Teksten, gedachten en gebeden bij de 30° zondag door het jaar - A
Inleiding op de beide lezingen
Pas einde jaren zestig van de vorige eeuw werd men zich in het Westerse christendom stilaan bewust van de ‘politieke strekking’ van de Schrift. Het was vooral een tekst van de joodse wijsgeer Emmanuel Levinas, die daarbij in de loop der jaren steeds sterker is doorgedrongen. In een beroemd opstel onder de titel ‘Verantwoordelijkheid’ schreef hij het volgende: ‘In het feit dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale gerechtigheid samenvalt, ligt de hele geest van de Joodse bijbel. Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling.’
Op dat moment werd in alle christelijke kerken nog heftig gedisputeerd over de vraag of de ‘horizontale’ relatie van mens tot mens, de zogenaamde ‘medemenselijkheid’, niet ondergeschikt is aan de ‘verticale’ relatie met God. Levinas kwam toen met dit statement. Een relatie aangaan met God op een volwassen manier kan alleen via de relatie tot de mens, waarin het contact met het goddelijke zich voltrekt. En dan gaat het niet om een soort geestelijke vriendschap, maar een vriendschap die zich uit, bewijst en voltooit in een rechtvaardige politiek en economie, waarvoor iedere mens ten volle verantwoordelijk is. En ‘rechtvaardig’ betekent in deze altijd: gericht op de lotsverbetering van de armsten in de wereld. Alleen door je persoonlijk ten volle verantwoordelijk te stellen voor deze kleinsten van je broeders, dien je waarachtig God.
Levinas noemt deze levensleer dus een ‘godsdienst van volwassenen’.
Exodus 22,20-26
‘Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen
en hem het leven niet moeilijk maken
want ge hebt zelf als vreemdeling
in Egypte gewoond.’
Tegenover de kleinzielige verplichtingen van de Joodse voorschriften stelt Jezus de liefde tot God en tot de evenmens. Dat is voor Hem de Wet. De twee geboden van het Oude Testament zijn er voor Hem slechts één. Voor de christen is de liefde tot alle mensen niet te scheiden van de liefde tot God, die de bron is van alle liefde.
Matteüs 22,34-40
‘Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?’
Jullie zijn zelf vreemdeling geweest
‘Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen
en hem het leven niet moeilijk maken,
want ge hebt zelf als vreemdeling
in Egypte gewoond’ (Exodus 22,20)
Dit woord over de liefde tot de vreemdeling is geen bevel maar een voorbede, het smeekt ons. Het zegt: jij bent toch zelf ooit een vreemdeling geweest, in een of ander Egypte, in een of meerdere diensthuizen?
‘Daar heb ik nog nooit over nagedacht,’ zeg je.
Denk je dan nú eens in dat ze weg zijn, je vrienden, je geliefde, je kinderen, je ouders, allen die wij ‘onze relaties’ noemen. En wég zijn ook al je rechten, zekerheden en bezittingen. Stel dat het jouw positie en ‘status’ was: een vreemdeling te zijn, iemand die op genade en ongenade overgeleverd is in de handen van andere mensen.
Het komt wel eens voor, zelfs in onze tegen allerlei eventualiteiten verzekerde samenleving, dat iemand de ongemakkelijke eer te beurt valt een ‘vreemdeling’ tegen het lijf te lopen. Heb hem lief die jouw God is of, met andere woorden, heb lief die vreemdeling. Dat heb je niet zelf bedacht, je kijkt wel uit. Dat heb je gehóórd, of je wilde of niet. Eerst wilde je niet, toen heb je geluisterd. Als je ‘in contact’ komt met een vreemdeling, kan het je duidelijk worden hoe concreet de mogelijkheid tot liefde is, en wat dat behelst, ‘liefde doen’.
