Drieëndertigste Zondag door het jaar - A 19 november 2023
Evangelie: Matteüs 25, 14-30
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van vandaag de titel: ‘De Kerk, een gemeenschap die actief uitkijkt naar de wederkomst van Christus’. Voor deze bouwstenen kozen we daaruit een citaat waarin hij verder ingaat op de betekenis van het evangeliefragment dat ons door de liturgie van vandaag wordt aangereikt.
“Het evangelie van vandaag nodigt ons uit om actief op wacht te staan*. Een man vertrouwde zijn werknemers zijn boerderij en zijn bezittingen toe, en ging naar een ver land. Na een lange tijd keerde hij terug. Welnu, dit is waar wachten over gaat: ‘… na een lange tijd’. We weten niet wanneer de terugkomst van die man was gepland, maar Christus wilde met deze uitdrukking duidelijk maken dat de tijd die christenen moeten doorbrengen tussen het ontstaan van hun hoop en de verwezenlijking ervan, heel lang kan zijn. (…) De les die de parabel van de talenten ons wil leren, beste broeders en zusters, vind ik in een moderne vorm terug in een tekst van het Concilie, met name in de ‘Constitutie van de Kerk in de wereld van vandaag’ (Gaudium et Spes 34 en 37), waar ons wordt gezegd dat deze wereld met al zijn vooruitgang en ontwikkeling niets anders doet dan het klaarmaken en aanleveren van het bouwmateriaal voor het Koninkrijk van God, en* dat we daarom niet mogen nalaten in deze wereld (mee) te werken aan dat proces van vooruitgang en ontwikkeling. Maar tegelijk brengt het ons bij dat we als christenen niet mogen leven volgens de gedachten van deze wereld, maar wel moeten blijven denken en handelen vanuit de eschatologische hoop.
Deze houding wordt door het Concilie duidelijk aangeprezen als een waarschuwing tegenover het gevaar dat uitgaat van de mentaliteit van de ‘moderne Thessalonicenzen’, waarvan er voor het ogenblijk velen in onze wereld aanwezig zijn (een verwijzing naar de tweede lezing van deze zondag: 1 Tess. 5, 1-6). Zij houden vol met te verkondigen: ‘Ah, aangezien de dingen van de aarde toch geen enkele definitieve waarde hebben, laten we ons dan voortaan maar alleen wijden aan de hemelse dingen…’ En dus beleven ze als gelovigen een soort van vroomheid die op geen enkele manier geïncarneerd is, en ze zijn bijgevolg erg verontwaardigd wanneer de aartsbisschop zondag na zondag maar blijft volhouden met het prediken van de plichten die vanuit de wereldse realiteit op ons afkomen; en ze noemen zijn prediking ronduit communistisch, omdat hij van christenen in de eerste plaats sociale rechtvaardigheid vereist… En ze zeggen dat hij zich met de politiek bemoeit, wanneer hij christelijke plichten vereist van de politici, de regeringsleiders, de nationale garde en de veiligheidsdiensten; hij zegt en houdt vol: als ze christenen zijn, mogen ze niet vergeten dat er een eeuwige sanctie is die zal oordelen over hun spreken, hun doen en laten (…)
Dit soort van prediken, broeders en zusters, wil zich uitdrukkelijk verplaatsen in de situatie van Christus, Die werkelijk een authentiek, integraal christendom bedoelt*. Het is misschien heel mooi en lovenswaardig om een vroomheid te beleven van alleen maar liederen zingen en gebeden prevelen, van alleen maar geestelijke meditatie houden, en van alleen maar aan contemplatie doen zonder actie; maar de tijd en de gelegenheid voor dat alles zal er later nog wel aankomen, in het uur van de hemel, waar geen kwaad en geen onrecht meer zal zijn, waar de zonde geen realiteit meer zal zijn – allemaal kwade machten en krachten die wij als christenen in deze wereld eerst nog moeten onttronen. ‘Komt’, zei Christus ooit tegen de apostelen toen ze, verzonken als ze waren in hun contemplatie op de berg Tabor, drie tenten wilden bouwen, en daar voor altijd wilden blijven, -* ‘Komt, laten we naar beneden gaan, naar het hier en nu van elke dag; Komt - we moeten aan het werk…’ Zo roept Hij ook ons, christenen, vandaag op om het onrecht, de zonde en het kwaad in de samenleving “… te onttronen”.
