30e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,
De eerste lezing is ontleend aan het boek Exodus. Dat betekent: Uittocht. Het is het tweede boek uit de bijbel. Het eerste deel beschrijft uitvoerig het vertrek van de Joden uit de slavernij in Egypte. Het tweede omschrijft tot in detail hoe mensen zo met elkaar moeten omgaan dat ze steeds waarachtiger een gemeenschap worden van vrije mensen en niet verworden tot een organisatie van profiteurs. Het boek eindigt met precieze voorschriften voor de inrichting van Gods woonplaats en alles wat daarbij komt kijken.
Het vraagt een grote verandering om na 500 jaar slavernij in Egypte te gaan leven als een vrij volk dat door de woestijn heentrekt. Als slaaf ben je niemand, heb je niets en zit je als het ware als een beest vast aan een ketting. Je bent vreemden voor elkaar, je hebt niets met elkaar. Je probeert zoveel mogelijk voor je zelf binnen te halen zoals een dier probeert ook de portie van een ander op te slurpen.
Het vraagt heel wat om van kudde tot gemeenschap te worden, waar men eerbied en aandacht voor elkaar heeft, waar men deelt en niet langer zo veel mogelijk naar zich toehaalt.
Het is niet genoeg om even wat aardig of lief te zijn. Het vraagt een heel nieuwe instelling: aandacht hebben, verwondering toelaten, zich gezegend voelen door een ander, blij zijn dat de ander er is en dat laten merken.
In de eerste lezing hebben we een aantal praktische voorschriften gehoord die het leven in een gemeenschap veilig stellen, zoals een vreemde goed behandelen, weduwen en wezen niet kaalplukken, geen rente eisen als je aan iemand geld leent, (ook de Koran heeft dat gebod.) En als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die ’s avonds wel teruggeven want daar moet hij in slapen.
Dat is al heel wat. Toch gaat Jezus veel verder: De Heer uw God beminnen. Dàt is het eerste en voornaamste gebod. Het tweede is daarmee gelijkwaardig:“gij zult uw naaste beminnen, want hij is als jij”. Dat sluit naadloos aan op de Gulden Regel die al 3000 jaar oud is: “Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doet dat ook aan hen.”
Dat soort dingen hebben we al ontelbare keren gehoord. Zo vaak dat ze ons nauwelijks meer raken. We doen soms alsof iemand liefhebben neerkomt op een ander voor lief nemen.
Als we die vertrouwde woorden nu eens een nieuw perspectief geven. We kunnen ze verstaan vanuit dat Exodus standpunt: we zijn nog steeds in een proces van uittocht verwikkeld: vanuit begrensde menselijkheid waar nog steeds iets van slavernij in zit: gewoontes, dingen waar we aan vast zitten: dat zijn we gewend, dat hebben we altijd zo gedaan, zo ben ik nu eenmaal. We gedragen ons nog onbewust als de priester en de leviet die met een boog heenlopen om het slachtoffer van een overval, als de oudste zoon die het te gek voor woorden vindt dat zijn vader die nietsnut van een broer zo feestelijk en hartelijk ontvangt, als een goede herder die goed op zijn 99 schapen past en dat ene domme beest aan zijn lot overlaat. We zijn bij lange na nog niet toe aan de barmhartigheid die Jezus op het oog heeft als hij het tweede gebod gelijkwaardig noemt aan het eerste.
We kunnen dat woord Exodus vervangen door het begrip evolutie. Dan is de conclusie: we zijn nog niet af, we zijn nog onderweg naar het beloofde land, we hebben nog een lange weg te gaan, lichamelijk zien we er al een stuk aardiger en vriendelijker uit dan onze voorouders van zo’n 500.000 jaar terug. Toch kunnen we volgens deskundigen nog onvoorstelbare vorderingen maken. Juist zoals het beminnen van God, vraagt die evolutie naar nog vollediger mens-zijn de inzet van “geheel ons hart, geheel onze ziel en geheel ons verstand.”
We denken God kwijt te raken, nu we hem steeds minder zoeken of terugvinden in kerken en plechtige taal van religieuze autoriteiten.
Als we dan, in dat voortgaand proces van de evolutie, met geheel ons hart, geheel onze ziel, en geheel ons verstand werken aan toenemende menselijkheid en menslievendheid onder elkaar, zal God samen met ons onderweg blijken te zijn, als een naamloze vreemde, zoals Jezus meeliep met de leerlingen op weg naar Emmaüs.
Onthoudt daarbij wel: evolutie werkt zich vooruit met hele kleine pasjes. Die doen het hem. Sla die niet over! \

Zoeken in Preken Online