Liefde omvat recht en genade, rechtvaardigheid en ontferming. Maar wat halen die úít zonder volharding? Wat heeft een vreemdeling aan één moment van ontferming? Liefde omvat dus volharding, trouw. Maar trouw vraagt om geduld. En geduld vraagt om tact. Maar tact breng je niet op zonder hoop, de redelijke hoop dat al die liefdestactiek tot iets leiden zal. Dus behoort tot de liefde dat je een nuchtere taxatie maakt: wat kan ik aan, en wat heeft hij het eerst nodig, en hoe moet het dan verder; waar haal ik de tijd en het geld vandaan; waar zal hij zich veilig voelen, en hoe houden we het vol met elkaar – is het redelijk te denken dat het allermoeilijkste zal lukken?
Dat zijn liefdesoverwegingen, zo vragen en denken hart en verstand.
Er staat niet dat je ze moet omarmen en niet dat je warme gevoelens voor ze moet koesteren. De uitleg van het woord ‘liefde’ is ‘brood en kleding’. Brood en kleding zijn elementaire levensbehoeften. ‘Liefhebben’ blijkt in die spreuk over de vreemdeling te betekenen: in leven laten; in het leven, dat meest kostbare mensenrecht.
Zoals ‘liefde’ tot je naaste wortelt in het besef van gelijkheid, dat je bent zoals hij of zij: zo wortelt ‘liefde’ tot de vreemdeling in het besef dat je ook zelf een vreemdeling bent, geweest bent, kunt worden. Wie het leven een beetje kent, sluit dat niet uit.
Huub Oosterhuis in ‘De vreemdeling en de bijbel’ – Amsterdam University Press
Voorbeden:
Voor vluchtelingen en asielzoekers,
voor die mannen, vrouwen en kinderen, die tevergeefs vragen om opvang,
dat zij een plaats mogen vinden in een woning,
dat zij in warme menselijkheid worden opgevangen en begeleid.
Laat ons bidden…
Voor onze kerkgemeenschap,
dat wij, in de voetsporen van Jezus Christus,
vreemdelingen in ons midden gastvrij onthalen,
onze angsten en vooroordelen leren overwinnen
om de ander in openheid tegemoet treden.
Laat ons bidden…
Voor de verantwoordelijken van onze kerkgemeenschappen,
dat zij creatief mee zoeken naar mogelijkheden
om mensen, middelen en woningen dienstbaar in te zetten
voor sociale noden voor wie behoeftig is.
Laat ons bidden….
Weggewaaid
Vluchteling?
Maar ik ben geen vluchteling,
want ik ben niet gevlucht.
Ik ben weggewaaid
als een blad van een boom.
Er is in ons land
een verschrikkelijke wind opgestoken,
een wind vol vuur en verkrachting,
en op een dag,
op een dag die ik me niet meer durf te herinneren,
ben ik weggewaaid.
Wie zou er uit zichzelf vluchten,
wie zou zonder afscheid te nemen
z’n eigen huis,
z’n eigen dorp of stad,
z’n eigen land,
z’n eigen familie in de steek laten
en dan
ergens aankomen
waar je niet welkom bent?
Vluchtelingen zijn nooit welkom
nergens;
dat weet iedereen.
Dat heeft zelfs de geschiedenis
al zo vaak bewezen.
Waarom zou je dan vluchten,
waarom een langzame dood
in een vreemd land,
als je op de drempel van je eigen huis
ook kunt sterven?
Vluchtelingen bestaan niet,
er bestaan alleen weggewaaide mensen
die door de wind
over de wereld zijn geblazen.
Uit: ‘Mirad, een jongen uit Bosnië’, tekst Ad de Bont
Wanneer begint de dag?
Een oude rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen: ‘Hoe kan je het moment bepalen, waarop de nacht ten einde loopt en de dag begint?
‘Is dat het moment waarop je uit de verte een hond van een schaap kunt onderscheiden?’, vroeg de één.
Maar de rabbi was niet tevreden met dit antwoord.
‘Is het als je van verre een dadelboom van een vijgenboom kunt onderscheiden?’, vroeg een ander.
‘Nee’, zei de rabbi.
‘Maar wat is dan het antwoord?’, vroegen zijn leerlingen.
