31e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Eenendertigste Zondag door het jaar - A 5 november 2023

Evangelie: Matteüs 23, 1-12

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van vandaag de titel: “De Kerk is heilig, maar ze moet gezuiverd worden”. In zijn preek geeft hij commentaar bij het hele hoofdstuk 23 van het Matteüsevangelie. Hij noemt dat hoofdstuk “… een modelhomilie, een sterke aanklacht tegen de officiële godsdienst, tegen misbruiken en tegen ijdelheden, alsook een stevige oproep tot authenticiteit.” Matt. 23 “… geeft de reflectie weer van de eerste christenen over de leer van Christus en laat ons horen hoe de joods-christelijke gemeenschap van Matteüs die leer concreet beleefde (…) “Ze voelden zich omringd door Joden die de christenen als afvalligen beschouwden; in hedendaagse bewoordingen zouden we ze ‘subversieven’ noemen. En deze zogenaamde ‘subversieve strekking’, die Christus op een authentieke manier volgde, was er zelf stellig van overtuigd dat wat zij zegden en deden helemaal geen vorm van subversiviteit was, maar niets anders dan de ware navolging van de Heer, waarover men in gemeenschap reflecteerde.”

Aan het eerste deel van zijn preek van deze zondag geeft de Aartsbisschop als tussentitel mee: ‘De zonden van de Kerk’. We volgen hem nu verder in dit stuk commentaar bij het evangelie van deze zondag.

“Welvaart brengt in de Kerk ook altijd een zekere vorm van ontspanning mee, en dat leidt gemakkelijk tot een zekere ‘verslapping’. Priesters die zich heel goed en comfortabel voelen in hun parochie, let er voor op! De profetie die klinkt in de eerste lezing van deze zondag (Mal. 1,14-2,2b.8-10) verwijst naar een cultus die wel mooi is, maar waar geen engagement van uitgaat. De Kerk van de armen is in deze een criterium van authenticiteit. (…) De ware predikant van Christus is hij die spreekt vanuit de Kerk van de armen, die ernaar op zoek is om in de armoede, in de ellende, in de hoop van hen die bidden in de marginale wijk, in de pijn, in het niet gehoord worden,… een God te vinden die luistert, en die weet dat men alleen door deze stem van de mensen in nood te beluisteren ook God kan leren voelen en Hem op het spoor kan komen. De eerste zonde van de Kerk voltrekt zich wanneer er een tegenstrijdigheid is tussen datgene wat gepreekt wordt en wat gedaan wordt. (…) Ik nodig jullie dan ook uit om naar jezelf te kijken, iedereen zonder uitzondering - van de herders tot en met de gelovigen, om te zien of de aanklachten die wij formuleren betreffende alles wat er misloopt in de wereld, eigenlijk geen serieuze vorm van hypocrisie zijn: misschien zeggen we het wel heel scherp en luid, maar we doen niet wat we zeggen…” (Matt. 23,2).

Mgr.Romero constateert dat, wanneer de Kerk het allemaal goed voor mekaar heeft, wanneer alles rustig is, wanneer alles behoorlijk ronddraait en de verschillende ministeries allemaal hun werk doen,… - dat hij dan heel vaak merkt hoe het evangelisch elan zienderogen verslapt en vaak geruisloos wegebt en dreigt te verdwijnen. Een subtiel gevaar daarbij is dat er (nog) heel veel energie en creativiteit gestoken wordt in een prachtig verzorgde liturgie en in plechtige vieringen van eerste communie, vormsel, huwelijken, doopsels…, terwijl die helemaal niet meer verankerd zijn in het solidaire engagement van de leden van de Kerk en in het leven van de gemeenschap. Mgr. Romero aarzelt hier niet om het te hebben over “de Kerk van de armen**”,** en hij beschrijft in korte maar trefzekere zinnen waar het bij dit soort ‘kerk-vormen’ over gaat: “… een Kerk die ernaar op zoek is om in armoede, in ellende, in de hoop van hen die bidden in de marginale wijk, in de pijn, in het niet gehoord worden,… een God te vinden die luistert, en die weet dat men alleen door deze stem te beluisteren ook God kan leren voelen en Hem op het spoor kan komen.” Alleen in de ontmoeting met ‘arme’ mensen kunnen we ook God zelf ontmoeten, horen wat Hij ons te zeggen heeft en Hem onder ons aanwezig voelen. Zijn rijke mensen dan per definitie uitgesloten uit die ‘Kerk van de armen’? Neen, ook voor hen geldt de radicale evangelische oproep om zich te bekeren, om te breken en te delen wat ze hebben en zijn, om solidair te zijn met de ‘armen’, met lijdende mensen, met mensen die niet gehoord worden, enz… Hoe meer rijkdom men bezit, hoe groter de eisen zijn om die welvaart en overvloed te breken en te delen met wie minder heeft.

