30e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Goede afspraken vereenvoudigen het leven.
Zij geven aan wat je best doet of nalaat.
Zo bieden goede wetten eveneens bescherming en houvast.
Zij waarborgen een zekere graad van menswaardigheid
en grijpen in waar het minimum aan respect en rechtvaardigheid niet wordt geëerbiedigd.
Mensen kunnen echter wetten op verschillende manieren invullen.
Veel hangt af van de ingesteldheid waarmee zij wetten en afspraken aanvaarden en naleven.
Sommigen doen dit naar de letter, bij anderen merk je een zekere soepelheid
die weet onderscheid te maken tussen wat belangrijk en minder belangrijk is.
Immers niet alle wetten zijn even levenbevorderend.

In Jezus’tijd was het geloof in Jahwe een wettische aangelegenheid geworden.
De joodse mens krijgt zoveel verplichtingen, geboden en verboden voorgehouden
dat zijn relatie tot God is verworden tot een zakelijke aangelegenheid van geven en verdienen.
Het is dan ook te begrijpen dat Jezus’houding ten aanzien van de wet
één van de meest kwetsbare punten uit heel Zijn optreden is.
Bij Hem is het om de geest van de wet te doen,
het geluk en het welzijn van mensen is belangrijker dan het strikt navolgen van wetten en regels.
En dat vinden de Farizeeën en Schriftgeleerden niet geoorloofd.

De vraag:“wat is het voornaamste gebod?” betekent eigenlijk:
Wat is het kernwoord uit de Schrift, waaruit je al het andere kan afleiden?
Voor de rabbijnen was dit een omstreden kwestie.
Volgens Jezus is het kernwoord “liefhebben”.
“Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
geheel uw verstand en anderzijds je naaste gelijk jezelf.”
En Jezus voegt eraan toe: het één kan niet zonder het ander,
de twee zijn niet van elkaar te scheiden.
Als je tekort schiet in de liefde tot de naaste,
schiet je tekort in de liefde tot God en omgekeerd.
Heb je iemand lief, dan bemin je God;
tref jij een medemens dan tref je God.

“Liefde” is een woord dat veel mensen in de mond nemen.
Er wordt in alle talen over liefde gezongen alsof wij van nature liefhebbende mensen zijn.
Wij verlangen ernaar ombemind te worden,
doch zelf beminnen van anderen ligt soms moeilijk binnen ons bereik.
In onze beste bedoelingen schuilt vaak nog zoveel eigenbelang.
De ander liefhebben zonder onderscheid is een hele opgave.
Jezus was voor ons hierin een voorbeeld.
Hij heeft zich totaal vereenzelvigd met de mens
en nog het meest met de gekwetste en zwakke mens.
Hij beminde zonder een tegenprestatie te verwachten en dat is niet zovanzelfsprekend.
Die gratuite liefde verwacht Hij ook van ons.

Zoeken in Preken Online