Toen zij de rabbi: ‘Het is als je in het gezicht van een mens kunt kijken en daarin je zuster of broeder ziet. Tot dat moment is de nacht nog bij ons.’ (Chassidisch verhaal)
Onze vader onze moeder verborgen
Onze vader onze moeder verborgen
dat wij uw gelaat ontdekken
in de vreemdeling, de vluchteling
de ander
mens van U.
Onze vader onze moeder verborgen
die in de hemelen zijt,
dat uw hemel zichtbaar wordt op aarde
zodat het kruis
wordt opgeheven
ten leven
Onze vader onze moeder verborgen
geheiligd worde uw naam,
tussen hemel en aarde
tussen werelden en kometen
maar vooral tussen mensen
als een brug.
Onze vader onze moeder verborgen
Uw rijk kome
de eenzaamheid verdwenen
de liefde alomtegenwoordig
(h)erkenning
Onze vader onze moeder verborgen
Uw wil geschiede
uw leefregels
eindelijk gedaan
geleefd…
samen-geleefd.
Onze vader onze moeder verborgen
…op aarde als in de hemel
in die liefdevolle blik
dat barmhartige gebaar
op aarde een stukje van de hemel
zichtbaar.
Onze vader onze moeder verborgen
geef ons heden
werk dat recht is
waar niet de één de ander uitbuit
krom maakt
breekt.
Onze vader onze moeder verborgen
… ons dagelijks brood …
dat het doorklinkt
hoe mensen brood
voor elkaar kunnen zijn
en rozen
kracht, geur, leven.
Onze vader onze moeder verborgen
vergeef ons onze schulden
dat de armste landen leven
dat de armste mensen leven
dat wij leven in overvloed.
Onze vader onze moeder verborgen
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren
… dat zij bidden
… dat wij bidden
… dat er in godsnaam
leven is
voor allen.
Onze vader onze moeder verborgen
en leid ons niet in bekoring
geen hamer op elkaars handen
geen kruis in elkaars gezicht.
Onze vader onze moeder verborgen
verlos ons van het kwaad
van het onrecht
van de pijn
van de dood.
Onze vader onze moeder verborgen
van U is het koninkrijk
dat Rijk van recht en vrede
van barmhartigheid
van liefde en aandacht
jouw armen om mij heen.
Onze vader onze moeder verborgen
de kracht, de heerlijkheid
dat deze ergens zijn
kom ze brengen
ik kom ze halen
eindelijk rust.
Onze vader onze moeder verborgen
tot in eeuwigheid
dat ik volop leef
dat hij volop leeft
dat wij volop leven
dit visioen…
zet mij op de voeten
ten leven.
AMEN.
(uit de tekstbrochure van Tot leven komen | Kruisweg van de immigrant)
GEBED – als openingsgebed of slotgebed te gebruiken in de viering.
God,
Gij die niemand uitsluit,
Gij die niet woont
in enig werk van mensenhanden,
zie hoe op onze dagen
het recht van de sterkste regeert,
de aarde wankelt.
Gij die de slachtoffers van dit systeem
kent van naam en van gezicht,
Gij die genoemd wordt
‘God van de kleinen’,
neem Uw verblijf in ons.
Wek in ons de zachtheid en de kracht
om goed te zijn.
Verlicht ons geweten.
Maak ons tot bondgenoot
van uitgesloten mensen.
Bekeer ons vandaag en alle dagen,
tot wij zusters en broeders zijn geworden van elkaar
en van Uw geliefde Zoon
Jezus van Nazareth,
Amen.
EEN CHASSIDISCH VERHAAL – bijvoorbeeld te lezen als bezinning na de communie.
Een man zocht bescherming bij een rabbijn. Hij vertelde hem dat hij voor soldaten op de vlucht was en dat hij gedood zou worden als ze hem vonden. De rabbi besloot de vluchteling onderdak te bieden, maar zijn daad stuitte op weerstand van de dorpsbewoners. “Waarom heb jij die vluchteling gastvrij in je huis opgenomen? Wat gaat er straks met ons gebeuren?”, vroegen zij.
