tijd heeft afgelegd (vooral dan de eerste Kerk, waarvan we heel wat getuigenissen vinden in het Nieuwe Testament**). En we ontdekken bij dat achteromzien hoe de geschiedenis van 2000 jaar Kerk zich bestendig beweegt tussen licht en schaduw, tussen getuigenis en tegengetuigenis, tussen trouw en zonde…** Het zou voor ons bij dat teruglezen van de kerkgeschiedenis echt belangrijk zijn om zeker ook de verhalen te leren kennen van de trouwe en consistente getuigen, en te vernemen hoe zij hun geloof beleefden in hun respectievelijke historische context. Dan zouden we openlijker kunnen spreken over wat christelijke trouw vandaag voor ons betekent. Er valt alleszins veel van hen te leren, net zoals dat het geval is wanneer we met deze wekelijkse reflecties keer op keer willen nadenken over het zondagsevangelie en over de gebeurtenissen en ervaringen van vandaag in het licht van de homilie van Monseigneur Romero, die in 1980 werd vermoord. In Latijns-Amerika (en eigenlijk in elk continent) beschikt de Kerk over trouwe getuigen (niet zelden martelaren) van de vorige en van deze eeuw, dat wil zeggen van mensen die min of meer onze tijdgenoten waren of zijn. De Geest van de Heer heeft over hen geademd en dankzij hen over de wereld, en we kunnen in het licht van de getuigenissen van deze toegewijde en voorbeeldige discipelen van Jezus leren hoe we Hem kunnen volgen. Ook in de vorige eeuw vinden we bisschoppen, priesters, religieuzen en vooral heel veel leken (bijvoorbeeld in de Kerkelijke Basisgemeenschappen) die ons sterke en authentieke getuigenissen kunnen brengen van het Evangelie. Maar we weten vaak veel te weinig van hen.
Op dezelfde manier kunnen we (of beter gezegd moèten we) de donkere periodes uit de kerkgeschiedenis leren kennen en ze ons blijven herinneren: de acties van kerkelijke verantwoordelijken die mislukkingen waren, de (ernstige) fouten die in het verleden zijn begaan, het misbruik en de doofpotaffaires die onmogelijk te rechtvaardigen zijn of te vergoelijken vallen. We mogen ze niet verbergen of verzwijgen voor de huidige en toekomstige generaties. In het licht van het Evangelie en onder de adem van de Geest zijn we in staat om ook die zwakheden en tekortkomingen, en ook de misdaden van mensen op alle niveaus in de Kerken van vroeger en nu te ‘onderscheiden’. Natuurlijk staan pausen, kardinalen, bisschoppen, priesters en religieuzen daarbij altijd sterker ‘in de picture’, omdat van hen meer dan van anderen een hogere mate van authenticiteit en trouw aan het Evangelie en van ethisch gedrag wordt verwacht. Hoe dan ook, het is en blijft belangrijk de nodige oefeningen te doen om ook die donkere kanten te leren onderscheiden en er lessen en conclusies uit te trekken, door met oprechte nederigheid te luisteren naar de pijnlijke getuigenissen van de slachtoffers, om de nodige aandacht te schenken aan de diepe wonden die hen zijn toegebracht, en met de uitdrukkelijke bedoeling om in de toekomst niet meer in dezelfde valkuilen te trappen. Vandaag zien we duidelijker dan vroeger dat ook de historisch gegroeide structuur en het patriarchale, verticale, hiërarchische systeem van de Kerk,… - dat dit alles deel uitmaakt en mee aan de oorzaak ligt van deze donkere episoden uit het verleden. Het zou belangrijk zijn dat de bisdommen gedurende dat ‘rouw- en bekeringsproces’ voldoende ruimte creëren voor het toegroeien naar inzicht en bekering; dat ze voldoende tijd maken en genoeg professioneel-geschoold personeel inzetten om te luisteren naar de slachtoffers, en de waarheid en echtheid zouden erkennen van het lijden dat zij hebben meegemaakt. Zou dàt niet zijn: ‘het kruis (helpen) dragen’ van de slachtoffers? Mgr. Romero zegt terecht: “… de Kerk heeft nieuwe perspectieven nodig**”. We zouden het op vandaag nog sterker durven zeggen: ze heeft niet alleen nood aan nieuwe perspectieven, maar ook aan radicale evangelische transformaties, om een einde te maken aan een kerkelijke machtsstructuur die mee de zwarte bladzijden uit het verleden heeft veroorzaakt.**