Voor Mgr. Romero focust de parabel van de talenten in de eerste plaats op het actief wachten
in de wereld, vanuit het perspectief van de voltooiing van Gods Rijk. Maar precies in dat verband benadrukt hij ten zeerste hoe belangrijk het is om ‘in afwachting’ alle talenten die beschikbaar zijn te gebruiken om deze wereld vorm te geven, in het besef dat “… vooruitgang en ontwikkeling het bouwmateriaal klaarmaken en aanleveren voor het Koninkrijk van God”. Het gaat er om onze talenten (veel of weinig, dat doet er niet toe) ten volle te gebruiken om bouwstenen en fundamenten aan te reiken voor Gods Rijk. Werken aan rechtvaardigheid (in persoonlijke, nationale en internationale relaties), aan vredesopbouw, solidariteit, onderlinge samenwerking, gelijkheid en vrijheid, mensenrechten (van gelijk wie), barmhartigheid, goede zorg voor zieken, voor oudere mensen, voor mensen in detentie, vergeving schenken en promoten, heil en verlossing betekenen voor anderen,… Daartoe worden we heel sterk opgeroepen.
Vervolgens verwijst de aartsbisschop naar het gevaar van “… een vroomheid te beleven die op geen enkele manier geïncarneerd is”, een religieuze activiteit en spiritualiteit zonder wortels in onze geschiedenis: “… een vroomheid van alleen maar liederen zingen en gebeden prevelen, van alleen maar geestelijke meditatie houden, en van alleen maar aan contemplatie doen zonder actie“. Hij weet dat het een gevaar is dat steeds meer om de hoek loert, en hij heeft het zelfs over de “moderne Thessalonicenzen” die vinden dat de aardse dingen niet zo fundamenteel zijn in vergelijking met die van de ‘hemel’, en die het daarom niet nuttig of nodig vinden dat ze hun talenten zouden gebruiken om aan de wereld te werken. Ook de Kerken lopen op vandaag het gevaar de balans te doen doorslaan naar een niet gewortelde of in de wereld verankerde religiositeit. Op het einde van de paragraaf uit zijn preek vanwaar we vertrokken herhaalt hij nog: “… ‘Komt’, zei Christus ooit tegen de apostelen toen ze, verzonken als ze waren in hun contemplatie op de berg Tabor, drie tenten wilden bouwen, en daar voor altijd wilden blijven, - ‘Komt, laten we naar beneden gaan, naar het hier en nu van elke dag; Komt - we moeten aan het werk…’ En in dat werken aan de wereld moeten we gist, zout en licht zijn van duurzame en authentieke verandering, die moet opgebouwd worden met de aanbreng van zo veel mogelijk mensen, zonder daarbij ook maar iemand uit te sluiten (ook als hij of zij andere gezichtspunten heeft, andere voorstellen formuleert en/of een andere aanbreng doet voor de weg die moet worden gegaan).
Tegelijkertijd beklemtoont en herhaalt de aartsbisschop nog dat er al evenveel gevaar gelegen is in het feit dat christenen zouden gaan “… leven volgens de gedachten van deze wereld”. Wanneer we de geschiedenis bekijken op de momenten waar christenen daar een grote aanwezigheid in hadden of hebben, kunnen we vaak eigenlijk niet écht zien dat het daar duidelijk en onmiskenbaar om een ‘andere’ geschiedenis gaat, een ‘andere’ economie, of een ‘andere’ ecologie, ook al zijn heel wat sociale voorzieningen in heel wat gevallen (samen met andere solidaire mensen en groepen) geïnstitutionaliseerd vanuit de opgebouwde ervaring van christenen (bijvoorbeeld in de zorg voor zieken, voor bejaarden, in het onderwijs, in de zorg om vluchtelingen en migranten,…) Hoe dan ook, we mogen ons als christenen nooit identificeren met historisch gegroeide economische en politieke structuren en systemen. We moeten ons ervoor hoeden niets en niemand te vergoddelijken en allerlei idolen te aanbidden. De idolatrie van politieke figuren, van spilfiguren in regeringen en van politici die zich voordoen als de enig zaligmakende Messias – het is een grote valkuil waardoor we het perspectief van Gods Rijk en de eindtijdelijke verlossing totaal dreigen te verliezen. Het actief wachten dat vandaag van ons gevraagd wordt in het evangelie, vereist dat we ogen en oren open houden en ten zeerste kritisch blijven. Het gaat steeds weer om het uithouden van de spanning tussen het ‘nu reeds’ en het ‘nog niet’. Dat is een grote en gezonde spanning, die ons wakker houdt en attent laat blijven**. Daar komt het op aan: met hart en ziel, met alle talenten die er zijn, samen werken aan die ‘andere mogelijke wereld’, maar toch altijd ook onrecht, corruptie, vernieling van de natuur, alle vormen van misbruik,… blijven aanklagen.** Dat zal onvermijdelijk ook regelmatig botsen met de gevestigde machten, zelfs binnen de Kerken. Maar ook daar moeten we dan bereid zijn Jezus consequent te volgen en ons laten leiden en bemoedigen door Zijn Geest en geen andere…
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
In welke mate en op welke vlakken zet ik mijn talenten in om de wereld rondom mij te veranderen en om heel concrete bouwstenen van Gods Rijk aan te reiken? Wat kan ik leren uit de antwoorden die we hier samen kunnen bijeensprokkelen?
