De tijd van Zijn afwezigheid (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

* De parabel van de talenten (Mt 25,14-30) is de laatste van een reeks terugkeerparabelen, die oproepen tot waakzaamheid. Herhaaldelijk sprak Jezus over zijn heengaan en zijn terugkomen. Zo herinnerde Hij zijn leerlingen aan de historische verrassende komst van de grote Tsunami, die wij klassiek de zondvloed noemen (Mt 24,39), Zo gebruikte Hij in de parabel van de ontrouwe knecht het beeld van de dief in de nacht (24,44), in de parabel van de domme en wijze bruidsmeisjes de plotse aankomst van de Bruidegom (25,6), en nu in de parabel van de man die naar het buitenland vertrekt en zijn dienaars enorme bezittingen toevertrouwt, het beeld van zijn terugkeer en zijn eis van rekenschap. Ze illustreren Jezus’ woord: “Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug” (Joh 14,18.28).

1. De heer vertrekt naar het buitenland. Hij is voor een onbepaalde tijd afwezig.

  • Heel wat eerste christenen leefden in de intense hoop op een nabije terugkeer van Christus. Dit vooruitzicht leefde sterk in diverse kerken. In de tweede lezing (1 Tes 4,13-18) hoorden we hoe Paulus het ongeduld van de christenen van Tessalonica moest matigen. En ook zijn vele oproepen tot waakzaamheid leunen aan bij deze verwachting. We lezen ze in zijn brieven aan de christenen van Korinthe, van Rome en Filippi (1 Kor 7,26; 10,11;15,51-52; Rom 13,11-12; Fil 4,5…). Bepaalde uitspraken van Jezus had men later wellicht zo kunnen begrijpen. Doch overwegend is dat Jezus zei dat eerst nog de blijde boodschap over heel de wereld verkondigd moet worden (Mt 24,14) - en dat is geen sinecuur - en dat van dag en uur van deze finale niemand iets afweet (Mt 24,36).

  • Integendeel. De tussentijdse afwezigheid van Jezus lijkt wat te zullen duren. De ontrouwe knecht dacht: “Mijn heer blijft nog een poosje weg” (24,48). De Bruidegom liet de bruidsmeisjes duidelijk op zich wachten (25,5). En de heer van de talenten komt pas een hele tijd later terug (15,19). Bij Lucas vertelt Jezus ons over een kroonpretendent, die op reis gaat naar een heel ver land om daar het koningschap te verkrijgen. Zijn afwezigheid zal dus tijd vergen. Hij vertrouwt zijn dienaars tien ponden toe die eveneens productief moeten zijn (Lc 19,11-27). Denken we maar even terug aan de parabel van de misdadige wijnbouwers. Ook daar vertrok de landeigenaar voor een lange tijd, terwijl de pachters de oogst voor zichzelf wilden houden en de gezanten van de eigenaar vermoordden, tot wanneer uiteindelijk na een reeks van vele evenementen hij terugkwam… (Mt 21,33-43). Jezus liet in zijn parabelen zeker verstaan dat er een geruime tijd aan zijn terugkeer zou voorafgaan: een proeftijd. Dat had Hij eerder tot de leerlingen van Johannes de Doper gezegd: “Er zullen dagen komen dat de Bruidegom van zijn leerlingen is weggenomen; en dàn zullen zij vasten” (Mt 9, 15)

2. Deze tussentijd is ons gegeven om bewust en wakker als christenen te leven.

  • De mensengeschiedenis lijkt wel de tijd van Gods afwezigheid. Sekten speculeerden tevergeefs op de data van een fantastische terugkeer van Christus. Doch die blijft uit. God is er blijkbaar niet. God is dood, is onderweg gestorven. Of slaapt Hij ? En we leven alsof God niet bestond. Genot, macht en bezit hebben vele harten veroverd. Al loopt het theoretisch atheïsme achteruit, het praktisch atheïsme viert hoogtij. Velen achten zich van God bevrijd: die komt nooit. Daardoor is de tijdsgeest gekleurd met zoveel gebedloze oppervlakkigheid, leugen, corruptie, en haat. We leven voorbij aan de talenten die God voor ons bedoelde, die ons ‘gegeven’ zijn of die we mochten ‘ontvangen’. We maken veeleer een cultuur mee van het grijpen, het zichzelf bepalen en het zelf maken. Velen leven in de man die zijn talent ingroef in de grond. Wie een geleend goed in de bodem stopte was bij roof niet strafbaar. De aarde was de veiligste safe. Die man zocht aardse veiligheden maar kende God niet. Hij vreesde God als een meedogenloos iemand. Daar kiemt het talent niet, en draagt het geen vrucht zoals het zaad dat in de aarde valt en wel vrucht voortbrengt.

  • Een talent was een enorm bedrag, onvoorstelbaar groot. Met dit beeld suggereert Jezus de onmeetbare en goddelijke kansen die ons worden geboden, en waarvoor we verantwoordelijk zijn. Vandaar het spreekwoord: “Een mens met talenten”. Ze worden gratis gegeven volgens eigen bekwaamheid, volgens eigen maat. Niemand kent zijn eigen maat. God kent ons beter dan wij onszelf kennen. Aan die maat beantwoordt onze eigen roeping en zending, die we gaandeweg ontdekken. Eens vroegen de Joden: “Welke werken moeten wij voor God verrichten ?” En Jezus antwoordde: “Te geloven in Hem die Hij gezonden heeft” (Joh 6,29). Het kerntalent is onze geloofovergave aan Jezus. Hij brengt ons in staat lief te hebben zoals Hij ons heeft liefgehad (Joh 13,34;15,12). Al de rest vloeit hieruit voort. Het is het geloof dat in liefde open bloeit. Dit kwam onlangs klaar toen Jezus sprak over het hart van de Wet, de liefde tot God en naaste (Mt 22,,37), en dit zal overduidelijk worden in het thema van het eindoordeel, dat onmiddellijk hierbij aansluit: we zullen beoordeeld worden op grond van onze daden van barmhartigheid (Mt 25,31-46).

* De zoekende agnost André Malraux, die 12 j. geleden bijgezet werd in het Pantheon te Parijs, zei kort voor zijn dood: “Deze tijd is een voorgeborchte. We moeten deze tijd als voorbereiding gebruiken.” De Heer komt eens, wellicht onverwacht, en vraagt: “Wat heb je met je tijd gedaan ?”

Zoeken in Preken Online