29e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

VERKONDIGING 16 OKTOBER 2011 29e ZONDAG DOOR HET JAAR

Lezingen

Jesaja 45, 1.4-6

Psalm 96

1 Tessalonicenzen 1, 1-5b

Matteüs 22, 15-21

Woord van welkom

De wereld waarin wij leven is vaak een wereld waar macht en status de boventoon voeren. Als we eerlijk zijn erkennen we dat we daar gevoelig voor zijn.

Toch beseffen we dat het leven meer waard is dan al het uiterlijk vertoon en de materiële rijkdommen. Het leven is immers een geschenk van God en dat leven is een eeuwig leven, een waarachtig leven. We willen met God als bron van het leven verbonden blijven en de eucharistie is voor ons voedsel voor dat leven met God.

Wij bidden God om wijsheid om de juiste keuzes kunnen maken en bij alle keuzes God indachtig te zijn. Bidden we om wijsheid en ontferming.

HOMILIE

Het lijkt wel alsof betalen van belasting is nog nooit zo omstreden geweest als in onze tijden van economische crisis. Meningen over het doel van de belastingen en over de juiste verdeling ervan buitelen over elkaar heen en de zogenaamde economische deskundigen zijn het niet met elkaar eens. In crisisperioden staat solidariteit onder druk en is men minder bereid tot barmhartigheid en tot liefdadigheid. Toch wordt in perioden als deze duidelijk waar het hart van de mens ligt. Een crisis is onthullend, omdat deze situatie duidelijk maakt waar we werkelijk aan gehecht zijn. De publicitaire aandacht voor ons materiële welzijn onthult de fundamentele bezorgdheid van onze samenleving over ons have en goed. Zijn dat werkelijk de fundamenten van ons bestaan? Is er dan geen leven meer mogelijk met minder middelen of goederen?

Jezus probeert zijn leerlingen op God gericht te houden en hun zorgen voor hun materiële welvaart en zelfs voor hun fysieke welzijn te relativeren: “Heeft God niet al de haren op je hoofd geteld? Zijn jullie niet meer waard dan de bloemen op het veld en een zwerm mussen in de lucht? Wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het juist weer vinden.” We kennen deze teksten uit de Bergrede als een hulpmiddel om met de werkelijk belangrijke waarden van het leven bezig te zijn.

De discussie die aan Jezus vandaag wordt voorgelegd is minder simpel dan op het eerste gezicht lijkt. Er is boze opzet in het spel: de bedoelingen van de Farizeeën zijn niet zuiver en bovendien leggen zij niet zelf de vraag aan Jezus voor, maar zij sturen hun dienaren op Jezus af samen met de handlangers: de Herodianen, de dienaars van de koning die met de hulp van de Romeinse keizer in het zadel is gehesen. Zelf bewaren de Farizeeën een veilige afstand en naar het blijkt terecht, want Jezus doorziet hun plan en laat het in hun gezicht ontploffen. Ze staan voor schut met de belastingmunt in hun handen.

De lieden hebben zelf immers al het antwoord gegeven wanneer zij de munt te voorschijn halen. Zij dragen het geld van de Romeinse, heidense bezetter met zich mee en laten op die manier zien aan welke kant zij staan. Het geld dat zij dragen maakt duidelijk hoezeer zij zich hebben laten meeslepen in het systeem van collaboratie en macht. Zij willen een scheiding aanbrengen tussen de wereld van God en de wereld van de mensen, een scheiding tussen de wereld van het geweten en de wereld van het pragmatische denken. Maar dan heeft de mens een verdeeld hart en dat kan in de ogen van Jezus niet heilzaam zijn.

We moeten beseffen dat Jezus met zijn reactie geen antwoord geeft op de vraag of we belasting moeten betalen en Hij geeft evenmin een blauwdruk van een scheiding tussen kerk en staat. Het gaat Hem om de ware beeltenis van God. Jezus wil de beeltenis van God voor ogen houden bij zijn leerlingen en hun ook duidelijk maken waar deze níet te vinden is. Tiberius, die goddelijke aspiraties heeft, noch Herodes doen er werkelijk toe voor Jezus.

De wereld waar Jezus van spreekt, het koninkrijk van God zijn Vader, is een ander dan een rijk waar de vraag naar geld en status aan de orde is. Bovendien maakt Jezus duidelijk dat zijn wereld over blijvende waarden gaat. De wereld van de materie zal uiteindelijk ondergeschikt zijn aan de wereld van God.

Dat wordt ook duidelijk in de eerste lezing. God maakt daarin een heidense koning, Cyrus, tot instrument van zijn heilsplan. Het volk dat in ballingschap weggevoerd is, heeft op een nieuwe manier leren geloven: zonder tempel, zonder eredienst, zonder priesters. Het is een volk dat niet op eigen kracht een eigen land en een nieuwe tempel kan bouwen, Het is een volk dat uiterst kwetsbaar is geworden. Het volk heeft de kracht van het gebed bevonden en de waarde van het geloofsgesprek. In die moeilijke tijd van de ballingschap zijn de synagogen ontstaan: huizen van de gesprek en bezinning rond Gods Woord. Die traditie is altijd sterk gebleven in het Jodendom en dit is in het christendom overgenomen: het geloofsgesprek over God en zijn liefde voor de mensen. Christenen en Joden raken niet uitgesproken over dat grote mysterie waarin het geheim van het leven zich openbaart.

Ook wij blijven bezig om over God te spreken omdat wij getekend zijn door dat beeld van God. Wij dragen de beeldenaar van God in ons hart en het is zijn heilige Geest die ons dat steeds weer in herinnering roept. Laten we zorgen dat die stem niet tot zwijgen wordt gebracht door de onrust en onzekerheid die deze tijden steeds weer over ons wordt uitgestort. Niets kan dat geloof ons afnemen, zelfs geen donkere duistere tijden om ons heen. Het is God zelf die Zich aan ons aanbiedt als stok om op te leunen. Christus reikt ons die stok aan. Laten we die stok aannemen om vol vertrouwen onze levensweg te vervolgen en elkaar bemoedigen vanuit ons geloof dat God ons nooit zal verlaten.

Amen

Zoeken in Preken Online