Deze parabel van de talenten behoort - met deze van vorige zondag, over de tien bruidsmeisjes - tot de lange rede van Jezus over zijn wederkomst. Deze gebeurt niet terstond. In deze vruchtbare tussentijd is een wakkere houding geboden; we moeten onze kansen ontwaren en gebruiken.
\
- De parabel nodigt ons uit onze ’talenten’ te gebruiken. Een talent was een gewicht, maar kreeg een enorme muntwaarde. Het was vergelijkbaar met het loon dat een geschoolde arbeider toen ontving in de loop van bijna 20 jaar. Dit is omgerekend nagenoeg 250.000 euro (10 miljoen BEF). Er was onlangs in het evangelie sprake van een schuld van 10.000 talenten (Mt 18, 24), het grootste getal waarvoor een Grieks teken bestaat. Als we narekenen: een astronomisch bedrag. Het talent werd symbool van vermogen of charisma en begaafdheid.
Sprekend over mensen met talenten, denken we spontaan aan figuren uit de wereld van de sport, van de wetenschap, van kunst en literatuur, of van de politiek, die roem en eretekens verwerven, die internationale awards of de Nobelprijs behalen… - Maar we mogen even dieper kijken. Misschien is de inspanning van de gehandicapte die aan sport doet grootser, dove Beethoven die muziek schiep, de blindgeboren dominee die met zijn vingers de bijbel las, een verlamde die moeizaam schildert. - We mogen nog dieper kijken. Er zijn kleine mensen met beperkte mogelijkheden, die aandacht en zorg opbrengen in eigen gezin, in de buurt, op hun werk, in hun gemeenschap… en die de gave bezitten van verzoening. Gelovigen met de gave van de liefde.
Het evangelie nodigt ons uit om onze diepste talenten te ontdekken en deze in dienst te stellen van het Rijk Gods op aarde. Zo verliep het met de bekering van de heiligen. Zij ontdekten in zich nog onontgonnen mogelijkheden, die ze gingen oriënteren in het perspectief van Gods bedoeling. Dit diepste hebben we nog niet ontdekt. “Plus est en vous” was de leuze van Gruuthuuze. Dat diepste is de liefde door het geloof gedragen en gericht. Van hieruit krijgen juist alle andere talenten een nieuwe betekenis. De liefde in geloof gedragen (beide hebben dezelfde wortel) is het oer-talent, dat ons de moed geeft belangloos ons leven te wagen. De verlamde vrouw in het ziekbed, de gehandicapte in de rolstoel… ze kunnen naast de gezonden het hart zijn van de Kerk. Zij ontvingen 5 of 2 talenten om te gebruiken. Dubbel zo groot is de opbrengst voor elk van beiden.
\ - In de meeste parabels draagt het laatste luik de “pointe”, datgene waar het precies om gaat. Het gaat hier om de tragiek van het niet gebruikte talent. Wij allen sterven nadat we nog geen tiende van onze mogelijkheden hebben gebruikt. Indien al het voorradig potentieel van de gelovigen in beweging kwam, zou de wereld helemaal anders zijn. Er zijn ook talenten die worden vernietigd: het teloorgaan van het beste in de mens. Mozart gaat in vele mensen teniet zonder ooit Mozart te worden. Het is wat de Franse auteur Henri de Montherlant ooit schreef: “Je voelt de edelmoedige gezindheid trillen doorheen de jeugd; maar dan komt het milieu, het werk, de positie, geld, huwelijk, mislukkingen… Ze vergeten de mislukkingen te gebruiken; want het ware lukken gebeurt doorheen de mislukkingen.” Deze laatste gedachte was ook Newman zeer dierbaar.
In onze parabel gaat het om het schuldig niet-gebruik van het talent. Wellicht viseerde Jezus opnieuw de leiders, aan wie vruchteloos de geestelijke leiding van het volk was toevertrouwd. Maar voor iedereen vandaag gaat het over dit oer-talent, de liefde door geloof gedragen, in dienst van het Godsvolk op weg. De zonde van de dienaar met het ene talent is daarom dubbel:
\
- De man zegt dat hij bang was voor zijn meester, omdat hij wist dat deze slecht is. Het was de reactie van de arbeiders van het eerste uur (Mt 20,12), de reactie van de oudste zoon die thuis gebleven was (Lc 15,29-30). Die Meester is God. De man herhaalt het woord van Adam na de zondeval (Gen 3,10). Hij is bang voor een God die hem beloert en wil betrappen. Dit is de grootste belediging God aangedaan. Hij kent God niet als vriend en vader. Hij kent de Liefde niet.
\ - Hij stopte zijn talent in de grond. Hij durfde geen risico’s nemen. Hij wist ook dat hij - in geval van diefstal - niet moest restitueren, indien hij maar de schat in de grond verborgen had. De aardbodem was de veiligste safe. Maar daarmee heeft hij zijn talent “begraven” ! Hij handelde als het kind dat aardig piano kan spelen, maar niet speelt uit vrees dat zijn spel toch niet zo mooi zal zijn. Hij is een man zonder geloof, zonder vertrouwen. Valse voorzichtigheid verlamt.
Christenen leven - in de verwachting van Jezus’ komst - niet uit angst, maar uit genade. Ze “kennen” God omdat ze in geloof en liefde met Hem omgaan. Hun vrees is niet genoeg te geloven, niet genoeg te beminnen, en nooit genoeg met dit talent van de liefde te woekeren. Dan “kent” God ook hen. Niet tot hen zegt Hij: “Ik ken u niet”, maar wel: “Goed zo, gij goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw Heer.”