32e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Tweeëndertigste Zondag door het jaar - A 12 november 2023

Evangelie: Matteüs 25, 1-13

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van deze zondag de titel: ‘De Kerk als bruid en echtgenote van Christus’. In zijn preek bespeelt hij een instrument met drie snaren: ‘het huwelijk in het algemeen’ – ‘het huwelijk als weg om Gods liefde voor de mensen te verstaan’ – ‘het huwelijk tussen Christus en de Kerk’. Deze drie thema´s worden tegelijkertijd en door elkaar behandeld. Uit het deel waaraan hij als ondertitel meegeeft: ‘Het huwelijk is een wachttijd’, nemen we voor deze bouwstenen enkele citaten over, om ze van commentaar te voorzien.

Verwijzend naar de vijf ‘domme’ meisjes uit de evangelieparabel van vandaag, die er niet op voorbereid waren om de bruidegom bij zijn plotse verschijnen te ontvangen, zegt Mgr. Romero: “Wanneer hier gesproken wordt over de komst van Christus, dan gaat het over de ‘parousie’ (de wederkomst van Jezus als vervulling van de belofte die Hij aan Zijn leerlingen had gedaan dat Hij na Zijn verrijzenis zou terugkomen op de Dag van het Oordeel). En dus gaat het hier ook over het moment waarop Hij in het uur van de dood de stand van zaken in ons leven komt opnemen. Hoe dan ook, de leerlingen leefden ten volle in de verwachting dat hun leven hier op aarde vroeg of laat zou culmineren in een ontmoeting met Christus. En dat geldt dus ook voor ons vandaag, zo wil de parabel zeggen. Gezegend zijn wij als we bij die ontmoeting voorzien zijn van de lampen van het geloof, en als die aangestoken kunnen worden met voldoende olie van naastenliefde en goede werken.”

“Het is jammer dat onze religie bij momenten het Evangelie verraden heeft en dat zij, om de grote heren en dames een plezier te doen, hen verteld heeft dat daden van aanbidding voldoende zijn om goed voorbereid op de ontmoeting met Christus te wachten, en hen zo heeft blootgesteld aan het risico om voor altijd verloren te gaan! We keren op vandaag gelukkig terug naar een godsdienst van het ware Evangelie, waar Christus ons zegt dat ‘… het Koninkrijk der hemelen gelijkt op de tien meisjes die de bruidegom tegemoet gingen’. Wee ons, als we de uren die ons in het leven gegund zijn niet benutten om onszelf te overladen met goede werken en naastenliefde en onze lampen aan te vullen met de olie van de liefde-in-de-praktijk, zodat de Heer ons bij Zijn komst zo zou vinden. (…) Zoveel is duidelijk: de christelijke deugden moeten integraal zijn en in de praktijk beleefd worden, want het is een geïntegreerde verlossing die Christus is komen prediken. Hij wil geen uiterlijkheden, Hij wil oprechtheid."

Binnen een gevestigde en sociaal verankerde christelijke godsdienst lopen we als christenen het gevaar onszelf vanzelfsprekend te beschouwen als dè uitverkorenen. Dat wil zeggen dat de deur van de feestzaal in de eerste plaats en exclusief voor ons alleen zal openstaan en wij daar als speciaal genodigden zullen aanzitten aan de feesttafel van het Rijk Gods. We zijn er zo zeker van, dat we er niet meer van wakker liggen. Was dat ook niet één van de grote problemen van vele Israëlieten ten tijde van Jezús, zowat 2000 jaar geleden? Ze waren zo zeker van hun goddelijke uitverkiezing, dat ze hoofdzakelijk en haast alleen nog aandacht hadden voor de cultus en de reinigingswetten, en helemaal niet begrepen wat het getuigenis van Jezus daar nog kon aan toevoegen. Ook deze parabel uit Matt. 25, 1-13 geeft de spanning weer die toendertijd bestond tussen Jezus en toenmalige religieuze leiders van het volk. Maar**… ‘Geen enkele uitverkiezing stelt ons vrij van of maakt het voor ons overbodig van te luisteren naar de boodschap van Jezus’.**

**Mgr. Romero deinst er niet voor terug om te erkennen dat onze Kerk bij momenten – in een sterke uitdrukking – “**het evangelie verraden heeft”. Hij geeft daar slechts één voorbeeld van: de manier waarop ‘de groten’ (mannen en vrouwen), de mensen met macht, rijkdom en aanzien in de maatschappij en in de Kerk, zich er alleen maar moesten om bekommeren altijd getrouw aan de cultus deel te nemen, zonder zich zorgen te maken over andere aspecten van het gelovig engagement. De aartsbisschop zegt dat de Kerk door zoiets te zeggen en zo’n beleving van het geloof aan te prijzen eigenlijk mee verantwoordelijk is voor dat soort godsdienst zonder inhoud. Het verraad aan het Evangelie gebeurde (en gebeurt) trouwens ook nog op andere domeinen, waar misbruik gemaakt wordt van mensen in de economie, in de politiek, in het sociale leven, maar ook in individuele relaties.

