Er waren er de afgelopen weken die terugkeerden in de tijd. De financiële crisis overtuigde hen om geld weer thuis te bewaren onder de matras of de zwarte sok. Geld is heel belangrijk geworden in ons leven en op het moment dat we ontdekken dat men ons vertrouwen beschaamt, slaan we in paniek, sommigen dan toch. In de overbekende parabel van de talenten is er geen financiële crisis en kan de bange knecht zich daar dus ook niet achter wegsteken. We kunnen over deze parabel zeer kort zijn: het is een oproep van Jezus om wat je is toevertrouwd door God niet weg te steken maar er mee te werken zodat het nog meer vrucht kan dragen. Eigenlijk is het dus vrij eenvoudig, vraag is alleen of we dat ook doen. De parabel vertelt ons dat de derde dienaar niets gedaan heeft omdat hij angst had. Is het nu net dat niet dat ons belet er werkelijk voor te gaan voor ons geloof? Durven wij er openlijk voor uit komen dat wij gelovig zijn en vanuit dat geloof ons willen inzetten voor een andere wereld, zoals God die gedroomd heeft? Durven wij ons geld inzetten om een stukje van deze wereld menselijker te maken of kiezen we eerst voor eigen zekerheid? Met die vraag in ons hoofd kunnen we misschien de parabel eens plaatsen in het evangelie. We lezen dit stukje niet alleen op het einde van dit liturgisch jaar, Matteüs plaatst het ook nogal op het einde van Jezus’ leven in zijn evangelie. In dat opzicht is dit niet zomaar een parabeltje, maar een soort testament. Jezus beseft dat wanneer Hij er niet meer zal zijn angst en twijfel zich zouden kunnen meester maken van de apostelen waardoor ze zichzelf en de Blijde Boodschap angstig verborgen zouden houden.
Eigenlijk draait het in deze parabel allemaal over de vraag hoe groot ons godsvertrouwen is. Misschien voelen wij ons wel als de derde dienaar. Misschien vinden we ook van onszelf dat ons weinig, te weinig, gegeven is in vergelijking met anderen. Misschien denken we ook dat we te klein en te menselijk zijn om resultaten te kunnen boeken die God tevreden stellen. Heeft ons rijke Roomse verleden ons niet de indruk gegeven dat alles wat met geloof te maken had iets was voor gewijden? Gewone mensen moeten zich daar niet mee bezighouden. Zelfs in tijden dat er teveel gewijden zijn, is dit fout. Gelovig zijn heeft niet te maken met al dan niet gewijd te zijn, het heeft te maken met je doopsel beleven of niet. En of je je doopsel beleeft of niet, zal vooral te maken hebben met hoe groot je godsvertrouwen is. Als je vertrouwen in God niet groot is, dan belijd je eigenlijk dat je voor jezelf moet instaan. Dat zal er vaak op neerkomen dat al de talenten die je gekregen hebt ingezet worden voor zekerheden in je eigen leven en niet voor het geluk van anderen. De Kerkgeschiedenis kent enkele voorbeelden van heiligen die net zo leefden tot ze opeens een slag van de molen kregen. Jan Vermeire schoot er bijna zijn leven in om carrière te maken. En natuurlijk heeft hij veel mensen geholpen maar telkens kreeg hij een ferme vergoeding in de plaats. Pas na zijn bekering heeft hij ingezien dat hij zijn talent ook anders kon gebruiken. Hij durfde weer, door te beginnen met Poverello, alles te investeren in de gekwetste mens aan de rand van de maatschappij. Hij durfde dat omdat hij God weer toegelaten had in zijn leven. Geld verdienen, zomaar, dat was niet langer de drijfveer in zijn leven.
Moeten we dan allemaal worden als Jan Vermeire? Neen, maar het zou niet slecht zijn mochten we ons allemaal eens afvragen of we het talent dat we van God ontvangen hebben niet te veel voor onszelf en eigen kringetje gebruiken in plaats van er mee te woekeren voor het geluk van veel mensen. Durven wij risico’s nemen om te getuigen van ons geloof? Steken wij ons geloof niet te veel weg om het op te graven op het einde van ons leven?
De parabel van de talenten, een mooi verhaal. Maar stel eens dat wij die derde dienaar zijn. Door ons doopsel zijn wij geroepen kinderen van het licht te zijn. Licht mag je nooit wegsteken, dan heeft het geen zin. Laten we bidden dat we nog meer de angst uit ons leven kunnen verbannen en meer nog durven leven vanuit het vertrouwen dat God in ons gelooft, no matter what.