In welke mate en op welke vlakken drukken de gedachten van de wereld (de logica van het systeem waarin we leven, het ‘normaal’ van onze samenleving,…) zich ook door in ons eigen leven? Wat kunnen we daar mee of daar tegen doen?
Welke inspanningen doen we (individueel, in gemeenschap,..) om onze spiritualiteit te verankeren in de historische realiteit (met wat daar aan zwart en wit aanwezig is, aan zonde en genade, aan kruis en verlossing)? Hoe kunnen we elkaar helpen om daarin te groeien?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 131. Drieëndertigste zondag door het jaar-A – 19 november 2023.
De verlossing is geïncarneerd in onze eigen geschiedenis.
“De homilie van vandaag is een meditatie aan het einde van het kerkelijk jaar, een meditatie voor alle christenen. We willen je dan ook uitnodigen om even met ons mee te doen, om met helderheid te kijken naar het perspectief van waaruit we vertrekken en naar het doel waar we willen uitkomen: waar gaan we en waar willen we naartoe in deze pelgrimstocht van weken, maanden, jaren? Want het is wonderbaarlijk, en vandaag de dag ontdekt de theologie het steeds meer, dat het reddingswerk van God midden in de geschiedenis gebeurt. Verlossing is een historisch feit, niet iets van het verleden, maar gesitueerd in het hier-en-nu, in de actuele geschiedenis van elk volk, van elke mens, van elke gemeenschap. En het is interessant dat we dit in gedachten houden, want als het zo is dat we ons in onze homilie week na week rechtstreeks richten op de historische feiten, dan is dat niet uit een verlangen om aan het Evangelie te ontsnappen en om de Geest van de Kerk te verlaten, maar opdat we de verlossing die God voor de Salvadoranen voorbereidt,, zouden zoeken waar we die moeten zoeken, namelijk geïncarneerd in hun eigen geschiedenis en in de historische feiten die aan hen en rondom hen gebeuren. Het gaat concreet om het leven van de Kerk in het aartsbisdom, van elke parochie, van elk gehucht, van elke gemeenschap, en het gaat ook om de burgerlijke geschiedenis die ons omringt, waar niet alles goed gaat, conform aan en gericht op het Koninkrijk van God – wel integendeel: waar grote realiteiten van ons geloof en van onze hoop in Christus botsen met atheïstische, materialistische, egoïstische en van mensen misbruik makende houdingen. Het is dan ook logisch dat het Koninkrijk van God, dat in de geschiedenis wordt opgebouwd, moet botsen met die historische realiteiten. We moeten dat begrijpen en er rekening mee houden. En nee, daarmee bezig zijn en daarover preken - dit is niet louter het bedrijven van politiek, maar het gaat er om gewoon Gods heil te zoeken in onze concrete
Deze paragraaf uit de preek van Mgr. Romero verwijst naar een existentiële vraag die altijd actueel is en blijft. “Waar gaan we en waar willen we naartoe in deze pelgrimstocht van weken, maanden, jaren?” De wereldwijde besmetting door de covid-pandemie heeft ons doen beven: waar gaat dit eindigen? We hebben zoveel familieleden en vrienden verloren aan Covid. We konden ze niet eens waardig begraven. En sinds enige tijd is vooral Europa (West- en Oost-Europa) in een nieuwe crisis terechtgekomen door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne (met militaire steun van de VS en Europa), in al zijn complexiteit. Er is dan verder ook nog de energiecrisis, de politieke crisis, de militaire crisis,… met de enorme onzekerheden die dit alles meebrengt, terwijl er vooral in Oekraïne veel pijn en dood is, ook aan de kant van Rusland (denk maar aan de duizenden Russische soldaten die gedood en gewond zijn). Sinds enkele weken is het jarenlange Palestijns-Israëlisch conflict opnieuw en verschrikkelijk hard open gebarsten met duizenden slachtoffers en totale vernieling als gevolg. De migratiegolven blijven ondertussen maar aangroeien. Altijd maar meer mensen proberen te vluchten voor de ellende of de vervolging in hun eigen land, terwijl Europa en de VS hun grenzen steeds meer sluiten. In Latijns-Amerika komt er nog het feit bovenop dat de (centrum-) linkse regeringen de mensen in de recent voorbije periode hebben gefrustreerd en hun heroplevende hoop hebben verraden. Ondertussen worden we ons steeds meer bewust van de klimaatverandering als gevolg van de versnelde opwarming van de aarde (veroorzaakt door ons eigen onverantwoordelijk gedrag). Ja, "… waar gaan we en waar willen we naartoe in deze pelgrimstocht van weken, maanden, jaren?”
