32e zondag door het jaar A cyclus 2011 Wijsh 6, 12-16
Mat 25, 1-13
Beste vrienden,
Ze staan buiten voor de poort en ze zijn doodongelukkig. Waar we hier van spreken is meer dan alleen maar een door crisis geteisterd hoopje mensen, zoals ze door Jezus vandaag in het evangelie worden beschreven. Het is nog niet genoeg dat de bruidegom tot diep in de nacht op zich laat wachten. Neen, als hij dan eindelijk komt breekt er onder de wachtende bruidsmeisjes een echte oliecrisis uit, die voor de helft onder hen tragisch eindigt.
Heeft u het ook zo moeilijk met dit beeld van het rijk der hemelen? Herinner u: Jezus begon het verhaal met de woorden “Dan zal het met het koninkrijk van de Hemel zijn als met tien maagden die hun olielampen hadden genomen en erop uit trokken, de bruidegom tegemoet”.
Ergens past dat voor mij toch niet helemaal bij mekaar. Als ik aan het rijk der hemelen denk, dan heb ik toch eerder het beeld van een groot feestmaal of een reuzen party voor me.
Hier krijg ik eerder de indruk alsof het Jezus vergaat als een scholier die zijn opstel terug krijgt met de bemerking:”onvoldoende – naast het onderwerp”! Vinden jullie dat ook niet?
De hele tijd vertelt Hij van het wachten op het feest. Hoe de meisjes daar naartoe gaan en wat ze allemaal doen tot de bruidegom komt. Die dingen waar ik bij “het rijk der hemelen” aan denk, komen helemaal niet voor. Zijn gelijkenis gaat alleen maar over de tijd vóór het feest. Daar dit voor Jezus echter blijkbaar zo belangrijk is, kunnen we niet anders dan ook juist dat vast te houden; dat de tijd vóór het feest en de weg ernaartoe belangrijk is en erbij hoort.
Die tijd noemen we ook de tijd van de Kerk of van het rondtrekkende Godsvolk. Hij maakt ook deel uit van het rijk, alhoewel het misschien wel het meest door crisissen geteisterde deel is.
Maar, de belangrijkste boodschap van deze tekst is volgens mij: Wie op weg gaat om de bruidegom, Jezus Christus, tegemoet te gaan, en daarbij zijn olie niet vergeet, die bevindt zich reeds in dat hemelrijk.
En daar ligt volgens mij juist de kneep: Wie zijn olie niet vergeet. Ik bedoel: bruiloft, bruidegom – dat zijn voor ons heel vertrouwde beelden voor de band tussen God en ons mensen. En maagden? Dat is nu werkelijk geen biologische uitspraak over de vrouwen in kwestie, maar in de tekst staan zij voor een beeld dat het verlangen en de openheid naar God toe moet verduidelijken.
Maar waar gaat het in Gods naam bij de olie over? Net zoals in onze samenleving schijnt het gevaar daarin te liggen dat de groep, die de bruidegom tegemoet gaat, te weinig olie bij heeft. Maar, in tegenstelling tot ons, waar de crisis ontstaat indien iemand anders de oliekraan dichtdraait, is hier iedereen voor zichzelf verantwoordelijk. Daarom nodig ik u uit om samen met mij na te speuren wat het Evangelie ons over de oorzaken van die Bijbelse oliecrisis kan vertellen. En dan kan ik vooraf reeds vertellen dat ik vermoed dat die vijf leeg gebrande lampen symbool zijn voor vijf gevaren die ons op de weg naar Jezus Christus in een crisissituatie kunnen brengen.