“Een andere zonde is die van ‘de strenge, zelfs onmenselijke interpretatie van wetten en geboden’. Dat geldt voor veel moralisten, en ook voor sommige biechtvaders of geestelijke raadgevers. Hoe gemakkelijk leggen we de mensen zware lasten op, terwijl we zelf niet in staat zijn om die te dragen.” (Matt. 23,4). Wanneer in een contact of een pastoraal gesprek met zoekende, zwakke, gekwetste of misbruikte mensen de kerkelijke ambtsdrager, de religieuze overste of een andere geestelijk raadgever zich almachtig voelt en meent in Gods naam te kunnen of te moeten spreken (alsof hij of zij precies weet wie God is en wat Die vandaag aan deze concrete mens in deze situatie te zeggen heeft) en zo aan die mens allerlei ‘zware lasten’ oplegt, dan loopt het toch echt wel de spuigaten uit. Het gaat hier om een ‘zware zonde’, zegt Mgr. Romero.

“En dan is er nog een andere afschuwelijke zonde die zeer frequent voorkomt in kerkelijke kringen: die van de ijdelheid en de huichelarij. (…) Er bestaat inderdaad nogal wat kerkelijke ijdelheid, en die tiert welig in een soort van religiebeleving die in de eerste plaats op zoek is naar opzichtigheid. Zij die deze zonde begaan, willen vooral graag opvallen, ze willen absoluut door iedereen gezien zijn en begroet worden. (…) Wat een belangrijke reden tot kerkelijke (zelf)reflectie is dit gegeven, broeders en zusters! Zoals de Heilige Theresia van Jezus ooit zei: we zijn soms al compleet in de war omtrent de vraag welke titel we nu precies aan prelaten in de Kerk moeten geven: excellentie, eminentie, of wat nog anders… En wat daar dan precies mee bedoeld wordt, begrijpen we zelfs niet eens meer. Het klinkt vaak als een soort van clownerie: ‘Zijne excellentie’ – stel je voor, zoiets zeggen tegen iemand van de Kerk! Hoeveel mooier is dan toch de eenvoudige naam ‘christen’ die geldt voor iedereen! Maar dit zijn bewoordingen en manieren van doen die we nu eenmaal geërfd hebben van vroeger, en vandaag zet het Evangelie ons op dat vlak onder zware kritiek.” (Matt. 23,5-8)