De ouderen onder ons weten nog heel goed hoe de Kerk zelf ons altijd weer sprak over het eeuwige heil – maar dat was dan iets voor nà de dood. Je moest ondertussen hier op aarde goed voor jezelf zorgen, je goed gedragen, je aan de geboden houden (van God en van de Kerk) om daarmee jouw redding te garanderen ‘in de hemel’, na de dood. Verlossing had geen enkele historische dimensie, geen verankering in het hier-en-nu. Vroomheid, uitingen van volksreligiositeit, liturgische riten, processies, gebedswaken, bidden van de rozenkrans, opdreunen van litanieën en geloofsbelijdenissen, streng onderhouden van vastendagen, minstens één keer per jaar ter communie gaan (na gebiecht te hebben),… dit alles waren voorwaarden om het eeuwige leven (de verlossing, het heil) te garanderen. Het is ook nog niet zo lang geleden dat de armen zich moesten troosten met de hoop op het eeuwige leven, wat dan de beloning zou zijn voor hun leven van lijden en kruis hier op deze wereld.
**Zo begrijpen we dat Monseigneur Romero vandaag met klem zegt dat “**God redt in de geschiedenis” en dat hij ons er aan herinnert dat we het heil en de verlossing niet hoeven te zoeken waar ze niet zijn. Het gaat altijd en onverkort om het goddelijk heil dat geïncarneerd is in de geschiedenis. Deze zinnen lijken vandaag de dag eerder normaal te zijn, maar 45 jaar geleden was dat in El Salvador niet zo. Degenen die in rijkdom leefden en de macht in handen hadden, namen er genoegen mee dat met riten en gebeden en aalmoezen geven het eeuwige leven gegarandeerd was. Romero’s prediking veroorzaakte bij hen angst, wrevel en woede. Maar voor de armen (de grote meerderheid van het Salvadoraanse volk) betekenden deze zelfde woorden een grote bron van hoop. Is het waar dat God ons, de armen, niet vergeten is? En zo ja, wat betekent het dan concreet dat God verlossing brengt in ons leven, in onze geschiedenis?
We citeren even uit een tekst van María José Caram en Victo Codina: “Zullen we vandaag in staat zijn om in al deze deuren die zich sluiten en die open gaan, en die als de tekenen van de tijd zijn, een steeds nieuwe en verrassende werking van de Geest van de Heer te onderscheiden? Het criterium voor het onderscheiden van de Geest is Jezus, en de keuzes die Hij maakte voor het Koninkrijk Gods. De hand van de Geest wordt altijd onderscheiden in confrontatie met de hand van de vleesgeworden Zoon, om het klassieke beeld van Irenaeus aan te halen. Een Geest die haat, geweld, oorlog, allerlei vormen van discriminatie, uitsluiting en dood uitlokt, die misbruik veroorzaakt van mensen en van de natuur, is niet de Geest van Jezus, Hij Die de leven gevende Geest en de Heer van het leven is, van een leven dat begint met het aardse en materiële leven van elke dag – brood op tafel, een dak boven het hoofd, werk, bezit van wat grond om op te leven – en dat dan uiteindelijk leidt tot het eeuwige leven, voorbij de dood. De Geest van Jezus is de Geest van de zaligsprekingen, de Geest die spreekt uit de parabels van de ‘Vader van de verloren zoon’ en de ‘barmhartige Samaritaan’; het is de Geest waarmee Jezus zieken geneest, zonden vergeeft en doden opwekt, het is de Geest van de Vader die zich openbaart in het kleine, het eenvoudige en arme, het is de Geest die blij is met de vroomheid en het geloof van de mensen die de mantel van Jezus aanraken om genezen te worden. Het is de Geest die vloeit uit het gebroken hart van de Gekruisigde en Die daarom de Geest van vergeving en leven is voor alle slachtoffers van de geschiedenis. Het is de Paasgeest van de verrijzenis van Jezus en van onze toekomstige verrijzenis.”
