29e zondag door het jaar A (2002)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Wie in politiek geïnteresseerd is, heeft zijn hart weer kunnen ophalen. De voorbije weken hebben sommigen zitten smullen van alle verwikkelingen en anderen hebben zich dood zitten ergeren. Weer anderen verliezen alle vertrouwen in de politiek en in de politici.
Ik denk wel eens: politiek is een groot spel, bijna zoiets als voetballen, daar gaat het ook om het scoren. Dat willen politici ook, elk punt dat de binnenhalen betekent meer macht en jammer genoeg draait het daar al te vaak weer om. Er wordt vaak mooi gesproken over het landsbelang, maar in feite zijn het vaak de eigen belangen die voorop komen.
Politiek lijkt voor buitenstaanders ingewikkeld spel te zijn, vaak ook een gemeen spel, vol intriges, de spelers op het politieke veld staan vaak buitenspel. Politiek is al te vaak synoniem van veel praten en niets zeggen. Het is vaak hetzelfde als zeggen wat anderen graag horen en of het de waarheid is, dat is niet zo belangrijk. In de politiek gaat het te vaak om macht. Het is te vaak een machtsstrijd, daar hebben we pas duidelijke staaltjes van gezien.
In het evangelie van vandaag zien we ook een politiek spelletje, een stukje machtsstrijd tussen de gevestigde orde, in de personen van de farizeeën en wetgeleerden die het allemaal precies wisten, meenden te weten en die welbespraakt rabbi Jezus van Nazaret, die nieuwlichter die alsmaar kritiek had op hun functioneren. Die dingen klinken bekend in de oren, in die zin is er weinig veranderd in de wereld.
Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer? Echt een politieke vraag met de bedoeling Jezus in de hoek te zetten, hem te beschadigen in zijn aanzien bij de mensen. Dit gebeurt nog steeds, ook in de politiek van ons land. Jezus’ antwoord is ook heel politiek, d.w.z. nietszeggend. Heel slim omzeilt hij in zijn antwoord de scherpe kantjes van de vraag. Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.
Eigenlijk zegt hij, een beetje spottend: als je het geld van de keizer gebruikt, dan moet je ook belasting betalen, anders moet je het niet gebruiken. Maar de nadruk ligt wel op het tweede: geef God wat God toekomt. Zit niet te zeuren over bijkomstigheden, kijk naar het wezenlijke: kijk wat God wil, wat zijn bedoelingen zijn, want alles komt van Hem.
Die vraag moeten we ook aan onszelf stellen. Wat wil God van mij, welke belasting moet ik Hem betalen voor het feit dat ik mag leven op deze aardbodem en voor het gebruik van zijn mooie schepping met al zijn mogelijkheden?
Wat wil God? Daar kun je ook een geweldig politiek debat over voeren en dat gebeurt in feite ook binnen de kerken en tussen de kerken. Net als politici precies menen te weten wat goed is voor het landsbelang zo menen kerken, de kerkleiders, vaak precies te weten wat God wil is. En net als in de politiek gaat het dan vaak over bijkomstigheden terwijl men langs veel fundamenteler zaken heen loopt.
Zo wordt er in de katholieke kerk vaak gesuggereerd dat het Gods wil is dat vrouwen geen priester gewijd kunnen worden. Dat heeft natuurlijk niets met Gods wil te maken, alleen met denkbeelden van een verstarde kerkleiding. Maar wat wel Gods wil is, is gelijkheid tussen mensen, wederzijds respect, eerlijkheid in de omgang met elkaar, zorg voor elkanders welzijn, kortom solidariteit, en dat is iets dat ook door kerkmensen te vaak vergeten wordt.
Bij zijn uitvaart werd van prins Claus gezegd: Hij was niet zo’n kerkganger, dogmatische stelligheid was hem vreemd. Hij had meer vragen dan antwoorden zoals veel buitenkerkelijke christenen. Maar hij had misschien meer feeling voor Gods wil dan veel gelovigen: namelijk dat solidariteit de enige weg is om te komen tot een menselijk en menswaardig leven in deze wereld, solidariteit die verder reikt dan de grenzen van eigen kring, verder dan de grenzen van eigen stad of dorp, van eigen land. Die inzet moeten we God geven, die komt Hem toe, dat is onze allereerste plicht, waaruit weer andere plichten volgen.
In onze kerkdiensten komt het woord God heel vaak voor, eigenlijk vanzelfsprekend, in onze gebeden richten we ons tot Hem. Maar de God van de joodse traditie, de God van Jezus van Nazaret is er een die solidariteit vraagt en gerechtheid wil, liever dan mooie gebeden en prachtige gezangen. Die God heeft zich steeds weer getoond als degene die staat aan de kant van de zwakken en de onderdrukten, van hen wier rechten geschonden worden in het grote politieke spel der machtigen.
Als dit ook in onze vaderlandse politiek wat meer aan de orde zou komen, zou dat een grote bijdrage zijn aan een leefbare wereld. Maar ook: als dit in ons dagelijks leven wat meer centraal zou staan, waren we allemaal ook betere gelovigen, betere christenen.

Zoeken in Preken Online