Wij zitten in de klem van traditionele begrippen.
Wij maken van de apostelen koude gipsen beelden.
Mensen die niet lachen en huilen, die zich niet
kwaad maken, die niet ontroerd kunnen zijn.
Mensen zonder geschiedenis en zonder leeftijd,
in statige oosterse klederdracht, maar die
in onze wereld niet thuishoren.
Maar als de Heer hier vandaag rondgaat
en boodschappers zoekt voor het blijde nieuws,
dan gebeurt er iets heel vreemds.
Wij zien apostelen die niet Joannes of Petrus heten
maar Jan of Piet.
Wij ontmoeten apostelen die sigaretten roken,
apostelen die een bril dragen, apostelen die fietsen
of de bus nemen.
De moderne apostelen staan net als de vroegere in het leven.
Ze hebben een levensverzekering, ze raken verliefd en trouwen,
ze tuinieren in hun vrije tijd, ze sturen met Nieuwjaar
aan familie en vrienden een kaartje met de beste wensen.
Zoals vroeger kiest de Heer zijn apostelen uit rijk of arm mensenmateriaal,
uit ontstuimigen of rustigen, uit vluggen of tragen,
uit enthousiasten of voorzichtigen,
uit wetenschapsmensen of ongeletterden,
uit mensen die al dan niet van Mozart of van jazz houden.
Mensen als jij en ik, doodgewone mensen.
- 3e zdj-A- * bij Mt.4,12-23 * door Greet * federatie st.-andries-st.-michiels-brugge * naar Robrecht Boudens : “Apostelen op de fiets”.