Beste vrienden,
er zijn verschillende mogelijkheden om een taak aan te pakken:
Wanneer de school mij bv meerdere onderwerpen voor een opstel opgeeft, dan kan ik die overlopen en dan het onderwerp kiezen dat mij het beste ligt. Bij een dergelijke taak is de aanpak heel gemakkelijk.
Wanneer ik daarentegen een boodschappenlijst mee krijg om aankopen te doen, zou het niet goed zijn om er zo maar één punt uit te kiezen. In dat geval moet ik alle punten één na één afwerken en zeker niets vergeten: eerst de groentewinkel, dan de slager en misschien ook nog de supermarkt. Soms krijg ik taken toebedeeld die zelfs niet één na één afgewerkt kunnen worden. Soms moet je het echt allemaal tegelijk aanpakken.
De meeste moeders herkennen dat wel: De aardappelen zijn klaar, het vlees moet uit de pan en de groenten zijn ook net gaar. Dan gaat het niet één na het ander, dan heb je vijf handen tegelijk nodig!
Soms moet een mens inderdaad alles tegelijk doen en soms kan je de opdrachten één na één uitvoeren. Gewoon één punt uitkiezen, dat kan maar in een eerder zeldzaam geval.
Zo is het ook bij de taken die Jezus ons opgeeft. Wanneer Hij ons vandaag confronteert met twee geboden tegelijk: God lief te hebben en ook onze naaste zoals onszelf, dan bedoelt Hij zeker niet dat wij nu gewoon zelf kunnen uitzoeken welk van die geboden ons het beste bevalt.
Wie bijzonder vroom is bekommert zich dan om de liefde tot God en laat de naaste links liggen. En wie zich voor anderen wil inzetten, die bekommert zich daar over en laat God links liggen. Ik denk niet dat Jezus daar mee akkoord zou gaan!
Ook met de „het één na het andere“ methode zou Hij volgens mij problemen hebben. Ik denk niet dat het in zijn zin zou zijn wanneer we zouden zeggen: Vandaag is het zondag, vandaag zijn we vroom en houden ons met God bezig, en morgen zijn dan al die andere mensen aan de beurt. Ik denk dat Hij er wel op rekent dat wij allebei die dingen tegelijk zouden doen.
Dus moeten we weer eens alles tegelijk doen!? Altijd alles in het oog houden, God liefhebben, de naasten liefhebben en niet te vergeten, onszelf ook nog liefhebben. Zeker niets vergeten…
Moet het dan echt altijd allemaal zo ingewikkeld zijn?
Je moet niet bang zijn! In wezen is het veel eenvoudiger dan je denkt!
Het is echt geen reusachtig groot pakket taken dat God ons opgeeft. Hij geeft ons ook geen taken op waar we dan weer vijf handen tegelijk zouden nodig hebben. Hij herleidt alles waar het op aan komt zelfs niet eens naar twee geboden. Want als we het van nabij bekijken, dan zijn het zelfs geen twee geboden waarmee Hij de ganse wet en de profeten samenvat. Het is er in feite maar één!
In onze nieuwe Bijbelvertaling staat: „Het tweede (Gebod) is daaraan gelijk!“ En het Hebreeuwse of Aramese woord dat zich achter het woord gelijk verbergt, bedoelt niet dat het tweede van gelijkaardig belang als het eerste zou zijn, zelfs niet dat het tweede gebod op gelijke hoogte met het eerste zou staan. Het bedoelt dat het tweede gebod echt dezelfde betekenis heeft als het eerste, dat het dat eerste gebod gewoon verklaart en dat het hier eigenlijk maar om één gebod gaat.
Wij moeten God beminnen, van ganser Harte en met al onze gedachten. En die liefde van God vindt haar verwerkelijking erin dat wij de anderen liefhebben zoals onszelf.
Waarom zou Jezus in zijn gelijkenis over het laatste oordeel anders zo duidelijk hebben gezegd: Ik had honger, en gij hebt mij te eten gegeven, ik was in nood en jij hebt me bijgestaan!
Het gaat er niet om dat we God moeten beminnen en daarenboven ook nog de naaste. Wij beminnen God door onze naaste graag te zien! Niemand kan beweren dat hij God bemint wanneer hij niets geeft om de mensen.
Het evangelie van vandaag wijst ons daarop. En dat is goed, want wij mensen lopen altijd weer gevaar om uit het oog te verliezen dat wij God altijd in andere mensen ontmoeten!
Dat is iets waar zelfs de hoogwaardigheidsbekleders in onze Kerk niet aan ontkomen.
Iemand die me zegt dat hij grote liefde koestert voor de Kerk neem ik ernstig en ik geloof hem. Bij sommigen vraag ik me echter wel af of ze niet af en toe uit het oog verliezen dat die Kerk uit mensen van vlees en bloed bestaat. Want dan wordt die liefde voor de Kerk, die liefde voor God, net zoals de liefde voor een zuiver idee, volledig losgeweekt van alles wat om ons heen gebeurt, volledig losgeweekt van de concrete mensen die we ontmoeten.
Maar die mensen lief te hebben wil zeggen de Kerk, ja God zelf lief te hebben. Door de mensen te dienen, verrichten we God de grootste dienst. Dat is het wat Hij van ons vraagt, dat we Hem van ganser harte en met al onze gedachten liefhebben, en dat we dat doen door onze naaste even lief te hebben als ons zelf. Amen.