Het leven van Jezus is een constant getuigenis van een bestaan dat doordrongen is met de olie van “naastenliefde en goede werken”. Wanneer het zo wordt geformuleerd, lijken dat natuurlijk eerder oudere en traditionele woorden - maar ze drukken toch wel het fundamentele uit van wat de levensweg van Jezus uitmaakte. Het gaat daar immers altijd weer over ‘de praktische liefde’, de dagelijkse praktijk van het leven. Jezus ‘ging al weldoende’ rond’ - zo zegt Petrus in Handelingen 10,38. Daar komt het dus op aan: goede daden stellen, goed doen aan de mensen rondom, goed zijn voor anderen, de solidaire en zorgende ‘naaste’ zijn van je medemensen, breken en delen al wat je bent en wat je hebt. Jezus ging nog een stap verder: Hij wilde op de eerste plaats de naaste zijn van kleine, zwakke, zieke, verlamde, verarmde, uitgesloten, gekwetste mensen. Hij werd hun lotgenoot, ten volle, toen Hij ter dood veroordeeld werd en aan een kruis genageld…

Wat bij Zijn tijdgenoten het meeste opviel bij Jezus was niet het feit dat Hij op sabbat naar de synagoge ging of dat Hij jaarlijks voor het Paasfeest optrok naar de tempel, en ook niet dat Hij zich ’s nachts of in de vroege uren op de berg afzonderde om in stilte te bidden en te luisteren naar de Stem van Zijn Vader. Wat écht opviel en waarom Hij uiteindelijk ook veroordeeld werd, dat waren Zijn ‘goede werken’, de tastbare tekenen die Hij aanbracht van Gods Rijk. Hij gaf daarmee getuigenis van een nieuwe dynamiek van geloven. En Hij liet zien dat je niet op grond van ‘uitverkiezing’ gered wordt, maar op grond van het ‘dienstwerk’ dat je betoonde aan kleine mensen - en dat in naam van, in aanwezigheid van God zelf. Zo overduidelijk was het voor wie Hem bezig zagen: in de praktijk van Jezus was God zelf aan het werk.

Mgr. Romero laat in zijn homilie van vandaag duidelijk horen dat het licht van de lamp van het geloof alleen maar kan schijnen vanuit ‘goede werken en naastenliefde’, de ‘praktische liefde’. Het vragen naar en ontvangen van de initiatiesacramenten alleen – dat geeft geen garantie dat die geloofslamp werkelijk het licht (van Godswege) zal doen schijnen in de wereld. Het moet duidelijk zijn dat er ‘buiten de armen’ geen sprake kan zijn van verlossing. Het gaat dan uiteraard ook niet over het rondstrooien van enkele aalmoezen, maar om het écht luisteren naar de ‘armen’ en met hen (mee)werken aan een betere wereld, aan gerechtigheid en vrede. Ons geloof zal slechts licht zijn in de donkere nachten van het leven, wanneer we van de ‘armen’ houden zoals God van hen houdt en we hen zoals Hij, oproepen tot bevrijding. God spreekt de mensen en de wereld van vandaag toe vanuit de gelovige praxis van diegenen die zeggen in Hem te geloven. Wat wij ‘doen en laten’ - dàt wordt dan in feite Gods openbaring of Gods verduistering. Gelukkig spreekt Zijn Geest ook mensen aan die buiten de christelijke godsdienst staan. Al wie ‘goede werken’ doet, wie getuigt van ‘caritas’ en ‘gerechtigheid’, wie de solidaire naaste wil zijn van gekwetste mensen, wie met hen een eind weg meegaat en hen daarbij bemoedigt, die openbaart wie de God van Jezus is. Midden de donkerte van het leven mogen we dan ook in stilte bidden, dankbaar, omdat we ‘teken en instrument’ van Gods aanwezigheid mogen zijn, open en ontvankelijk om te luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft vanuit het gekwetste leven van ‘arme’ mensen, vanuit de onderkant van de geschiedenis en vanuit de slachtoffers.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wat voor ‘olie’ hebben wij beschikbaar en voorradig in onze ‘lampen’ (in ons leven als gelovigen)?

