Beste vrienden,
Dit evangelie zouden we soms gewoon overslaan omdat we het zo goed kennen. Het gebod van de liefde tot God en tot de naaste. Maar is dat wel zo? Weten we wel degelijk wat Jezus hier bedoelt? Daarom een kleine anekdote uit het nabije oosten:
Een mooi jong meisje was op weg naar haar geliefde. Daarbij liep ze voorbij een mullah die zat te bidden. Het meisje was gehaast en merkte daarom niet op. Daarom werd de mullah kwaad en riep haar terug: „He, ge zijt me, toen ik aan het bidden was, zonder me te groeten voorbijgelopen. Dat is een zonde!! Het meisje antwoordde beschaamd: Vergeef me mijn onwetendheid, maar bidden, wat is dat? De mullah antwoordde opschepperig: „Ik was in gesprek met Allah, de Heer van hemel en aarde". Waarop het meisje antwoordde: „Ik was op weg naar mijn geliefde en mijn hart brandde van verlangen naar hem. Daarom merkte ik U en uw bidden niet op. Vergeef me! Maar, hoe kon u mij zien – terwijl u toch met de heer van hemel en aarde in gesprek was?"
Het meisje had bemerkt dat de religieuze ernst van de mullah niet zo diep zat en dat er in diens hoofd nog veel plaats was voor zeer aardse gedachten. In tegenstelling tot het meisje zelf, wier gedachten helemaal in beslag werden genomen door het verlangen naar haar liefste.
Een verhaal dat ons een glimlach kan ontlokken, maar het maakt ons ook duidelijk dat wij een concreet iemand, die we kennen, waar we ons toe aangetrokken voelen, die we kunnen voelen en omhelzen, dat we zo iemand toch veel gemakkelijker kunnen liefhebben dan God?
Dat heeft niets met Godslastering te maken maar ik vermoed dat ieder van ons zich soms afvraagt:“kan ik iemand beminnen die ik nog nooit heb gezien en die ik in mijn leven waarschijnlijk ook nooit zal zien? Is liefde in zulk geval wel mogelijk? Menselijk gezien heeft liefde toch minstens contact of een gesprek nodig. Niet voor niets gaan er zoveel liefdesrelaties op de klippen bij gebrek aan communicatie. En dan staat er in het evangelie ook nog: „Gij zult..” Alsof liefde op bevel mogelijk zou zijn! Liefde laat zich niet voorschrijven, noch door de Kerk , noch door iemand anders. Liefde kan alleen in vrijheid leven – en dat is nu net de sleutel tot de liefde voor God.
Dit hoogste gebod: „Gij zult de Heer uw God beminnen" is gegroeid uit de ervaring van het volk Israel. In heel zijn geschiedenis heeft het geleerd en ervaren: Onze God gaat met ons mee en staat ons bij. Hij begeleidt ons altijd en overal en laat ons nooit in de steek. Zo heeft dit kleine volk de kracht gewonnen om honger, dorst, en menig gevecht te doorstaan en uiteindelijk de vrijheid te vinden. “Gij zult” is dan geen opgelegde verplichting maar het inzicht: „wij kunnen niet anders".
Net zoals de beroemde uitspraak van Martin Luther: “Hier sta ik, ik kan niet anders”.
Ja, na alles wat God voor ons heeft gedaan kunnen ook wij niet anders dan Hem graag zien. En opdat ook onze nakomelingen nooit zouden vergeten wat Hij voor ons heeft gedaan, schrijven we voor hen op: “Gij zult!”.
Pas verliefde mensen kennen dat gevoel van innerlijk verlangen en “gewoon niet anders kunnen” ook. Ze doen dingen die ze normaal niet zouden doen en worden door hun omgeving dan ook dikwijls meewarig bekeken en lichtjes gek verklaard. Maar zo is de liefde nu eenmaal. Het volk Israel kan niet anders dan hun ervaring met God in dat “Gij zult” uit te drukken. Want het verlies van deze unieke relatie met God zou ook het verlies van de eigen identiteit tot gevolg hebben.
Maar hoe kunt ge van iemand houden die ge, tenminste niet met uw ogen, niet kunt waarnemen?
Of anders gezegd: „Hoe kunnen we die liefde tot God in onze tijd geloofwaardig maken? Zeker niet door een religieuze pose of door vrome woorden – daarin zijn Christenen, Moslims en Joden het eens. Want die gouden regel – „behandel uw naaste zoals gij zelf ook behandeld wenst te worden" – is geen christelijke uitvinding. In het vijfde boek van Moses staat reeds:““Gij zult de Heer uw God liefhebben, met gans uw hart, met gans uw ziel en met al uw gedachten”. en in het derde boek staat: “Gij zult uw naaste liefhebben zoals u zelf”. Een uitspraak die we zo ook bijna woordelijk in de Koran terugvinden. Jezus beroept zich op deze beide geboden en stelt ze als even belangrijk naast elkaar.
Voor mij is het duidelijk dat het tweede gebod, dat van de naastenliefde, niet alleen even belangrijk is of op gelijke hoogte staat dan het eerste. Neen, het tweede gebod verklaart uiteindelijk het eerste. Wij moeten God liefhebben, van ganser harte en met al onze gedachten. En die liefde tot God wordt daardoor werkelijkheid, dat we onze medemensen liefhebben zoals onszelf.
Wie beweert dat hij God liefheeft en mensen links laat liggen; wie vrome woorden spreekt, maar zich van de nood der anderen niets aantrekt, die neemt Jezus’ gebod niet ernstig. Lege betuigenissen en vrome frazen zijn niet Jezus’ ding.
Hij wil niet dat we God liefhebben en daar bovenop ook nog de medemensen, neen, in zover we onze medemensen graag zien, zien we ook God graag!! Of, zoals Jezus het op een andere plaats zelf zegt: “Bemint elkander, zoals ik jullie heb bemind”.
Laat het ons duidelijk zijn: „Een leven zonder liefde in niet mogelijk. We zijn op de liefde aangewezen; in al haar facetten – in tederheid en aandacht, in eros en hartstocht, in overgave en acceptatie, in oprichten en steun verlenen, in geborgenheid en vertrouwen.
Zonder deze concrete ervaring van menselijke liefde – tussen echtgenoten en levenspartners, ouders , broers en zussen, vrienden of gewoon medemensen – zouden we gewoon geen gevoel hebben voor de liefde die God ons geeft en die nog veel meer betekent dan wat wij met dat woord kunnen uitdrukken.
Maar liefde, en dat wordt ons nu ook duidelijk, is geen enkelrichtingsverkeer, ze wil beantwoord en doorgegeven worden. Zoals in een vaste relatie tussen twee mensen de liefde alleen maar een kans maakt als ze van beide kanten komt, mag de liefde tot de naaste en tot zichzelf niet gezien worden als een kosten - baten rekening of volgens indelingen zoals: “nabij” – “veraf” of “sympathieke” en “te verwaarlozen” naasten. God deelt ons ook niet in en rekent ook niet uit; Hij geeft in overvloed.
Daarom wil ik nu het laatste woord aan de H. Augustinus geven die in een iets gewijzigde vorm heeft gezegd: “Heb lief, en doe dan wat ge wilt”. Want wie de Liefde leeft en ze doet, die heeft God herkend – die bemint God en de mensen. Amen.
30e zondag door het jaar (2011)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen