Brandende olie

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Deze week ben ik gaan schaatsen met onze kinderen en ik kwam daar toevallig een klasgenoot van mij tegen. Ik had hem jaren niet meer gezien. We waren samen afgestudeerd en Frank was enkele jaren advocaat geweest. Maar toen heeft hij het roer helemaal omgegooid en, na wat omzwervingen, geeft hij nu al enkele jaren voltijds godsdienst in het beroepsonderwijs. Hij kon daar ongelooflijk enthousiast over vertellen. Met Frank had ik in onze studententijd tussen pot en pint gepalaverd over hoe we de wereld zouden verbeteren en hoe wij het allemaal anders zouden doen. Blijkbaar was dat bij hem sterk blijven hangen. Zijn ultieme droom was naar Latijns-Amerika te gaan en daar te gaan werken, het liefst levend in een kleine gemeenschap.

De eerste christenen leefden in zo’n kleine gemeenschap en ze verwachten dat Jezus alle momenten kon terugkeren, want dat had Hij toch beloofd. Sommigen gingen zo ver dat ze alvast alles wat ze hadden verkochten want het einde van deze tijden was nabij en bij Jezus hadden ze dat niet meer nodig. Maar Hij kwam niet terug. De eerste christenen werden ongeduldig en verloren de moed en de onderlinge broederschap koelde wat af. We moeten de parabel uit het evangelie van vandaag in deze context zien. Wachten op Zijn komst.

De bruidegom uit het verhaal is duidelijk, het is Jezus, God, die komen zal en die ook effectief komt. En dan zijn er de twee groepjes meisjes, de dommen en de verstandigen. Het gaat hier helemaal niet om intellectueel dom of slim. Het gaat om het al dan niet open staan voor datgene waarvoor die Jezus staat: voor welzijn en voor geluk voor iedereen, voor een andere en betere samenleving. Zij die op wacht gaan zonder olie hebben daar geen oog voor. Zij zien alleen zichzelf. Ze denken niet verder dan vandaag. De anderen hebben wél olie bij. Het gaat om het vuur in ons dat ons aanwakkert om ons in te zetten voor de boodschap van Jezus. Het moet in ons altijd branden, op elk moment en in welke situatie dan ook. De verstandige meisjes worden in het verhaal niet bepaald voorgesteld als toffe grieten want ze vertikken het om hun olie te delen, maar dat is absoluut onbelangrijk in dit verhaal. De olie is immers al het goed dat in ons zit en dat ons drijft, onze idealen, onze dromen en onze hoop. Het zit diep in ons en dat kunnen we niet zomaar delen. Het moet er altijd zijn, zeker op dat moment dat Jezus er aan komt. Als we dan nog naar de winkel moeten, zegt het evangelieverhaal, komen we wel te laat.

Deze parabel wordt vaak gelinkt aan de hemel en het leven na de dood. Of aan de verwachting van het ogenblik van het Laatste Oordeel. In de liturgie verwijzen we vaak naar dat wachten. ‘Totdat Hij komt’, ‘tot aan Zijn wederkomst’ of ‘tot Gij wederkeert’, zeggen we dan. Maar waarop wachten we eigenlijk? De essentie is niet dat we God ontmoeten na onze dood, maar dat we God altijd en overal kunnen ontmoeten, nu, hier, in dit leven. De dubbele deur achter u waardoor u straks naar buiten gaat, daar is het te doen. Dat is de echte hemelpoort. In een gesprek met mensen over hun vreugde en verdriet kan ik God ontmoeten, wanneer we er kunnen zijn als iemand ons nodig heeft, ontmoeten we God. Als mensen bij elkaar terecht kunnen met hun diepste gevoelens en daar helemaal open voor kunnen staan, daar is God. We kunnen God ontmoeten op elk moment van de dag, op welke plaats dan ook. We kunnen hem dan voelen tot in het diepste van ons hart. Het staat zo mooi beschreven in het boek Wijsheid: de wijsheid gaat rond en zoekt die haar waardig zijn, genadig vertoont zij zich aan hen op hun wegen en bij elk overleg treedt zij hun tegemoet. Op ieder moment. Op iedere plaats.

Belangrijk is dat we niet te veel in slaap vallen en onze lampen brandend houden, dat we genoeg olie hebben. Dat we genoeg oog hebben voor de mensen rond ons. Waakzaam zijn tot Hij komt, is iets wat we heel de tijd moeten zijn. Meer nog, die waakzaamheid moet heel ons doen als christen bepalen. Het gaat over de plaats die we God geven in ons dagelijks leven. Straks is het weer advent en worden we opgeroepen solidair te zijn met de mensen in nood rondom ons. Niet mensen uit verre landen, maar mensen die we alle dagen kunnen tegenkomen en die hopen dat wij ze zien en dat we hen tegemoet komen. Waakzaamheid is de olie brandend houden van ons hart, de idealen die ons drijven, levend en brandend houden.

Daarom luisterde ik zo graag naar het verhaal van Frank. Naar zijn idealen die niets van hun kracht hadden ingeboet. Die idealen die zijn levenskeuze zo bepalend hadden beïnvloed en die hem deden dromen van hoe het nog beter zou kunnen. Idealen die hij doorgeeft aan die jonge mannen van zijn klas. Brandende olie. Altijd waakzaam, altijd paraat.

Zoeken in Preken Online