Het grootste gebod (1996)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

SCHITTERENDE BOODSCHAP

Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat het christendom zo slecht in de markt ligt. We hebben immers zo’n schitterend verhaal te bieden. Mattheus vertelt hoe Jezus onder vuur genomen wordt door andere leraren. Door de Herodianen met hun belastingpenning, door de Sadduceeën met hun vraag over het hiernamaals, en nu komen de Farizeeën: “Wat is het grootste gebod?” Jezus citeert daarop uit de joodse geloofsbelijdenis, “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.” Daaraan koppelt Jezus het volgende: “Hieraan is gelijk: bemin uw naaste als uzelf.” Plotseling heeft Jezus drie personen: “ik”, de “ander” en “God” op één lijn gezet. “Het is hetzelfde; het is er gelijk aan”, zegt hij. Schitterende boodschap! Je moet van God houden en dat is gelijk aan “houden van de ander als van jezelf”. Een kostbare formule. Ik hoor er ook het gemak in waarmee het Jodendom liefde tot de naaste en liefde tot God als een handeling ziet, zoals bijvoorbeeld in de eerste lezing. Het loopt door elkaar en in elkaar over; het heeft met elkaar van doen.

GOD LIEFHEBBEN

Er zijn mensen die het moeilijk vinden om van God te houden. Let wel: “liefhebben” is hier overdrachtelijk. Je kunt God niet op dezelfde manier liefhebben als je mensen bemint. Augustinus zei op de vraag of hij van God hield: “Vandaag nog niet, misschien morgen.” God liefhebben kan zijn genieten van de zon en je verwonderen over de liefde en de zee.\

NAASTE BEMINNEN

Er zijn mensen die het moeilijk vinden om de ander lief te hebben. Heel soms kan een moeder met de beste wil van de wereld niet houden van haar kind. Vaak strandt er een huwelijk. En helemaal valt het ons zwaar om al die miljarden aardbewoners lief te hebben, of zelfs maar serieus te nemen.\

VAN JEZELF HOUDEN

Er zijn ook mensen die het zwaar valt om zichzelf te beminnen. Het valt me op dat Jezus het eigenlijk als vanzelfsprekend beschouwt dat je van jezelf houd. Het is zijn formule het ijk-punt Ik ontmoet dikwijls mensen die niet van zichzelf houden. Ze zijn grootgebracht met het idee dat ze hooguit geduld worden. Op het seminarie liep vroeger een religieuze rond die de bijnaam had van “plintvlinder” omdat ze altijd ineengedoken langs de muur van de kruisgangen voorbijsnelde, alsof ze voelde: ik mag hier niet zijn, ik ben hier teveel. Maar vergissen we ons niet. Ook menig moeder-overste uit die dagen met ferme gebaren en strenge toon kan in haar hart gestuurd zijn door onzekerheid; door de obsessie om telkens opnieuw haar eigen bestaan te moeten verdienen.\

(ON)VOORWAARDELIJKE LIEFDE

Het onvermogen om zichzelf te beminnen heeft iets te maken met de opvoeding. Jezelf beminnen is immers niets anders als het gevolg van het bemind zijn door de ouders. De zekerheid van het kind dat vader en moeder van hem houden, ongeacht de prestatie, ongeacht het rapport, ongeacht het succes op het voetbalveld, dat schept zijn eigenwaarde. Er kan veel zijn misgegaan; een zieke moeder die niet geven kon wat ze wilde, een werkeloze vader die met zijn depressies de kinderen een gevoel van verlatenheid gaf; een veeleisend regime op school dat het kind te hoog inschatte, of intelligentie waarmee het jonge kind al te vroeg proeft wat er allemaal door de trotse ouders van hem wordt verwacht; de afwezigheid van de ouders waardoor het zich in de steek gelaten voelt en niet de moeite waard. Er kan veel zijn misgegaan in die allereerste levensbehoefte: een gewenst mensenkind te zijn, zonder voorwaarde vooraf. In de mate dat we hierover beschikken zullen we ook in staat zijn om van anderen te houden. Vergeleken met Jezus’ tijd liggen we op achterstand. Onze hoogontwikkelde beschaving stelt zoveel eisen aan de mens dat menig kind op de tenen loopt en zich uitslooft om maar aanvaard en bemind te worden. De mens die zichzelf gerespecteerd weet, is in staat om anderen te beminnen. Het kost hem niet eens moeite. Hij heeft de ander nodig.\

GOD BEMINNEN MET HEEL HET HART

Wel, die mens, die zichzelf aanvaard weet en die anderen liefheeft, die van binnen bloedt als hij hoort van ouders die een kind vermissen, die een kind verliezen, die geroerd is door mensen ver weg en door de buren, die mens bemint God. Dat is niet iets dat er nog bij komt. Dat ís het. God is liefde. Het begrip van God daagt vanuit de radicaliteit van de liefde. Liefde neigt naar overal en eeuwig. Naar steeds verder buiten onszelf; grenzen overschrijdend naar wat boven ons is. We stamelen “God”. God is de eindterm voor de heiligheid van de liefde. God is een Mysterie om te zoenen.\

LIEVE KINDEREN

De mensen vertrouwden Jezus niet. Tenminste de priesters niet en de geleerden in de kerk. Ze vonden dat hij te veel op bezoek ging bij slecht volk, gescheiden mensen, vluchtelingen en buitenlanders. Want die hielden zich niet aan de regels. En nu willen ze Jezus aan de tand voelen. “Wat is het allerbelangrijkste in het leven?, vragen ze dreigend. Ze denken natuurlijk dat Jezus zal zeggen: het belangrijkste is dat je bij slechte mensen op bezoek gaat. Maar dan zullen ze roepen: “Zie je wel dat je zelf niet deugt.” Dus, daar trapt Jezus niet in. Hij zegt: “Het allerbelangrijkste is dat je van God houdt”. Zo, daar hebben ze niet van terug. Want dat baden alle Joden s morgens en s avonds. Dan gaat Jezus verder en zegt: en dat is hetzelfde als houden van de mensen. Dat doe je tegelijkertijd, daar is eigenlijk geen verschil. God wil bemind worden in anderen mensen. En hou ook van jezelf, want voor anderen ben jij die andere mens, dus dat is het zelfde.

Zoeken in Preken Online