33e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Homilie op de 33e zondag door het jaar A: de parabel van de talenten

((Mt. 25, 14-30) (Tielt, 16 november 2014)

Als ik een gewiekste bankier zou zijn, zou ik de parabel die we zopas beluisterd hebben, in mooie sierletters in een gouden kadertje als reclame in mijn bankkantoor hangen. Knap gevonden! Luister maar. De heer wijst de 3e dienaar keihard terecht met de woorden: “Waarom heb je mijn geld niet bij de bankiers uitgezet? Dan had je mij tenminste rente kunnen geven.” Maar dat zou de heer nu niet meer durven zeggen. Op onze dagen moet je al content zijn als je het geld dat je bij de bank uitgezet hebt, niet kwijt raakt. De advertentie van een bepaalde bank, die 20 jaar geleden op grote borden te lezen stond langs onze wegen, namelijk “Verdien geld terwijl je slaapt!”, klopt nu ook niet meer. Het zou op onze dagen heel anders klinken als: “Verlies je geld terwijl je slaapt!”

Verder zit er in die zonderlinge parabel dat vieze geurtje van willekeur bij de verdeling van het geld. Vergeet niet dat het om een enorm groot bedrag ging. Als je dat omrekent is, volgens sommige geleerden, 1 talent gelijk aan 24 miljoen BEF of ongeveer 5.950.000 euro: 5 talenten zijn ongeveer 120 miljoen waard of 30 miljoen euro. De eerste dienaar kreeg dus ongeveer 100 miljoen BEF of ongeveer 4 miljard euro meer dan de laatste. Waarom?

En tenslotte krijg je kippenvel van de eindboodschap. Die stelt zonder meer dat wie al veel gekregen heeft, nog veel meer krijgt en dat aan de dienaar die veel minder heeft, nog ontnomen wordt wat hij ontvangen heeft. Dat noemt men het schandalige mattheuseffect, wat wil zeggen dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden.

Choquante boodschap, die parabel van de talenten! Een stukje evangelie dat haaks staat op de evangelische boodschap. Dat kan Jezus toch niet gezegd hebben. Een voldoende reden om die zonderlinge parabel te verklaren.

De man, die op reis gaat naar het buitenland, wil niet dat zijn kapitaal niets zou opbrengen tijdens zijn lange afwezigheid. Hij verdeelt het daarom onder zijn personeel. Daarbij houdt hij rekening met ieders bekwaamheid en hoopt op die manier geen enkele van zijn drie personeelsleden te overvragen. Vanzelfsprekend roept de baas bij zijn terugkeer zijn drie dienaren ter verantwoording en beloont of straft hen naargelang de geleverde prestatie. De eerste twee hebben met het toevertrouwde kapitaal gewerkt en wisten het zelfs te verdubbelen. Die twee hebben het vertrouwen van hun baas niet beschaamd en worden ervoor beloond.

En toch wordt de parabel niet verteld omwille van die twee. Zij fungeren slechts als achtergrond voor de centrale figuur, de derde knecht, die zijn verantwoordelijkheid niet opgenomen heeft. Waarom niet? De parabel geeft daarover weinig uitleg. De enige reden die wordt aangehaald, is zijn angst voor het vernietigend oordeel van zijn baas. Hij wordt in de parabel duidelijk veroordeeld. Hij raakt zelfs nog kwijt wat hij heeft. Erger kan niet. Dat ondervinden ook sommige mensen op vandaag.

De boodschap van de parabel is vrij duidelijk: Man of vrouw, jongen of meisje, wees nooit bang. Doe niets uit angst en laat niets uit angst. De Heer Jezus volgen betekent: risico’s durven nemen.

Die boodschap raakt elk van ons. Dikwijls zijn wij die derde knecht. We laten ons te vaak bang maken. We durven soms niet, want wat zullen ze zeggen…? Je kiest geen partij, want je bent bang dat de andere je zal laten vallen of dat je een vriend of vriendin verliest… Je durft tegen niemand zeggen dat je in de put zit, want ze zouden je een flauwerik vinden… Je durft niet uit te komen voor je geloof of je ideaal, want je bent bang dat anderen je gek of naïef zouden verklaren… Die angst van angst noemen we: het menselijk opzicht, dat zo verlammend werkt.

Risico’s durven nemen! Dat moeten ook ouders doen in de opvoeding van hun kinderen. Ze moeten aan hun kinderen de vrijheid durven geven om hun eigen weg te gaan, ook al is die weg niet of niet helemaal dezelfde als zij zelf hebben gedroomd.

Ook de Kerk mag niet bang zijn om risico’s te nemen en telkens weer nieuwe wegen uit te proberen, b.v. nieuwe vormen van ambt in de Kerk, een nieuwe visie op het priesterschap, enz… Het 2e Vaticaanse Concilie, dat in het begin van de jaren 60 zulke hoge verwachtingen opriep en een grondige vernieuwing in het leven wilde roepen, had dat begrepen. Wat is ervan overgebleven? Vandaag, ook in de voorlopige besluiten van de bisschoppensynode, die enkele weken geleden gehouden werd in Rome, hebben velen de indruk dat onze Kerk weer bang is en besluiteloos in haar veilige schelp is teruggekropen… Met alle nefaste gevolgen vandien. Want de Kerk spreekt vele mensen niet meer aan, boeit hen niet meer. Als de Kerk bij het eindoordeel door de Heer “uitstekend, goed en trouw” wil genoemd worden, zal ze moeten loskomen uit haar angst en verstarring en uit een ander vaatje moeten tappen.

Het evangelie zegt ons: Mens, wees niet bang. Durf risico’s nemen.

Het evangelie rekent af met angst en Jezus wil ons uit die angst bevrijden. Daarom kan de heer uit de parabel, die zo hard is in zijn oordeel, Jezus niet zijn. Neen, die heer zijn wij soms, telkens als we anderen bang maken door ons hard oordeel, onze verlammende kritiek of dodende spot. Dan zijn wij er de oorzaak van dat een ander zichzelf niet durft zijn of risico’s durft nemen

Rustig mogen zijn wie je bent! Het lijkt wel een sprookje!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online