Mgr. Romero hanteert hier toch wel een heel straffe taal, zo (zelf)kritisch als hij ineens is over de eretitels die we gewoon zijn te geven aan priesters, bisschoppen, kardinalen, ja, zelfs aan pausen. Die titels komen uiteraard uit een tijdperk van de westerse geschiedenis dat totaal verleden tijd is, en dat deze manieren van spreken destijds zelf overgenomen heeft uit niet-christelijke culturen, een soort van ‘benoemingen’ die vergelijkbaar zijn met alle mogelijke adellijke titels van weleer. En ook al spraken we hem zelf ook altijd aan met ‘Monseñor’, toch zegt de Aartsbisschop nu in deze preek merkwaardig genoeg dat de eenvoudige naam ‘christen’ voor hem meer dan voldoende zou zijn. Want inderdaad, we zijn toch allemaal broers en zussen van elkaar, samen op weg, met het Evangelie als kompas en Gods Rijk als horizon. Daarom gaat het bij deze ‘zonde’ om veel meer dan alleen maar om de namen en de titels die de Kerk uitgevonden heeft om de gewijde bedienaren uit haar hiërarchie aan te spreken. Het gaat in de eerste plaats over de ijdelheid en de opzichtigheid in het concrete doen en laten, over de manier van zich kleden, niet alleen in de liturgie, maar ook in de samenleving van alledag, over de manier van wonen en zich verplaatsen, over wat ‘verlof nemen’ betekent en ‘op vakantie gaan’…

"’Laat hij die de eerste onder u is, uw dienaar zijn’, zo zegt het evangelie van vandaag (Matt. 23, 11). Dit is het principe dat richting moet geven aan ons gedrag. Hoe groot je ook bent, en hoeveel gezag je ook meent te hebben – laat het niet te merken zijn aan de gebedsriemen, de kwasten of gewaden die je draagt; toon het veeleer in je dienstbaarheid, in je eenvoud, in het feit dat je de eerste wil zijn om jezelf aan te bieden om een ander te dienen. Want aan wie God gezag heeft gegeven, aan hem of haar heeft Hij ook de genade gegeven om het volk te dienen – en dus niet om de mensen ‘daar beneden’ te vertrappen, niet om hun verontwaardiging op te wekken, niet om hen met van alles te belasten. Nee, die verkregen gezagspositie moet het voor wie op één of andere manier ‘de eerste’ is of wil zijn, veeleer mogelijk maken om uit te blinken in het dienen van de ander.” (Mt 23,11)

Van vele heiligen zijn er allerlei minuscule en ‘alledaagse’ details bekend over de manier waarop ze heel concreet dienstbaar waren aan mensen in nood: hoe ze aan mensen onderdak gaven, hoe ze de tafel met hen deelden, hoe ze vreemdelingen ontvangen hebben en het voor hen opgenomen hebben in de samenleving, hoe ze konden luisteren naar de pijnlijke levensverhalen van mensen in alle vormen van nood, hoe ze hun hele hebben en houden deelden (zonder ook maar iets voor zichzelf achter te houden), hoe ze gewoon-buitengewoon ‘beschikbaar’ en ‘dienstbaar’ geleefd hebben.

Die fundamentele dienstbaarheid die beleefd wordt als de concrete geloofspraktijk in het leven van alledag, moet absoluut ook doorgroeien naar het beleid in onze landen. Zeker christenen die zich bevinden op de verschillende niveaus van regeren en leiding geven hebben een specifieke dienstopdracht te vervullen. Want: ‘Structuren die onrechtvaardigheid veroorzaken werden opgelegd aan volkeren waarvan het geloof diepgeworteld is in het christendom. Het gebrek aan samenhang tussen het beleden geloof en het dagelijkse leven is één van de oorzaken van de armoede in onze landen, omdat christenen in het geloof niet de nodige kracht hebben kunnen vinden om hun boodschap van bevrijding en naastenliefde te laten doordringen tot in de criteria en beslissingen van die sectoren die verantwoordelijk zijn voor de ideologische leiding en de organisatie van het sociale, economische en politieke samenleven van onze mensen.’ (zo zegt het Slotdocument van de Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferentie van Santo Domingo,161). Vooral in Latijns-Amerika gebruiken eerder autocratische regeringen nog altijd heel gemakkelijk een religieus-christelijk gekleurde taal om hun eigen volk “te vertrappen” en “hun verontwaardiging op te wekken” (dat is: hen in hun waardigheid te beperken of die zelfs helemaal van hen af te nemen), en “hen met van alles te belasten”. Daarom hebben we als christenen, van hoog tot laag in de samenleving, die dienstopdracht: te strijden voor gerechtigheid en vrede, te ijveren voor allerlei vormen van dialoog die wegen openen om spanningen op te lossen, om geweld uit te bannen, om vooral niemand uit te sluiten. Dat is dan wat we kunnen noemen: de politieke dimensie van onze gelovige dienstbaarheid aan de samenleving.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wie zijn ‘de armen’ (de kwetsbare en gekwetste mensen) in wie de God van Jezus ons bestendig aanspreekt en oproept? Hebben zij voor ons een concrete naam en een herkenbaar gezicht?