De rabbi wees erop dat de Thora de opdracht geeft vervolgden die met de dood worden bedreigd gastvrijheid te verlenen. De inwoners van het dorp vreesden echter
represailles waarbij het hele dorp uitgemoord zou worden. Zij vroegen de rabbi een oplossing te zoeken en de vluchteling uit te leveren.
De hele nacht bestudeerde de rabbi de uitleg van de Thora. Pas toen het al ochtend was, vond hij een tekst die luidt : “Omwille van één man hoeft niet het hele volk om te komen”. Hij las de vluchteling de tekst voor.
Op dat ogenblik kwamen de soldaten het dorp binnen en vroegen : “Zeg ons waar de vluchteling zich schuilhoudt, anders zullen wij het hele dorp in brand steken”. De rabbi antwoordde : “Hier is hij, jullie kunnen over hem beschikken…”
Uitgelaten omdat het gevaar was afgewend, vierden de mensen van het dorp de hele dag
feest. Maar de rabbi liet zich niet zien. In zijn kamer staarde hij verdrietig en vol schuldgevoel
voor zich uit.
Op dat moment kwam Elia binnen, de profeet die de komst van de Messias aankondigt.
Hij zei tot de rabbi : “Wat heb jij gedaan?” De rabbi antwoordde : “Ik heb één mens laten omkomen om het hele volk te sparen.” Daarop zei Elia : “Die opgejaagde vluchteling was de Messias.”
“Maar hoe kon ik dat in Godsnaam weten ?”, vroeg de rabbi.
Elia zei : “Als je niet de hele nacht in de boeken had gezocht, maar één keer naar het gezicht van de man had gekeken, dan was het voor jou meteen overduidelijk geworden…”
VOORBEDEN
Bidden wij :
Om verantwoordelijkheidszin bij de machten en krachten in deze wereld
die vluchtelingenstromen in de hand werken.
Dat zij bij al hun plannen en realisaties
de concrete mens en zijn persoonlijk drama
niet uit het oog verliezen. Laat ons bidden.
Om een geest van gastvrijheid bij de gastlanden,
zeker in het rijke Westen.
Dat zij hun rijkdom en mogelijkheden
niet angstvallig afschermen,
maar met wijsheid en begrip wegen zoeken
voor het geluk van allen.
Laat ons bidden.
Om solidariteit en edelmoedigheid bij onszelf,
die een vluchteling ontmoeten in onze buurt.
Dat wij verbondenheid en vriendschap zoeken
en proberen te doen wat ons hart ons ingeeft, hier en nu.
Laat ons bidden.
Voor heel die rusteloze stoet van mensen
die dag aan dag over de aarde zwerft,
opgejaagd door politiek en economisch geweld.
Dat voor hen een plek zal worden ingeruimd
om te kunnen leven als volwaardige inwoners van de Stad Gods.
Laat ons bidden.
Voor alle instanties hier en wereldwijd
die belast zijn met de verantwoordelijkheid
voor de migratie van mensen
uit het ene land naar het andere.
Dat zij met respect en luisterbereidheid
mensen te woord staan,
en hun wegen trachten te wijzen
naar een gelukkige toekomst.
Laat ons bidden.
Wij bidden U ook
voor allen die de moeilijke taak hebben
wetten te maken en beslissingen te nemen
omtrent de toekomst van anderen :
ministers, regeringsleiders, politici, commissarissen, ambtenaren…
Wij vragen U : maak van hen
mensen met een onbaatzuchtig hart en een open geest.
Laat hen beslissingen nemen die rechtvaardig zijn
en altijd in het belang van de concrete mens die voor hen staat.
Laat ons bidden.
