Christus Koning 2013

A-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Beste vrienden,

Op het eerste gezicht is de betekenis van het feest dat we vandaag vieren zeer klaar en duidelijk: We vieren en vereren Jezus Christus als onze koning. Maar, als we wat nader toekijken, dan voelen we toch het ambivalentie van dit feest.

Bij de begrippen “Koning, Monarch, monarchieën” komen er steeds weer verschillende beelden voor ons geestelijk oog: daar heb je van de ene kant de Koningen en Keizers uit de geschiedenis. wier kastelen en graven jaarlijks door duizenden toeristen worden bezocht. Dan komt er weer een beeld van de koningen die we uit de sprookjes kennen en die altijd zeer mooie dochters hebben die ze moeten uithuwelijken. Er zijn heersers met een rode mantel, met kroon en scepter, en natuurlijk met een gouden koets - sommige zijn goed, sommige slecht, fascinerend of gewoon eng. Bij al die verschillende beelden in ons hoofd mogen ook die koningen niet ontbreken die vandaag nog op de troon zitten en al dan niet nog macht en invloed hebben. De meesten onder hen duiken in de regenboogpers meestal niet op omwille van hun werklust, maar vooral wegens hun pompeuze huwelijken, hun vechtscheidingen en hun extravagante levenswijze. Ze lopen steeds in het vizier van de pers omwille van familietragedies of bepaalde controversiële uitspraken.
Bij het zoeken naar beelden van koningen mogen we ook de schoonheids-, fruit, en wijnkoninginnen, de schutters- en ganzenrijderskoningen niet vergeten. We mogen ook onszelf niet vergeten, want als klant zijn wij toch altijd koning – tenminste toch voor de winkeliers.

Al die beelden in ons hoofd laten sterk tegenstrijdige sporen en een gevoel van „niet passen“ na wanneer we vandaag spreken van onze „koning“ Jezus Christus. Al die gangbare attributen van koningen en heersers, die passen gewoon niet bij Hem. Ze horen niet bij datgene wat Hem typeert, wat bij zijn persoon en bij zijn boodschap hoort. Noch schoonheid, macht en rijkdom, noch triomfalisme of overdreven standsbewustzijn hebben Hem gemaakt tot wat Hij voor onze wereld in de loop van 2000 jaar is gaan betekenen. Wat vieren we dan eigenlijk wanneer we Jezus van Nazareth als koning vereren? Bij de evangelisten vinden we de titel „Koning“ vooral bij het begin en bij het einde van Jezus‘ levensweg aan. Een ster geleidt al diegenen die naar de nieuwe „Koning der Joden“ zoeken naar de stal. Op het einde van Jezus’ leven is uit die Koningstitel, zoals we in het evangelie hebben gehoord, een spotschrift op het kruis geworden. Toch wel een eigenaardige levensweg voor een koning. Maar het loont zich om die levensweg van nabij te bestuderen, om die vingerwijzing uit het evangelie van Lucas te volgen, om in zijn leven en werken de echte tekenen van zijn koningschap op te sporen. “Anderen heeft Hij gered, dat Hij nu maar zichzelf redt!… als gij de koning der joden zijt, red dan uzelf”, zo roddelen de religieuze overheden, de soldaten en ook één van de misdadigers die met Hem werden gekruisigd. Ze willen Hem zover krijgen dat hij zijn Messias zijn met glans en macht bewijst. Maar Jezus zwijgt en verdraagt zijn geënsceneerde ondergang woordeloos, zonder commentaar. Hij vergeeft zelfs nog de schuld van een veroordeelde misdadiger en belooft hem dat Hij hem in het paradijs zal opnemen, wat wil zeggen dat hij zal leven in de gemeenschap met God de Vader.
Wanneer we het evangelie van vandaag nu eens niet alleen vanuit het ons zo bekende perspectief van Goede Vrijdag bekijken, dan worden we geconfronteerd met de diepste spanning van het feest van Christus Koning en zien we een heel ander, een klaar en duidelijk bevrijdend koningsbeeld. Jesus Christus is een koning die alle macht en heerschappij heeft afgelegd en alleen nog ingaat op radikale machteloosheid. Dus geen monarch in de gewone zin, maar een gekruisigde koning die zich, trouw aan zijn zending en trouw aan de bevrijdende liefde van God laat beledigen, vernederen en doden. Om die reden zijn hier alle gangbare koningsclichés op revolutionaire manier omgekeerd en onder een heel nieuwe en andere gezichtshoek geplaatst.

Jezus is niet koninklijk omdat Hij heerst, beveelt of anderen met geweld terechtwijst, maar omdat Hij zichzelf en zijn ganse leven volledig in dienst van God heeft gesteld. Hij heeft gediend en geholpen waar het nodig was; Hij heeft voor de mensen de weg naar God solidair en met tedere liefde geopend en zich niet triomferend als rechter boven de mensen gezet.
In zover is zijn rijk, zoals we in het evangelie van Johannes lezen, niet van deze wereld. Zijn regeringsprogramma is gewoon het leven zelf, want God is een God van leven en van vrijheid, en het is juist dat, leven in vrijheid en in relatie tot God, dat is het wat Hij als koning voor ons tot stand wil brengen. Tekenen van dat andere koningschap heeft Jezus op vele tijdstippen van zijn leven gezet. Als Hij bv. Bij de intocht in Jeruzalem geen strijdros maar een gewoon ezelsveulen berijdt, om zo het visioen van de “Koning van de vrede” te vervullen. Of wanneer Hij de maatschappelijke normen van zijn tijd aan zijn laars lapt en bij de bron met een vrouw, een Samaritaanse nog wel, over theologische vragen praat. Of nemen we zijn ontmoeting met de echtbreekster. Hij houdt de aanwezigen en de machtigen een spiegel voor en maakt het zo voor de vrouw mogelijk om met een nieuwe lei te beginnen. Jezus zet heel bijzondere tekens: wanneer Hij knielend de voeten van zijn leerlingen wast in plaats van de nodige eerbetuigingen van hen te eisen, en toen Hij, door de duivel in verzoeking gebracht, elke aanmatiging van valse macht afwijst en ze ook bij zijn leerlingen steeds energiek bestrijdt.
Jezus, die zich alleen vanuit God als koninklijk aanziet, wil de mensen overhalen om samen met Hem zijn weg van sympathie, solidariteit en liefde mee te gaan. Voor Hem geldt datgene wat de oude Israelieten in hun liederen over de koning van de toekomst zongen: „Hij ontfermt zich over wie gebogen en zwak zijn en Hij redt het leven van de armen.“

Wanneer wij, in onze moderne tijd, die Koning Jezus willen navolgen, dan moeten we bij onszelf beginnen; dan moeten we onze eigen machtsfantasieën en onze eigen koninklijke wensen in ogenschouw nemen en misschien hier en daar ook wel eens een toegeving doen. We moeten ons ook afvragen: Waar en over wie heers ik, alleen voor mijn eigen voordeel en niet tot het algemeen nut? Wie of wat leidt mij en drijft mij aan? Wat zijn de normen die ik voor mezelf heb bepaald en waaraan ik me oriënteer?
Pas wanneer we die vragen voor onszelf hebben beantwoord kunnen we op de ware koning, Jezus Christus, ingaan en zijn levensweg begrijpen als een unieke kans voor onszelf. Amen.

Zoeken in Preken Online