De slotzin geeft ons reeds een hint: „weest waakzaam!“ In de vermoeidheid en de slaperigheid van enkelingen – zo zegt Jezus – loert één van de gevaren. Het gaat hier niet om een gewoon indommelen of in slaap vallen. Integendeel: het evangelie troost ons net met de uitspraak dat een normaal indommelen helemaal niet erg is. Want ook de wijze maagden zijn ingedommeld omdat ook zij het niet klaarspelen om altijd alert te zijn. Dus geldt voor iedereen die zich nu slaperig voelt: Van dit evangelie af kan dat – en je mag gerust ook wel eens indutten – misschien zelfs tijdens de preek! Inslapen wordt pas dan fataal als ook de rest niet voldoet. Want de domheid van de dwazen begint reeds veel vroeger. Namelijk door het schuldig verzuim om op weg te gaan zonder proviand. Voor enkele dagen verlof slepen we dikwijls met veel te grote en te zware koffers maar eigenaardig genoeg maken we meestal de vergissing om te denken dat onze spiritualiteit en ons geloof geen voeding nodig zouden hebben. Niet voor niets gaven de eerste christenen hun geloofsbelijdenis niet schriftelijk verder, maar leerden ze gewoon uit het hoofd.
Zij redenering was: “wat ik uit het hoofd ken, verinnerlijkt zich en ik kan alleen maar leven uit datgene wat ik in mij heb. Het zou toch echt bekrompen zijn als we zouden denken dat we ons om ons geloof niet moeten bekommeren; ons er niet kritisch mee moeten bezighouden. Pas als ik dat doe zal ik het kunnen verinnerlijken; zal het als het ware een zich steeds vernieuwende olievoorraad worden die mijn leven voedt en de vlam van mijn geloof brandend houdt.
Natuurlijk is het veel gemakkelijker om dat niet te doen. Vooral als alles goed gaat. Het is zeker minder lastig als je geen zware Jerrycan met olie mee moet slepen; je komt sneller vooruit. En natuurlijk is het gemakkelijker als je geen gewetensbezwaren hebt, als je geen verantwoordelijkheid opneemt, dat houdt je alleen maar op. Maar ook dat duidt Jezus als gevaar. In Zijn gelijkenis is de gemakzucht de oorzaak van het doven van de vlam. En dan helpt ook het motto - “dan halen we het wel bij de buren!” - niet meer. Want dat is het volgende gevaar: “de domheid!” Jezelf wijsmaken:“de anderen zijn er nog, op mij komt het niet zozeer aan“. Dat is gewoon dom!
Het is volgens mij ook helemaal geen slechte wil als de vijf wijze meisjes niets afstaan aan de dwazen. Want ik kan me niet in andermans licht zonnen en mijn eigen duisternis verbergen door naar anderen te verwijzen. Neen, als ik zelf geen enkele moeite doe, dan kan ik die ook niet bij anderen kopen. Of ik moeite doe, mij op weg begeef, mezelf volledig inzet, dat hangt alleen van mij af – dat kan ik niet bij anderen ontlenen.
Met zijn gelijkenis wil Jezus ons voor deze gevaren waarschuwen. En als Hij op het einde zo resoluut oproept tot waakzaamheid, waarschuwt Hij ons gelijktijdig voor nog een groot gevaar dat ons mensen telkens weer belaagt: de blindheid voor de tekenen van de tijd.
Omdat ze blind waren voor de situatie van het ogenblik en er niet aan dachten dat de bruidegom wel eens later zou kunnen komen gaven de dwaze meisjes zich over aan gedachteloosheid, ze pakten geen voorraden in en uit gemakzucht namen ze ook geen olievoorraad mee.
De tekenen van de tijd herkennen en jezelf afvragen wat nodig is, dat bedoelt Jezus met waakzaamheid. Je moet niet zozeer bang zijn om moe en slaperig te worden. Dat de slaap je overvalt kan iedereen gebeuren. Maar je afvragen wat je onderweg nodig hebt om Jezus tegemoet te kunnen gaan. Wat kan ik zelf doen en waar moeten we de last verdelen en wat kan ik met een gerust geweten hier laten. Als we daar, als individueel gelovige en ook als Kerkgemeenschap, over waken, dan hebben we begrepen wat Jezus ons in deze gelijkenis wil zeggen.
Laten we waakzaam zijn – zodat we in geen persoonlijke oliecrisis terecht komen. Of anders gezegd: Let op – want wie te laat reageert, wie te laat komt, wordt door het leven bestraft!!
Amen