3e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Homilie op de 3e zondag door het jaar A (Mt. 4, 12-17): “Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd”

Tielt 26 januari 2014

Als jongeren zelf teksten maken voor een eucharistieviering is het opvallend dat ze getuigenissen kiezen uit de kring der marginalen: een meisje van gescheiden ouders, een jongen van ouders die aan de drank verslaafd zijn, een meisje dat omwille van haar eerlijkheid in de klas gepest wordt, iemand die op jeugdige leeftijd heel wat avontuurtjes heeft meegemaakt, enz… Die stijl doet het voor het ogenblik. Precies alsof er geen kinderen meer zijn die zich geborgen weten in een gelukkig gezin, die zich opgenomen weten en gelukkig voelen in een gezellige vriendenkring of zich nog in een gezonde ontspanning kunnen uitleven.

Ook als je het T.V.-journaal bekijkt of de krant openslaat, krijg je de indruk dat alle priesters en zelfs kloosterzusters pedofielen zijn, dat alle politici corrupt zijn, dat het onrecht in de wereld veel sterker is dan het recht, dat er meer oorlog is dan vrede, dat er meer ziektemiddelen zijn dan geneesmiddelen, dat ontrouw in het huwelijk schering en inslag is, dat de verloedering van ons milieu een bestendige bedreiging is voor de volksgezondheid, dat het aidsvirus meer slachtoffers zal maken dan de pest in de Middeleeuwen, enz…

Voor de mensen, die bestendig opgejaagd worden om die negatieve tekenen te zien, is de toekomst met zoveel apocalyptische draken hoegenaamd niet hoopgevend. Als je de media mag geloven, zijn we, net als in het evangelie van vandaag, “een volk dat in het duister zit.”

Misschien moet je eerst in diepe duisternis zitten eer je behoefte hebt aan licht. Tijdens de laatste wereldoorlog was ik een kleine jongen, maar ik weet nog dat toen in elke straat in Vlaanderen aan het Mariakapelletje elke avond de paternoster gebeden werd. Ik herinner me ook nog dat, toen de oorlog een jaar voorbij was, het gedaan was met bidden. Vele mensen, die nooit meer naar de kerk komen, vinden soms die weg terug als hun kind, hun man of vrouw, ernstig ziek is…

Hoe groter de duisternis, des te sterker is het verlangen naar licht.

In het evangelie van vandaag brengt Matteüs het grote orakel van de profeet Jesaja ter sprake, dat ooit bestemd was voor de ballingen van de Assyrische koning: “Het volk dat in het duister zat, heeft een groot licht aanschouwd.” Dat is de jubelende uitroep van de evangelist toen Jezus zijn openbaar leven begon in Galilea. Het waren woorden van hoop in een wereld die toen ook gekenmerkt was door onbeperkte machtsdrift, geldzucht en genotsroes, in een geestelijk uitgeholde wereld, waar mensen in niets meer geloofden. In die wereld kwam Jezus als het licht met een hoopgevende, blijde boodschap. Hij deelde het bestaan van de armen in een wereld van bandeloos genieten. In een wereld waar macht en verdrukking hoogtij vierden beschouwde Hij zich als de slaaf van allen, die niet zocht om gediend te worden maar om te dienen. In een wereld waar iedereen vocht om de hoogste rang, ging Jezus om met kinderen, zondaars en marginalen uit de maatschappij.

Nog altijd gaat er in de wereld een ongekend licht uit van Jezus.

In het verleden waren het grote missionarissen als Pater Damiaan, die zich het lot van de melaatsen aantrok, met het risico van zijn eigen leven. En dichter bij ons een Mother Teresa, die zich met haar volgelingen ontfermde over de stervenden op straat in India. Of een Zuster Jeanne Devos die zich het lot aantrekt van weerloze dienstmeisjes in India. Misschien zijn het de Artsen zonder Grenzen in het geteisterde Afrika of Azië. Allemaal tekenen van hoop in een duistere wereld!

Ook wij worden vandaag opgeroepen om teken van hoop te zijn.

Man of vrouw, wees een teken van hoop en een bron van geluk voor je partner. Vader en Moeder, wees een teken van hoop en blijdschap voor jullie kinderen. Kinderen, breng wat geluk en vreugde bij jullie ouders. Mensen, breng wat licht in je vriendenkring en bij de mensen met wie je samenleeft of samenwerkt. Christengelovigen moeten boodschappers zijn van diepe vreugde en onverwoestbaar geluk.

In deze tijd, waar de nieuwsmedia ons bestendig bestoken met negatieve tekenen, moeten we wat goed nieuws brengen. De Franse schrijver Paul Claudel verwoordde het raak: “Christenen hebben geen andere plicht dan blij te zijn.”

Ik wens aan elke vrouw een blije man, aan elke man een blije vrouw; altijd blijde ouders voor de kinderen en altijd blijde kinderen voor de ouders; blijde werkgevers en blijde werknemers…

Dan zullen de mensen geloven en zien dat Jezus voor ons allen is: een teken van licht, hoop en vreugde in een wereld met heel veel duisternis.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em.

Zoeken in Preken Online