Bij het voorbereiden van deze viering kwamen onze gedachten steeds terug bij de gebeurtenissen van afgelopen week in Venlo. Daar waar een student opkwam voor een oudere vrouw en twee jongeren aansprak op hun rijgedrag. Het kwam hem duur te staan, hij moest het bekopen met zijn leven.
En daar zaten we dan met ons mooie evangelie: “bemin God, met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand. En daarmee gelijk: bemin je naaste als jezelf”.
Het lijkt dan een mooi praatje, dat niets meer met de realiteit van alle dag te doen heeft.
Het lijkt wel of de afstand tussen wat er in onze wereld gebeurt en de manier waarop we ons leven leiden enerzijds en de woorden van Jezus en Mozes anderzijds steeds groter wordt.
Vroeger, en daarmee bedoel ik de tijd die de meeste ouderen onder ons zich kunnen herinneren, werd sterk de nadruk gelegd op het eerste gebod (u zult de Heer uw God liefhebben) en de helft van het tweede (bemin uw naaste). Dat je daarbij ook van jezelf moest houden, werd maar zelden benadrukt; dat neigde al gauw naar egoïsme. De laatste jaren is er een duidelijke verschuiving naar individualisme, naar meer (sommigen zullen zeggen: veel te veel) ik-betrokkenheid.
De vraag rijst dan: waarom is dat zo gekomen, waarom hebben wij dat nodig in deze tijd? Kunnen wij mensen nog wel blij zijn met ons zelf? Hoe moeilijk is het om van jezelf te houden, jezelf te accepteren. We hebben vaak een laag beeld van onszelf. We moeten zoveel van onszelf en kunnen dat niet halen. We kunnen ideaalbeelden over onszelf voor ogen hebben (misschien van huis uit ingeprent of door de reclamewereld, of door de verwachtingen die anderen van ons hebben), waar we nooit aan kunnen voldoen. Afgelopen week stond in Trouw een artikel van een pas afgestudeerde theologe met als titel: voor God ben ik zo wel goed genoeg! Ik vond het treffend gezegd; ik wilde dat ik haar dat vol overtuiging kon nazeggen. Het is een genade, denk ik, als je zo kunt loslaten en afhankelijk durft te zijn van anderen en van De Ander (met een hoofdletter).
In Jezus’ visie draait alles om de liefde, Jezus’ boodschap is een uitnodiging (geen gebod) een levenshouding van liefde: niet in de zin van zoete romannetjes, de liefde is meer dan een aangenaam gevoel; liefde is voor hem radicaal, maakt onrustig en onvoorwaardelijk. Steeds weer vertelt Hij verhalen waarin God naar voren komt als Liefde, als Mededogen en Barmhartigheid voor iedereen, maar vooral de zwakke en weerloze mensen. In het oude testament wordt Gods liefde zelfs zo beschreven dat toorn en het zwaard hen zullen treffen die weduwen en wezen onrecht aandoen. Het laat God niet onberoerd hoe er met mensen omgegaan wordt.
Uit liefde, uit mededogen!
Die weg van liefde -voor God, voor onze naaste, voor onszelf- die weg gaat niet vanzelf. We willen het diep in ons hart wel, maar we moeten het leren in het leven van alledag. Het ontbreekt ons vaak aan kracht en moed en we zijn ook soms zo behoeftig. Onze ogen zijn soms door vooroordelen vertroebeld. Jaloersheid, wrok, onverschilligheid of hebzucht liggen vaak op de loer. Die verschralen het leven danig. We bouwen dan muren om ons heen, betrekken alles op onszelf en kunnen daarin stikken. Maar we kunnen ook kiezen voor een andere weg: uit onszelf treden, loslaten en, o wonder, jezelf vinden. Het gaat om een keuze keer op keer. Welk gevoel laat ik winnen! Het dagelijks leven is de leerschool van de liefde: voor de naaste en voor jezelf en daarmee ook voor God.
“De kwaliteit van de samenleving kun je aflezen aan de mate van aandacht voor de zwakste schakel”, dat is het thema van een bezinningsdag in Vught.
“U mag de vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken (….); Weduwen en wezen moet u geen onrecht aandoen (…) want roept hij mij om hulp, dan zal ik hem verhoren” , zo spreekt Jahwe in de eerste lezing uit Exodus.
Als God zelf de mens gemaakt heeft naar Zijn beeld en gelijkenis, dan mag niemand denken: dat geldt niet voor mij; je zou jezelf daarmee onderschatten. Je mag ook niet denken: dat geldt niet voor hem of haar; want daarmee zou je anderen tekort doen.
Daarom wordt sinds die tijd echte godsdienstigheid afgemeten aan de mate waarin wij opkomen voor de zwakste schakels in onze samenleving. Daarom kan wat de jongeman in Venlo gezegd heeft, niet ongezegd blijven. Misschien liggen daar toch de wortels tot een andere samenleving, waar liefde en barmhartigheid geen mooie woorden blijven, maar werkelijkheid worden; als we daar maar zelf van overtuigd zijn en in ons leven proberen te realiseren.