Hoe beleven wij in ons dagelijks leven de ‘kleine goedheid’ van de dienstbaarheid?

In welke mate groeien we vanuit ons christen-zijn ook in de ‘politieke’ dienstbaarheid? Op welke wegen durven we ons riskeren om zout en licht, gist en zuurdesem te zijn in de politieke wereld van vandaag?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 129. Eenendertigste zondag door het jaar-A – 5 november 2023.

Zoals Christus zijn ook wij een teken van tegenspraak.

“Dit is het geheim van de heiligheid: dat, als het waar is dat we in de schoot van de Kerk veel zondaars zien, het dan toch blijkt dat deze zondaars bereid zijn om het Woord van vergeving, van hoop en geloof te verwelkomen, en dat zij zich van daaruit beginnen te bekeren. En verder, als het Woord van God eenmaal begonnen is een mens nieuw te maken, doet het verleden er weinig toe. En het moet gezegd: er is veel van dat alles werkzaam aanwezig in ons aartsbisdom, gezegend zij God! Ik kan dan ook, net als St. Paulus, tegen veel van mijn toehoorders - niet tegen allen, maar toch tegen velen van hen - met recht en reden zeggen: Ik dank God dat u mijn woord ontvangt zoals het werkelijk is, als het Woord van God. Want velen ontvangen het als ware het slechts het woord van een mens, of soms zelfs als het woord van een vijand, als het woord van een subversief iemand misschien, ja zelfs als het woord van iemand die alleen maar het kwade wil. Dat is nu eenmaal het trieste lot van degene die het Woord van God verkondigt: dat hij, net als Christus, onvermijdelijk en altijd weer een teken van tegenspraak zal zijn. Maar, gezegend zij God daarvoor! Want juist die vaststelling maakt duidelijk dat het voertuig van Gods Woord, ook al is het misschien wat onaangepast en rudimentair in zijn vormgeving en lijkt het soms eerder nutteloos, toch slechts een voertuig is en niets meer. Wat van belang is, is datgene wat zich in het voertuig bevindt: het Woord van God, dat in de harten van de toehoorders wordt opgenomen en aanvaard, en daar heiligheid en leven werkzaam maakt. En precies omdat dit hier ter plaatse ook telkens weer gebeurt is er zoveel heiligheid in onze gemeenschappen. (…) En zo wordt vanuit onze zondagse eucharistie een Kerk van zondaars zoals de onze, gaandeweg en dankzij het Woord van God dat er gepredikt wordt, ook een Kerk van heiligheid. Amen.”

De titel van de homilie van Mgr. Romero voor deze zondag luidt: “De Kerk is heilig, maar ze moet gezuiverd worden”. Nadat hij het uitgebreid gehad heeft over “De zonden van de Kerk” zoals ze opgesomd worden in Matt. 23, besluit de Aartsbisschop zijn homilie met het bovenstaande citaat dat vandaag onze bron van reflectie is, onder de subtitel: “Waar is de bron van deze heiligheid**?”.** Daarvoor vertrekt hij bij de tweede lezing uit de liturgie van vandaag: 1 Tess. 2,13, waar geschreven staat: ‘Wij danken God dan ook onophoudend dat u Zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: het Woord van God, dat werkzaam is in u, die gelooft.’