Waaruit bestaan concreet onze ‘caritas’ en onze ‘goede werken’?

Op welke manier klinkt de boodschap van God (met name de God van Jezus), vanuit de praktijk van ons geloof, naar de wereld toe? Hoe ‘evangeliserend’ is onze gelovige ‘praxis’?

Welke nieuwe stappen kunnen we zetten om ons te riskeren aan het op weg gaan met kwetsbare en gekwetste mensen? Wat betekent dat concreet, en wat verandert het aan ons gelovig bidden en vieren?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 130. Tweeëndertigste zondag door het jaar-A – 12 november 2023.

Over de scheiding tussen geloof en leven.

“Degenen die zeggen dat de Kerk zich in de sacristie moet terugtrekken en daar moet binnen blijven, en dat ze niet de plichten van gerechtigheid moet verkondigen en de mensenrechten van de mensheid moet opeisen - zij vergissen zich! Dit zegt het Concilie daarover: ‘Christenen vergissen zich als ze beweren dat we hier geen permanente stad hebben, omdat we immers naar de toekomst uitkijken; als ze denken dat ze tijdelijke taken kunnen verwaarlozen, zonder te beseffen dat hun eigen geloof een drijfveer is die hen verplicht tot de meest volmaakte vervulling van al deze ‘binnenwereldse’ taken, volgens de persoonlijke roeping van ieder van hen’ (GS 43). Er zijn er die zeggen: ‘De bisschop preekt altijd alleen maar over politiek’, omdat hij het heeft over mensenrechten, omdat hij onrecht aan de kaak stelt, omdat hij de mensen wijst op hun politieke plichten en hun rechten van vereniging… - wel, broeders en zusters, ik zeg alleen maar dat wij, als burgers van de hemel, een geweten hebben van waaruit we rekenschap moeten afleggen aan God*. En als we deze opdracht heel slecht of helemaal niet zouden invullen, dan zouden we pas echt concreet beleven wat het communisme over ons zegt: ‘Religie is opium van het volk’. Zo ook als we zouden zeggen dat we, omdat we wachten op de toekomstige stad, in de huidige stad van vandaag op gelijk welke wijze mogen leven, want het doet er uiteindelijk toch niet toe… Ook daarom ‘… is niet minder ernstig de dwaling van hen die menen zich geheel aan wereldse zaken te kunnen wijden, alsof deze totaal vreemd zijn aan*

het religieuze leven, en vinden dat dit laatste slechts te reduceren is tot bepaalde daden van eredienst en het vervullen van bepaalde morele verplichtingen.’ (GS 23). Maar hoe velen zijn er die toch al lang tot op dit punt gekomen zijn! Voor hen geldt wat het Concilie zegt: ‘… de scheiding die velen maken tussen het geloof en het dagelijks leven moet beschouwd worden als één van de meest ernstige dwalingen van onze tijd.’ (GS 43).

Al in de jaren zestig van de vorige eeuw werd de Katholieke Kerk door de machthebbers in de VS gezien als de grootste vijand van de Amerikaanse belangen, juist omdat de katholieke godsdienst de meeste Latijns-Amerikaanse volkeren verenigde en omdat ze haar bevrijdende missie had herontdekt. Het politieke antwoord op die ‘bedreiging’ was - naast de ‘Alliantie voor Vooruitgang’ (de donatie van vele basisproducten) - het uitsturen van predikanten en pastors van verschillende evangelische groepen om het volk op religieus niveau te verdelen en een individualistisch en puur cultisch christendom te prediken. Ondertussen aarzelde men niet om de militaire dictaturen te steunen in hun vervolging van de Kerk: door bisschoppen, priesters, religieuzen en duizenden catechisten en animatoren van gelovige gemeenschappen te verdrijven, gevangen te nemen, te martelen en te vermoorden. De leiders van de Katholieke Kerk (en ook die van andere denominaties) werden beschuldigd van het steunen van de ‘subversieven’ (die in die tijd ronduit ‘communisten’ werden genoemd) en van steun te geven aan de verschillende sectoren van het volk die zich aan het organiseren waren. Het was in deze context dat Monseigneur Romero sprak en zijn duidelijke mening weergaf over wat er in het land gebeurde, ook in deze preek van november 1978.