Voorganger :
Gij die als een verre stem
in ons bestaan weerklinkt,
Gij die ons roept ons heil niet te zoeken
in eigen haard en huis
maar in de warmte en het onderdak
dat wij anderen kunnen bieden :
doe ons uw Stem horen,
laat ons uw Aangezicht zien
in Hem die als een vreemdeling
ons leven is binnengekomen
en de mensen hoop heeft gegeven
door naast hen te gaan staan, Jezus, de Man van Nazareth.
Schenk ons vertrouwen in zijn woorden
zolang wij onderweg zijn
opdat wij eenmaal uw land bereiken
waar alle haat is uitgewist en alle tweedracht gestild,
waar mensen van vreemdelingen tot vrienden zijn geworden,
tochtgenoten naar uw koninkrijk,
broeders en zusters van elkaar. Amen.
(Henk Jongerius)
VOORBEDEN
V : Bidden wij tot God,
die ons Zijn gelaat toont in het gelaat van de ander.
L : Voor de vreemdelingen
die in ons land een woonplaats hebben gevonden,
en ook voor hen die hier een woonplaats zoeken :
dat wij hen niet enkel verdragen,
maar ook open en ontvankelijk zijn jegens hen.
Laat ons bidden.
L : Wij bidden U voor de mensen in ons midden
die uitgeprocedeerd zijn en teruggestuurd worden.
Ga mee met hen de lange weg terug,
wees als een wolkkolom en lichtzuil voor hen uit,
dat zij nieuw leven vinden, onverhoopt geluk.
En geef dat wij die hier veilig en wel achterblijven,
soms wat verweesd en beschaamd,
voortaan in Uw naam tot iets meer recht en redelijkheid in staat zijn.
Leer ons Uw grenzeloze vriendschap en liefde in de praktijk om te zetten.
Laat ons bidden.
L : Bidden wij
om creativiteit in het ontdekken
van manieren om elkaar nabij te zijn.
Dat wij onze fantasie
niet uitleveren aan alleen maar
zorg voor eigen veiligheid,
maar onze zinnen blijven zetten
op ontmoeting, inleving en betrokkenheid.
Laat ons bidden.
V : God van alle mensen,
maak onze huizen, onze Kerk en ons land
ruim en wijd.
Maak onze harten gastvrij en warm,
zodat er plaats is voor zeer velen. Amen.
Het is niet goed dat een mens alleen is.
Alleen is gedachten, dromen die obsessie worden – depressies.
Online leven dan maar? De computer als sociale machine?
Zeker is dat chatten, sms’en, whatsappen, twitter en facebook
het gemis aan bezield verband
niet wegnemen.
We zullen (t)huizen stichten waar het Bijbelse Verhaal over een
Betere Wereld ons opnieuw bezielen kan.
Waarom een betere wereld?
Is deze waarin wij leven
niet goed genoeg
of niet minstens de best mogelijke?
Dat is een redelijke vraag.
En het antwoord luidt: nee.
Omwille van miljoenen verworpenen der aarde luidt het antwoord nee.
Een betere wereld is daar
waar het recht van deze zwaksten
het ijkpunt is van onze normen en waarden, onze beschaving.
Beschaving
is rekening houden met het feit dat er andere mensen bestaan.
Europa lijdt aan een toenemend gebrek aan beschaving.
Beschaving
is dat wij andere mensen, van waar ook ter wereld,
welkom heten en proberen te ontmoeten zoals zij zijn.
Beschaving is
dat wij bereid zijn om alle problemen
die zo’n ontmoeting met zich meebrengt,
onder ogen te zien en op te lossen,
zo mogelijk zonder angst.
Beschaving is elkaar helpen vreemdelingenangst te overwinnen en af te leren.
(Naar H. Oosterhuis)

Voorbeden
Wij die van oudsher wonen in de burcht Europa,
Aan de rijke kant van de wereld;
Wij die rekenen
Met macht en overmacht,
Verzekerd en goed verdedigd tegen derden;
Wij die leven
In dit deel van de wereld
Dat fier is vandaag
Met de ene hand te geven
Wat het vroeger
Met de andere hand heeft genomen;
Wij die leven in een samenleving
Die nauwelijks meer dan met mondjesmaat
Het gastrecht beoefent
En de vreemdeling ontmoedigt
Om bij ons te komen werken en wonen.
