32e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Ik heb lang veel moeite gehad met de evangelielezing van vandaag. Telkens ik met die tekst geconfronteerd werd, riep die bij mij spontaan een weerstand en een weerzin op. Ik vond het verhaal helemaal niet getuigen van een christelijke ingesteldheid.

Misschien zijn sommigen onder u -net zoals ik- ook geschokt door enkele elementen uit deze gekende parabel:

De weigering van de ‘wijze’ bruidsmeisjes om hun olie met hun vriendinnen te delen, lijkt mij juist geen voorbeeld van christelijke naastenliefde. En op het einde lijkt de Heer zo onverbiddelijk streng. De deur gaat onherroepelijk dicht. Wij vragen ons daarbij wellicht af of God dan niet bereid is tot barmhartigheid?

Het is maar door zoekwerk en vooral door bijbelcommentaren van anderen te lezen dat ik deze parabel postiever en als veel rijker ben gaan zien.

Als Jezus parabels vertelt, dan vertrekt Hij van personages, gebeurtenissen, situaties vanuit het gewone alledaagse leven van zijn tijd, waarin zijn toehoorders zich gemakkelijk kunnen herkennen, zoals het werk van schaapherders, van wijnbouwers, boeren, van feesten, etc. Ook dus bij deze parabel.

Bij een Joodse bruiloft begon -misschien zelfs vandaag nog- begon het hele gebeuren in het ouderlijk huis van de bruid in een intiem gezelschap. Daarna trokken bruid en bruidegom met familie en vrienden in een feestelijke stoet naar het ouderlijk huis van de bruidegom. Daarbij werden ze begeleid door muziek en door bruidsmeisjes met brandende lampen of fakkels.

Maar het gebeuren in het huis van de bruid, daarvan kon niemand weten hoe lang dat zou duren, dat varieerde enorm. Vandaar dat onze 10 bruidmeisjes met hun brandende lamp zitten te wachten op de bruidsstoet. En blijkbaar duurt het deze keer enorm lang zodat ze olie tekort komen. Dat is de situatie uit het gewone leven waarin de toehoorders van Jezus zich herkennen. En als we het verhaal alleen zo bekijken, dan lijken toch wel wat mensen met mij in te stemmen dat het van de wijze meisjes egoïstisch is niet van hun olie te delen met de dwaze meisjes terwijl enkelen olie gaan bijkopen. En in die contekst gezien lijkt het toch ook wat hardvochtig om de meisjes niet meer binnen te laten die olie zijn gaan kopen, al was het maar voor de fakkeldans later op de avond.

Maar Jezus gebruikt zo een verhaal uit het gewone leven gegrepen altijd om iets diepers aan te kaarten, iets diepers duidelijk te maken.

Een bruiloftsfeest in het evangelie is altijd een beeld om te verwijzen naar het Rijk der Hemelen. Maar dat Rijk der Hemelen, een hemel en een aarde zoals God die voor de mensen droomt, is er nog altijd niet. Met de komst van Jezus is het Rijk der Hemelen al wel begonnen, maar het is er nog niet ten volle.Jezus, in eenheid met de Vader, roept ons op om mee te werken aan dat Rijk, het Rijk waar de liefde in het midden wordt geplaatst en waar de liefde eeuwigdurend wordt gevierd. Dat Rijk kan niet alléén van God komen blijkbaar, God heeft de mensen daarbij nodig. Ik zou bijna zeggen zoals een bruiloftsfeest niet écht zal slagen als het niet goed voorbereid wordt, zo ook kan blijkbaar het Rijk der Hemelen niet zonder de voorbereiding en medewerking van de mens. Daarom heeft God -als voorbereiding ervan- aan het volk van Israël de Thora gegeven, laat ons maar zeggen de 10 ‘geboden’, maar liever: de 10 wegen, de 10 leefhoudingen die leiden tot echt en waarachtig geluk en die uiteindelijk wegen zijn die leiden naar dat beloofde Rijk der Hemelen. Die 10 geboden, die 10 wegen ten leven zijn ons in theorie bekend en het ganse evangelie, het ganse leven van Jezus vertelt en toont ons die wegen en levenshoudingen.

Vanuit dat gegeven lijkt me de lamp uit het verhaal Jezus te zijn en de olie….zij die proberen Gods wegen te gaan, die proberen in die levenshoudingen te stappen die leiden naar gerechtigheid en ware vrede in DEZE wereld, de voorwaarde BLIJKBAAR tot het komende Rijk Gods. Zij zijn de olie die de lamp brandende houden, die de wegen tot die levenshoudingen open houden en verlichten, niet alleen door het woord, maar vooral door hun manier van in het leven staan en hun handelen en daardoor wellicht ook anderen die weg proberen te tonen.