Hoewel van de Kerken een hoger niveau van menselijkheid en van respect voor de mensenrechten kan en mag verwacht worden dan wat ‘normaal’ is**, is datgene wat in de Kerken gebeurt ook altijd en onvermijdelijk een weerspiegeling van wat er in de samenleving als geheel gebeurt**. De confrontatie met de donkere kanten van de Kerken kan helpen om die ook in de families, in de samenleving, in de media, in de sport, in bewegingen en organisaties van allerlei aard, in de vernietiging van Moeder Aarde, in de wapenwedloop, in de honger in de wereld,… aan het licht te brengen.
Aan de andere kant, zonder verantwoordelijkheden te willen uitwissen of het gewicht van ernstige fouten in de Kerk te willen verminderen, is het ook nodig om er rekening mee te houden dat we ons in alles wat menselijk is altijd weer bewegen tussen licht en duisternis. We zien het overal en telkens weer: in andere mensen, in onszelf, in organisaties, in de Kerken, in de samenleving als geheel. Op bezoek gaan in de gevangenis en luisteren naar mensen in detentie heeft ons geleerd dat zij niet samenvallen met de misdaad waarvoor ze veroordeeld werden en van hun vrijheid beroofd zijn. Hoe dan ook: zij hebben ook hun positieve menselijke kwaliteiten, hun hoop en hun dromen, samen met al hun gevoelens van frustratie, van angst en schuld. Ze zijn veel meer dan hun misdaad. Dus hebben ook ‘daders’ recht op ondersteuning bij genezings- en rehabilitatieprocessen. Ook al moet het gerecht van deze wereld zijn verantwoordelijkheid nemen, toch heeft alleen God het ultieme, laatste woord over een mensenleven. Terwijl we de verantwoordelijkheid nemen voor de verzorging en de genezing van de wonden van de slachtoffers, moeten we altijd in gedachten houden dat ieder van ons zijn donkere kanten heeft. Ook wij hebben dus genezing en vergeving nodig om onze weg in het leven te kunnen vervolgen.
“Het grootste in de Kerk zijn jullie: zij die geen priester of religieuze zijn, maar die in het hart van de wereld staan, in het huwelijk, in een beroep, in een zaak, op de markt, in het dagloonwerk… Jullie zijn degenen die de wereld dragen; en het is aan jullie om haar te heiligen naar Gods verlangen. Dank de Heer, en vraag Hem dat deze geest van lekenheiligheid elke dag meer en meer zou ontwaken in het geweten van onze leken.”
In tijden van crisis is het heel belangrijk te onthouden dat de kerkelijke ambtsdragers niet ‘dè’ Kerk zijn, ook al zijn zij er de meest zichtbare figuren van. Het laatste Concilie sprak consequent altijd eerst over de Kerk als het Volk van God en daarna pas over de zending van de hiërarchie. Monseigneur Romero herhaalt het voor ons vandaag: "… Jullie zijn het grootste in de Kerk”. En hij verheugde zich omdat hij zag dat steeds meer leken zich van hun fundamentele rol in de Kerk bewust werden. In deze tijden van kerkelijke crisis zegt Monseigneur Romero ook tegen ons: “… De Kerk gaat vooruit en ze heeft nieuwe perspectieven nodig. Daarom moeten we weten hoe we mensen van het moment kunnen zijn, mensen van het hier-en-nu, en hoe we moeten nadenken over wat er vandaag gebeurt en hoe het morgen verder moet.” We mogen ons niet laten verpletteren door (ernstige en vaak veel tè ernstige) fouten en tekortkomingen uit het verleden. Laten we liever kijken naar het heden en naar de toekomst van de Kerk. Een paar weken geleden hoorde ik in een homilie de vraag stellen: ‘En wat nu? Waar gaan we heen met de Kerk? Hoe blijven we nu en in de toekomst verlicht door het Evangelie van Jezus? Wat moeten we vandaag en morgen eerst en vooral doen?’ Het is een heel dringende en pertinente vraag.