Zo zie je maar hoe het (telkens weer) gaat! Vandaag is dat bijvoorbeeld het geval in Nicaragua, met een regering die zonder blikken of blozen beweert christelijk te zijn en toch de leiders van de Katholieke Kerk vervolgt, priesters en religieuzen uitwijst, Nicaraguaanse priesters niet laat terugkeren, hen zelfs hun Nicaraguaanse nationaliteit ontneemt, de bisschop van Matagalpa gevangen zet, sociale organisaties en communicatiemedia van de Kerk opheft, hun eigendommen onteigent, hun bankrekeningen blokkeert, de UCA (de Universiteit geleid door de congregatie van de Jezuïeten) sluit en onteigent, zodat alles staatseigendom wordt, de Jezuïeten uit hun woningen zet, de meeste processies en openbare religieuze manifestaties verbiedt (alleen deze die gemanipuleerd kunnen worden door de regering en haar machtsapparaat zijn nog toegestaan), in de eucharistie het noemen van de naam van de gevangen bisschop verbiedt, enz… Ze hebben daarenboven de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan teruggebracht tot het absolute minimum. De woordvoerster van de regering - co-president en vrouw van de president - vindt dat zij het voor het zeggen heeft, dat zij mag zeggen wat de rol van de Kerk is en hoe het geloof beleefd en gepraktiseerd moet worden. En tegelijkertijd zorgt ze voor alle materiële faciliteiten, voor beschikbare publieke ruimtes, transport,… voor bijeenkomsten van evangelische kerken met bekende predikanten. De conclusie kan alleen maar zijn dat deze regering (net als het Amerikaanse Imperium doet, dat ze nochtans zo bekritiseren) de Katholieke Kerk beschouwt als de grootste vijand van de veiligheid van de Staat en de belangen die er achter zitten. Echt… het is schandalig en meelijwekkend!!!! Bovendien zien we dat verschillende bisschoppen in Nicaragua ondertussen door de knieën zijn gegaan, gekozen hebben voor het alleen maar ‘preken in de lucht’ (zo algemeen en zo abstract, dat ze er uiteindelijk niets mee zeggen), en verder voor het ‘zwijgen in alle talen’, zelfs over hun eigen broeder bisschop die geïsoleerd in de gevangenis zit.

Wanneer we luisteren naar wat Monseigneur Romero in zijn homilie van deze zondag zegt, dan horen wij hoe hij alle kerken, alle pastors, religieuzen en animatoren van de geloofsgemeenschappen oproept om hun historische verantwoordelijkheid volledig op zich te nemen om licht in de duisternis te zijn, om ‘… de plichten van gerechtigheid te verkondigen en - respect voor - mensenrechten te eisen’. Politieke en economische machten geven altijd een totaal vertekend beeld van de vraag naar gerechtigheid en naar respect voor de mensenrechten. De militaire dictaturen beschouwen het vermoorden van mensen die als ‘subversief’ worden beschouwd zondermeer als een daad van rechtvaardigheid. Er zijn altijd privileges voorzien voor degenen die de regerende machten prijzen, hun toespraken toejuichen en herhalen. Ze controleren ook de andere bevoegdheden van de Staat. Ze maken gebruik van nationale feestdagen en van de herdenkingen van historische gebeurtenissen om zichzelf haastig naast de geïdealiseerde historische helden op het podium te plaatsen, en om degenen te bekritiseren die andere standpunten innemen en andere criteria hanteren om onderscheid te maken tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, tussen vrijheid en controle van meningsuiting.

De zending om “zorg te dragen voor aardse taken”, en volledig “burger van deze wereld” te zijn, is fundamenteel voor de Kerk en haar leden. De horizon van waaruit dat gebeurt zal altijd het Koninkrijk van God zijn, en we weten dat de Geest altijd van onderaf werkt. Tegenover autoritaire machten (ook al zijn ze volgens de geldende wetten gekozen) en tegenover de economische en financiële monopolies die ze voor zich opeisen, moet de Kerk de verantwoordelijkheid opnemen om zich telkens weer te identificeren met de uitgesloten sectoren, om solidair met hen te zijn, om hen te ondersteunen en te begeleiden en hun stem te versterken. In elk land zal dit zijn eigen kenmerken hebben, afhankelijk van de historische omstandigheden. Maar op geen enkel moment mag de Kerk buigen voor de macht, of erger nog, deze macht en het misbruik ervan rechtvaardigen of zich met die macht verenigen. De verdediging van zij die uitgesloten worden zal altijd een centraal onderdeel zijn van haar kerkelijke zending.