Aartsbisschop Romero nodigde in zijn preken van die tijd de toehoorders regelmatig uit om te kijken naar de ervaringen van de Kerk van het aartsbisdom San Salvador op de verschillende niveaus: “… van elke parochie, van elk gehucht, van elke gemeenschap”. Elke zondag deelde hij de heilservaringen mee die hij had gehoord en gezien in de parochies, in de gehuchten, in de gemeenschappen (basisgemeenschappen en religieuze congregaties) die hij had bezocht. Hij had geleerd om de aanwezigheid van de Geest te begrijpen in de concrete heilshandelingen die plaatsvonden in al deze kerkelijke ervaringen, belevenissen en realisaties. Dit alles gaf hem grote vreugde. En zo is het nog altijd, ook voor ons vandaag: in onze Kerk en daarbuiten gebeuren veel heilbrengende dingen, vooral met en voor uitgesloten mensen en gezinnen. Daar mogen we bijzonder blij en dankbaar om zijn.
Maar Mgr. Romero verwees ook telkens weer naar “… de burgerlijke geschiedenis die ons omringt”. De aartsbisschop leed onder het feit dat hij week na week ook over zulke trieste ervaringen van dood en pijn moest vertellen, omdat in die burgerlijke geschiedenis "… niet alles goed gaat, conform aan en gericht op het Koninkrijk van God”. Het is een missie van de Kerk om de Geest toe te staan de ogen van de gelovigen te openen zodat zij ondanks alles de tekenen van verlossing en leven kunnen zien die in de concrete situatie worden gegeven. Soms worden we doof en blind voor deze tekenen van het Koninkrijk, omdat we ons uitsluitend richten op alles wat in strijd is met het aanbreken van de verlossing en de komst van het Koninkrijk. “… Het Koninkrijk van God, dat in de geschiedenis wordt opgebouwd” vraagt van de Kerk dit onderscheidingsvermogen. In elke ruimte (politiek, economisch, sociaal) waar het leven wordt bevorderd en begunstigd, waar het leven wordt verdedigd, waar wonden worden geheeld, waar nieuwe kansen worden gecreëerd om in veiliger situaties en met meer waardigheid te kunnen leven, waar solidariteit met de armste en meest uitgesloten gezinnen en gemeenschappen wordt beleefd,… ook daar en daar vooral bewerkt de Geest van de Heer Zijn heil in deze geschiedenis van ons.
Helaas ervaren we ook nu dat "… grote realiteiten van ons geloof en van onze hoop in Christus botsen met atheïstische, materialistische, egoïstische en van mensen misbruik makende houdingen”. Het aan de kaak stellen van elke schending van de mensenrechten, zowel van individuen als van groepen blijft dan ook een grote profetische verantwoordelijkheid van de Kerk, die solidair is met de slachtoffers en samen met hen het kruis draagt. Ons geloof in “… een verlossing die geïncarneerd is in onze eigen geschiedenis” is altijd ook een kreet om aanklacht die naar de hemel schreeuwt. En die schreeuw moet ook binnen de Kerk te horen zijn. We hebben dit in het verleden onvoldoende en niet effectief genoeg gedaan. De Kerk als geheel moet verantwoordelijkheid nemen in de aanklacht tegen degenen die zwarte, bloedige en afschuwelijke geschiedenisbladzijden hebben geschreven, met dezelfde intensiteit als zij de vreugde en de dankbaarheid deelt van hen die levend getuigen van Jezus en getuigen zijn van ware heiligheid (op alle niveaus van het leven).
We hoeven niet bang te zijn om nederig en oprecht Jezus te volgen en ons open te stellen voor de dynamiek van de Geest in de geschiedenis, in de gemeenschap en in ons persoonlijk leven, getuigenis afleggend van de barmhartigheid van God, Die Vader-Moeder is van allen, maar in het bijzonder van alle slachtoffers van de hele wereld. Laten we zelf tekenen van hoop zijn en die tekenen ook telkens weer aan de wereld geven.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog twee citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Drieëndertigste Zondag door het jaar-A van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
157 Piedad de cantos y rezos:
https://www.facebook.com/watch?v=1075579229835283
156 Mentalidad individualista:
https://www.facebook.com/watch?v=1052279065683614
Overdenking voor zondag 19 november 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Drieëndertigste Zondag door het jaar, cyclus A, 19 november 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo III, Ciclo A, UCA editores, San Salvador, p. 400.