Monseigneur Romero zei ook nog: “Ik nodig iedereen uit die niet behoort tot enige beweging of tot een basisgemeenschap, om die organisaties te leren kennen en mee te beleven wat daar gebeurt. Want het christendom wordt zo beleefd en niet anders: in gemeenschap, in een vriendschap die christelijke gemeenschap heet.”
Nog meer dan anders hebben we elkaar nodig in tijden van crisis en vragen; in tijden van besef - met nog meer diepte en verdriet - van de pijn die mensen kunnen veroorzaken bij andere mensen, en van het lijden dat ook kerkmensen soms veroorzaken in het leven van anderen. We moeten levende en actieve gemeenschappen vormen in de Kerk. Om te weten en te ervaren: we staan niet alleen te midden van de hoge golven, de stormen en tsunami’s. Laten we van daaruit onze inspanningen versterken om te dienen, lief te hebben, wonden te helen, te bevrijden, te luisteren, te bouwen aan gerechtigheid en vrede, de natuur te redden, solidair te zijn met de zwaksten,… We moeten terugkeren naar het Evangelie van Jezus en luisteren naar de manier waarop de grote getuigen ons een voorbeeld hebben gesteld. In het ‘synodale proces’ zijn op vandaag reeds enkele stappen gezet. We hopen dat de bisschoppen weten hoe ze moeten luisteren naar de adem en de bries van de Geest in de Kerk, en we bidden dat ze deuren en ramen durven openen, dat ze oude en verouderde kerkelijke harnassen durven te doorbreken, dat ze nieuwe perspectieven uitwerken om trouw te kunnen blijven aan het Evangelie, het goede nieuws van God voor de hele mensheid. Zij en wij allen hebben een enorme verantwoordelijkheid. Samen, in de kracht van de Geest, zullen we daartoe in staat zijn. We weten dat alleen datgene wat we doen, onze ‘daden’ en onze concrete praktijk, de verantwoording zijn van het feit dat we lid zijn (en blijven) van die Kerk, die er ondanks de donkerste bladzijden uit het verleden toch blijft voor kiezen om Jezus te volgen, en zo teken en instrument te zijn van Gods Rijk. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde.
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog deze citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Vierendertigste Zondag door het jaar-A van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
164 Presencia de Cristo:
https://www.facebook.com/watch?v=433850622073686
163 El rostro de Cristo:
https://www.facebook.com/watch?v=536535217942222
162 El juicio final:
https://www.facebook.com/watch?v=339491148313558
161 Los aplausos:
https://www.facebook.com/MonsOscarARomero/videos/1562209254151007
160 El amigo de ustedes:
https://www.facebook.com/watch?v=1012233742790360
159 Lo mas grandioso de la iglesia son ustedes: https://www.facebook.com/watch?v=581128206614526
158 La Iglesia no es espejo retrovisor:
https://www.facebook.com/watch?v=994553601259399
Overdenking voor zondag 26 november 2023. Voor deze overdenking hebben wij een aantal citaten genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vierendertigste Zondag door het jaar, cyclus A, 26 november 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo III, Ciclo A, UCA editores, San Salvador, p. 421, 422, 423.