Aartsbisschop Romero riep destijds de gemarginaliseerde sectoren op om zich bewust te worden van hun situatie en zich te organiseren. Die organisatie was nodig om hun mening te laten horen en die op een duidelijke en verantwoorde manier naar voren te brengen. Dat te kunnen en mogen doen is een fundamenteel recht en een belangrijke motor van echte democratie. Sociale, sectorale en politieke organisaties zijn voor de mensen onmisbare instrumenten om hun deelname aan de opbouw van een wereld van gerechtigheid en vrede te kanaliseren. Als christenen hebben wij de geloofsverantwoordelijkheid om ‘politieke’ mensen te zijn. Geen enkele regering mag haar organisatievorm zomaar aan iedereen opdringen. Ze moet luisteren naar de boodschap, ja, naar de noodkreten van alle sectoren die de wil en het verlangen hebben om samen te werken en bij te dragen aan de welvaart en het welzijn van de samenleving. De geschiedenis heeft voldoende geleerd dat, wanneer de machthebbers niet echt luisteren naar deze kreten van onderuit, en geen deuren openen om in te gaan op de eisen van de uitgesloten sectoren, het dan niet lang duurt voordat de opstand ontploft in gewelddadige acties. Dit kan worden vermeden doordat de machthebbers de institutionele capaciteit ontwikkelen voor echte samenwerking met iedereen, en niet alleen met degenen die dicht bij hen staan en hen naar de mond praten. Mensen en groepen onderdrukken en vervolgen is altijd een uiting van enorme menselijke zwakheid en falen, een schending van de mensenrechten en een obstakel voor vrede (die vrucht is van gerechtigheid).

De eerste vereiste vanuit het Evangelie is gelegen in de praktijk van het leven. Er kan en mag geen scheiding zijn tussen geloof en leven. Vormen van christendom die zich beperken tot aanbidding en lofbetuigingen (vaak geladen met enorme emoties) en die actieve deelname aan de opbouw van de samenleving verbieden – het moge duidelijk zijn dat ze het Evangelie verraden. In veel omstandigheden zal de stem van het Evangelie die gehoord wordt vanuit de uitgesloten sectoren bekritiseerd worden, verworpen en onderdrukt, net zoals Jezus bekritiseerd, verworpen en uiteindelijk gekruisigd werd. Wij geloven dat er een enorme politieke, economische en sociale verantwoordelijkheid ligt bij mensen die (échte) christelijke gelovigen willen zijn en die samenwerken in staats- en overheidsorganen, met leiderschap in het bedrijfsleven en in de maatschappelijke organisaties. Het christelijk geloof zal altijd kritisch zijn, de vooruitgang naar een betere wereld erkennen waar die zich reeds laat zien, maar het zal ook altijd vechten om elke verslechtering op dat vlak te stoppen en alle mensenrechtenschendingen uit te bannen.

Laten we niet bang zijn om geloof en leven, geloof en politiek, geloof, gemeenschap en sectorale organisatie te verenigen en bij elkaar te houden. Net zoals de Kerk er voor iedereen is - laten we denken aan de boodschap van Paus Franciscus op de Wereldjongerendagen in Portugal een paar maanden geleden: ‘Para todos!’- zo moeten we ook in elk dorp, in elke natie, in elke regio en op elk continent, in de hele wereld, strijden opdat er naar iedereen zou geluisterd worden, in de eerste plaats naar degenen die worden uitgesloten, degenen die in armoede leven, degenen wier rechten worden geschonden. Dit zijn de eisen van het christelijk geloof. Laten we daarbij ook denken aan de beroemde uitspraak van de Mexicaanse politicus Benito Juárez: ‘Respect voor de rechten van anderen leidt tot vrede’ (uitgesproken in 1867 reeds!).

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een ander citaat uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Tweeëndertigste Zondag door het jaar-A van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

155 Fe y vida diaria:

https://www.facebook.com/watch?v=749357406088894

Overdenking voor zondag 12 november 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Tweeëndertigste Zondag door het jaar, cyclus A, 12 november 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo III, Ciclo A, UCA editores, San Salvador, p. 388.

Zoeken in Preken Online