Die olie is een LEVENSHOUDING, een omvattende houding die met zoeken, met bidden, met inspanningen en veel moeite, met vallen en opstaan eigen gemaakt wordt. Daarom is een levenshouding niet zomaar METEEN overdraagbaar. Je kan die houding niet zomaar overgieten zoals men een glas water gedeeltelijk van het ene in ander glas overgiet. Vandaar dat de wijze bruidsmeisjes ook geen olie vanuit hun kruiken in de lamp van de dwaze bruidsmeisjes kunnen overgieten. De wijze meisjes kunnen de anderen alleen maar de weg wijzen waar ze die olie, die omvattende levenshouding, kunnen verwerven. Die levenshouding is een houding waarbij je de verantwoordelijkheid voor alles en nog wat niet op anderen kunt schuiven, maar waarbij je bereid zelf inspanning te leveren om te helpen waar het kan. Dié olie, dié levenshouding kan je niet kant en klaar bekomen, het vraagt zoeken, afwegen, inzet, moeite, verantwoordelijkheidsbesef.

Het wachten van de bruidsmeisjes duurt langer dan ze blijkbaar verwacht hadden en daarom raakt bij sommigen de olie op en vallen sommigen in slaap, verdwijnt de waakzaamheid. Herkennen we hierin niet iets van onze eigentijdse situatie?

We leven met al 2000 jaar Christendom, met al 2000 jaar ‘belofte’ en ‘hoop’, belofte van God en hoop vooral van onze kant. Het is begrijpelijk dat sommigen geen hoop meer hebben, zich niet meer aan de belofte optrekken, zeker als ze vooral geconfronteerd worden met het kwaad in de wereld dat in onze tijd - zoals zo dikwijls in de geschiedenis- jammer genoeg weer een hoogtepunt kent. Dat misschien daardoor - en ook mede door de fouten die gemaakt worden door ‘voorbeeldchristenen’ en soms door de kerk als instituut- mensen geen hoop meer hebben , er niet meer kunnen in geloven. Dat ze in slaap vallen voor de belofte en de hoop en zich vastklampen aan wat de WERELD en de dag die komt dan toch nog te bieden heeft, maar geen perspectief meer hebben en daardoor ook die levenshouding niet meer kunnen verwerven. Dan roept Jezus ieder van ons in deze parabel op waar olie ontbreekt en lampen doven onze lamp brandende proberen te houden , ook voor hen, door onze manier van zijn en handelen.

Op het einde van het verhaal gaat de deur voor de 5 dwaze meisjes op slot.
Is God (in de diepere betekenis in dit verhaal) niet barmhartig?

In sommige religies en in heel wat moderne bewegingen in onze Westerse wereld gelooft men in reïncarnatie, m.a.w. je krijgt een tweede of derde of nog meer kansen in deze wereld: je komt op een andere manier terug om het hopelijk beter te doen.

Het OT én het NT zijn heel duidelijk over de uniciteit van ons leven. Ons leven op aarde is uniek, het is niet op een of andere manier ‘vervangbaar’. Het is uniek, eenmalig en in zijn uniciteit heeft het een eeuwigheidswaarde. In de geloofsbelijdenis zeggen we ‘ik geloof in de verrijzenis van het lichaam’ (natuurlijk mijn lichaam). Ik kan niet opstaan in 2 of 3 lichamen. Mijn lichaam en ziel zijn één, vormen een onlosmakelijke eenheid.

Die formule ‘ik geloof in de verrijzenis van het lichaam’ is eigenlijk in de kerk altijd een wat omstreden formulering geweest. Verschillende concilies - al van vrij vroeg- hebben geprobeerd het anders te formuleren. Misschien herinner je je nog dat we vroeger zeiden ‘ik geloof in de verrijzenis van het VLEES'.

Prof. Schillebeecks, de grote theoloog van het Westen na Vaticanum II, zegt ergens in zijn werken: ik geloof dat de mens zal verrijzen zoals hij GELEEFD heeft, of dat nu letterlijk lichamelijk is heeft met de kern van de zaak niets te maken. Maar de ieder mens verrijst zoals hij was, zoals hij geleefd heeft. Zijn verrijzenis ligt in de lijn van het leven dat hij geleefd heeft: met zijn zet, zijn zoeken, zijn inspanningen, die liefde die hij geleefd heeft.

In die zin kunnen we ook begrijpen dat de 5 dwaze bruidsmeisjes niet binnen kunnen op het huwelijksfeest. Als het huwelijksfeest is ‘het vieren van de eeuwigdurende liefde’, dan kunnen zij die die liefde niet enigszins gekend hebben of niet in enige mate beleefd hebben - logischer wijze gesproken dan toch- onmogelijk kunnen bijdragen aan het vieren van de liefde.

Beste mensen, wat Mattheüs wil benadrukken deze parabel is kort gezegd dit:
‘Speculeer niet op later,
speculeer ook niet op een meteen kant en klare oplossing van anderen,
maar neem nu, elke dag dus, zelf de verantwoordelijkheid
om hoopvol en liefdevol te zijn,
ook al zijn de tijden die gij wellicht meemaakt donker.'

Met dank aan de collega’s van de preeksite van wie ik een paar ideeën of zelfs een paar zinnen heb kunnen overnemen.

Zoeken in Preken Online