Volgens Aartsbisschop Romero begint het geheim van de heiligheid van de gelovigen steevast met de openheid en de bereidheid die ze betonen om te luisteren naar het Woord van God in en doorheen het woord dat door de predikant wordt uitgesproken. En in het feit dat ze dan, als volgende stap, het proces van voortdurende bekering daarop laten volgen. Voor Mgr. Romero is dit een permanent ‘uitzuiveringsgebeuren’ dat zich moet voltrekken in het leven van elke gelovige, van elke kerkelijke gemeenschap, en van de Kerk op alle niveaus.

De ervaring heeft ons geleerd dat het niet altijd zo gemakkelijk is om te luisteren naar ‘het Woord van God’, en om dat als vanzelfsprekend te herkennen in het woord dat wordt uitgesproken door degene die voorgaat in de viering, die de homilie houdt of de overweging geeft. Reeds in het Eerste Testament worden de profeten die dienstbaar waren aan de koningen, zowel in Israël als in de naburige volken, door sommigen aan de kaak gesteld. Zie bijvoorbeeld in Jer. 23, 16 waar gezegd wordt: ‘Luistert niet naar de woorden van deze profeten, want zij misleiden u en vertellen u de visioenen van hun eigen verbeelding en niet wat uit de mond van Jahweh komt.’ Door de geschiedenis heen zijn er steeds weer priesters en profeten geweest die spraken en handelden in dienst van de koloniale en de politiek-militaire macht. Misschien is in de wereldgeschiedenis van vandaag de treurigste en meest bekende figuur in deze wel de patriarch van de Russisch-orthodoxe Kerk die, als trouwe bondgenoot van de Russische president, de oorlog tegen Oekraïne rechtvaardigt en zegent. Maar ook in de VS bijvoorbeeld is er geen tekort aan bisschoppen die het denken en doen van iemand als Trump rechtvaardigen. In andere religies zien we hoe zich dezelfde fenomenen voordoen, bijvoorbeeld wat betreft de (islamitische) religieuze rechtvaardiging van de totale uitsluiting en vernedering van vrouwen in Afghanistan.

Natuurlijk is de opdracht om goed, aansprekend, oproepend en bijbels-verantwoord te preken tijdens de zondagse eucharistieviering geenszins eenvoudig, en brengt het een enorme verantwoordelijkheid mee voor diegene die deze taak op zich neemt. We kennen allemaal wel predikanten die een ahistorische boodschap verkondigen, ofwel door het zopas voorgelezen evangelieverhaal in hun preek nog eens helemaal opnieuw te vertellen (soms met toevoeging van hun eigen details!), ofwel door alleen maar een stel theoretische en theologische leerstellingen te verkondigen, ofwel door de toehoorders vanuit hun eigen strenge morele concept te berispen en op de vingers te tikken… Maar er zijn gelukkig ook anderen die als voorbereiding van hun preek uitvoerig de tijd nemen voor gebed en bezinning (met de Bijbel in de ene hand en de krant-van-de-dag in de andere, en met het oog scherp gericht op wat daar aan gebeurtenissen in verteld wordt). Zij gaan uit van het echte leven van de lokale gemeenschap en van haar omgeving, met zijn wonden én met zijn hoop , en in wat ze daarover zeggen stellen ze zich open voor het licht en het vuur van de Geest.