Gij die ons samenbrengt
Tegen wanhoop en uitzichtloosheid in
Gij die ons de droom van gerechtigheid
In het hoofd en in het hart hebt geplant,
Rondom U en Uw visioen zijn wij hier verzameld.
Samen zijn wij elkaars garantie om niet uitgeput te raken;
Samen hebben wij de scheppingskracht voor een andere wereld
Wij die in dit uur mogen samenzijn
Met vriend en vreemde,
Met witte en zwarte mensen,
Met gelovigen en ongelovigen,
Samen lerend en zoekend, ook al weten we niet altijd
Welke kant het op moet –
Toch vinden we ons zoeken zinvol.
We geloven dat ons zoeken,
Ons samenkomen, leren en werken
Noodzakelijk is.
Wat we samen doen, maakt ons sterker.
Waar angst is, waar lef ontbreekt,
Willen we elkaar wat veiligheid aanreiken.
Waar eenzaamheid overheerst,
zijn we elkaars tochtgenoot,
waar onmacht verlamt,
bieden we elkaar solidariteit.
Gij die stormen hebt bedaard,
leid ons naar de vaste oevers,
waar mensen veilig kunnen zijn.
Rond u vinden we houvast bij elkaar
Samen zien we beter waar het eigenlijk om gaat.
Bij U groeit onze creativiteit,
de belofte van een nieuwe wereld.
Laten we niet ophouden elkaar te waarschuwen
en elkaar signalen van hoop,
verdraagzaamheid en broederlijkheid te sturen.
Laten we blijven weigeren
om uitsluiting te banaliseren
of repressie normaal te vinden.
Vergeten we nooit
dat er zich achter de cijfers en statistieken
een menselijk drama afspeelt.
Wij bidden voor elkaar
om mensen te zijn van recht en vrede
van vriendschap en vertrouwen
van openheid en gastvrijheid.
Wij bidden om een ander Europa,
geen fort van afweer,
maar een toegankelijk huis,
een oord van rust
voor bedreigde medemensen.
De geest waait!
Wie ogen heeft om te zien
en oren om te horen,
ontdekt toch
tekenen van hoop.
Ze lijken zo klein, die tekenen,
belachelijk misschien.
De zwakken ontdekken
dat ze sterk worden
en onoverwinnelijk, in de mate
dat ze elkaar vinden en één worden
niet om de rechten van anderen te beknotten
maar om te verhinderen
dat men hun fundamentele rechten
met voeten treedt,
rechten die geen geschenk zijn
van regeringen en machthebbers.
Ze zijn een geschenk
van hun Schepper en Vader!
hoe kan je verklaren
dat ook aan de kant
van de geïndustrialiseerde en rijke landen
atijd meer, altijd talrijker
groepen ontstaan
met allerlei namen
met allerlei vormen van leiderschap
met specifieke doelstellingen
maar allen met één en dezelfde noemer:
de vaste wil om bij te dragen
tot de geboorte van een nieuwe wereld
waar mensen van overal
vrij kunnen ademen.
Een rechtvaardiger wereld.
Een menselijker wereld.
Zoals in Uw wil geschiede op aarde.
Het is de Geest die waait.
Hij schudt alle mensen van goede wil wakker.
Ieder aan zijn kant,
Ieder langs eigen wegen.
Het is de Geest die waait.
Hij zegt:
De liefde, de liefde is sterker dan de haat.
De liefde zal de haat overwinnen.
(Uit de “Symfonie van de Twee Werelden” van Dom Helder Camara)
Belaagd. Verjaagd. Als pasmunt ingezet. Geweerd. Bezeerd. Het burgerschap belet.
Er is, waar ook ter wereld, niet één ding dat minder waard is dan een vluchteling.
#Moria
Stijn De Paepe
Samenstelling: geert dedecker