Het is voor de verzamelde gemeenschap uiteraard niet zo gemakkelijk om het Woord van God in een eucharistieviering goed te kunnen horen in en doorheen de woorden die de predikant uitspreekt, en om duidelijk te kunnen onderscheiden wat dat Woord ons vandaag te zeggen heeft. Monseigneur Romero geeft ons daarvoor echter wel een heel belangrijk criterium mee. Als de mensen die naar de preek luisteren zich uitgenodigd en geroepen voelen tot bekering; als ze vanuit het woord van de predikant dat ze hebben beluisterd besluiten om concrete stappen zetten naar een leven dat meer en beter het leven van Jezus en de waarden van het Koninkrijk van God weerspiegelt, dàn, en dan alleen, is het woord van de predikant zeker een goed ‘voertuig’ geweest van het Woord van God. De Aartsbisschop verwijst daarbij naar “… het Woord van God, dat in de harten van de toehoorders wordt opgenomen en aanvaard, en daar heiligheid en leven werkzaam maakt”. Hijzelf heeft, net als Paulus, de ervaring mogen meemaken dat zijn menselijk woord het licht en het vuur van de Geest van Jezus onder zijn toehoorders heeft kunnen brengen. Als het werkelijk het Woord van God is dat in de preek wordt uitgesproken, dan bevordert de boodschap die in de prediking wordt meegegeven dat voortdurende proces van bewustwording van onze fouten en nalatigheden (wat we ‘zonde’ noemen), maar het leidt ook tot een proces van bekering en het vormt een aanzet tot getuigenis van nieuw en heilig leven.

Tegelijkertijd deelt Monseigneur Romero ons zijn ervaring mee dat er ook mensen zijn die met slechte en kwade wil naar zijn menselijk woord als predikant luisteren “… omdat velen het ontvangen als slechts het woord van een mens, soms zelfs als het woord van een vijand, als het woord van een subversief iemand misschien, ja zelfs als het woord van iemand die alleen maar het kwade wil.” Zij die zelf op eigenzinnige wijze hun eigen goden van macht en rijkdom hebben gecreëerd, verdragen het authentieke profetische woord niet. Ze manipuleren het, ze verdraaien het in zijn tegendeel of steken het ijlings in de doofpot. Ter verdediging van hun eigen belangen beschuldigen ze de christelijke predikant van communisme, terrorisme en subversie; ze bestempelen datgene wat hij zegt als een gevaar voor de vrede en noemen het opruiende rotzooi die met wortel en al moet worden uitgeroeid. Mgr. Romero heeft dit aan den lijve ondervonden, en het is precies daarom dat hij werd vermoord. In onze tijd zullen die tegenstanders dan weer andere concepten vinden om degenen die het Evangelie van Jezus verkondigen te beschuldigen, om hen te bedreigen en uit de goegemeente te verdrijven, om hen gevangen te zetten, enz… Aartsbisschop Romero zegt: “Dat is nu eenmaal het trieste lot van degene die het Woord van God verkondigt: dat hij, net als Christus, onvermijdelijk en altijd weer een teken van tegenspraak zal zijn.” In de wereld zoals die vandaag gestructureerd is en functioneert, zal de verkondiging van het Evangelie altijd in conflict komen met de economische, politieke en militaire machten. In elk land doet dit fenomeen zich op een welbepaalde manier voor, maar hij die het Woord van God predikt zal hoe dan ook altijd een “teken van tegenspraak” zijn. Wee de predikanten die hun ogen sluiten voor het lijden van hen die honger hebben, voor de migranten voor wie er geen opvangplaats is, voor hen die buitengesloten worden uit de maatschappij,… terwijl ze ondertussen met luide stem de machthebbers prijzen! Prediking en christelijk leven die geen ‘tekenen van tegenspraak’ zijn tegenover de machthebbers, moeten ernstig in vraag gesteld worden.

Onze weg als christen (en zeker als predikant of getuige van het Woord) zal geen andere zijn dan deze die Jezus van Nazareth ten einde toe is gegaan. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog twee andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Eenendertigste Zondag door het jaar-A van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

154 Cristiano:

https://www.facebook.com/watch?v=1445735582541982

153 La Iglesia de los pobres:

https://www.facebook.com/watch?v=3094255437556414

Overdenking voor zondag 5 november 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Eenendertigste Zondag door het jaar, cyclus A, 5 november 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo III, Ciclo A, UCA editores, San Salvador, p. 377.

Zoeken in Preken Online