29ste zondag dh jaar A (2011)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Wij leven in een maatschappij waarin hoge eisen worden gesteld aan alles wat wij hebben. Onze stereo-toren moet het mooiste geluid geven… voor een betaalbare prijs. Onze auto moet een schone motor hebben, niet te veel benzine gebruiken en ook mooi en elegant zijn, ruim; onze computer moet klein zijn, maar wel snel en alle moderne programma’s aan kunnen; werkgevers verwachten van werknemers dat ze jong zijn en toch ervaring hebben.

Maar welke eisen stellen wij aan onszelf? Zijn wij t.a.v. onszelf net zo kritisch als wanneer het gaat om de laatste technische snufjes?

De tweede lezing van vandaag zegt ons, dat God van ons houdt, dat Hij ons heeft uitgekozen. Uitgekozen waarvoor? Om te delen in zijn volmaakte leven! God heeft geen volmaakte apparatuur voor ons. Wel een volmaakt geluk en Hij vraagt ons daarnaar te streven door nu al - met Góds wijsheid en kracht - een klein beetje in de richting van die volmaaktheid te gaan.

Danken wij God voor ons eigen leven, voor elkaar ook, en proberen wij ons leven nog mooier te maken dan het al is.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, Gij alleen zijt de Heer en niemand anders. Help ons om oprechte christenen te zijn: dat wij niet offeren aan geld of goed; dat macht en aanzien ons hart niet maken tot een steen. Maak dat wij de blik op Hem gevestigd houden, die ons van U het levend beeld gegeven heeft: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die met U leeft en heerst … . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK
Broeders en zusters, je hoort nogal eens zeggen, dat het niet goed gaat met onze wereld. “Dat komt”, zeggen sommige mensen, “omdat er niet genoeg wordt gebeden”. Maar anderen zeggen: “Gelovigen zitten maar in de Kerk te bidden om vrede; zij zouden beter de handen uit de mouwen kunnen steken”. Sommigen zeggen: “Er wordt in de Nederlandse Kerk te veel over menselijk dingen gesproken en God komt er niet meer of nauwelijks aan te pas”. Anderen zeggen: “Was dat maar waar, in de Kerk praten ze alleen maar over God en intussen verhongeren de mensen”.

Op deze manier, beste medegelovigen, lijkt het wel alsof God en de mensen elkaars tegenstanders zijn, alsof zij niet kunnen samenwerken aan één goed doel. Het is waar: soms gebruiken of misbruiken mensen God om niet op menselijke problemen te hoeven ingaan. In de Kerk moet je geloven, vinden ze, en zaken, die met de politiek te maken hebben of met de maatschappij, die moet je daarbuiten laten. Andersom hoor je ook: Dat zijn wereldse zaken, die hebben niets met mijn geloven te maken. Geloven doe je in de Kerk en dus niet in de wereld.

Op deze manier denken ook de Farizeeën wanneer zij met hun vraag bij Jezus Christus komen: “Is het ons - gelovige mensen - geoorloofd belasting aan de keizer te betalen of niet?”

Daar kun je natuurlijk met een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ op antwoorden. Als Jezus ‘ja’ zou zeggen, zijn de joodse mensen daar niet zo blij mee, want de joden houden niet van de Romeinse bezetters. Als Hij ’nee’ zou zeggen, kunnen zij Hem ervan beschuldigen, dat Hij het volk tegen de Romeinen opzet.

Jezus bekijkt de zaak echter van verschillende kanten. Hij zegt: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt”. Dat betekent: God bestaat. De regering bestaat. Zij hebben allebei hun taak. Wij hebben ze allebei nodig.

Het leven is niet altijd zo zwart-wit als sommige mensen denken. Oké, echtscheiding gaat tegen de leer van de Kerk in. Jezus Christus heeft duidelijk gezegd: “Wat God verbonden heeft, dat zal de mens niet scheiden”. Maar als het dan toch gebeurt, als mensen na een aantal jaren ontdekken, dat zij zich helemaal hebben vergist, liggen zij dan bij God eruit, moet de familie hen verstoten? Zij kunnen uiteraard niet opnieuw voor de Kerk trouwen, maar méér dan ooit hebben zij Gods liefdevolle zorg nodig èn de steun van hun directe omgeving. Waar ‘nee’ tegen gezegd moet worden, kan toch gebeuren, en dan zullen wij toch samen verder moeten.

Volgende week is het ‘Wereldmissiedag’. Sommigen zeggen: Missionarissen moeten kapellen bouwen, geloof zaaien, kinderen dopen. Anderen zeggen: missionarissen moeten putten graven, voedsel zaaien, kinderen leren lezen en schrijven.

Jezus zegt vandaag: Het moet allebei gebeuren: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en geef aan God wat God toekomt”.

En wij: wij moeten van onze kant bidden voor onze broeders en zusters in de ontwikkelingslanden, maar hen ook financieel ondersteunen. Niet het één òf het ander, maar het één èn het ander. Dat is wat God wil.

Laten wij er ook in ons eigen leven voor zorgen, dat geloof en wereld niet twee verschillende zaken zijn. Of wij nu in de Kerk zitten of thuis zijn, op ons werk, op school, op visite bij vrienden, wij zijn overal mensen, die in Jezus Christus geloven. Waar wij ook zijn, Híj houdt van ons. Wij moeten niet zijn als de nog niet bekeerde Petrus, die buiten de vriendenkring van Jezus zegt “Ik ken die mens niet”.

In de tweede lezing dankt de apostel Paulus God, omdat het geloof van de mensen in Tessalonica zo sterk is, omdat zij God èn elkaar almaar liefde blijven geven en omdat zij - wat er ook gebeurt - blijven hopen op Jezus Christus.

In de Kerk is het niet moeilijk om christen te zijn, maar daarbuiten! Vergeten wij nooit wie wij zijn: kinderen van God, broeders en zusters van elkaar, één grote familie, met elkaar onderweg door deze wereld naar Gods wereld.

Gebruiken wij alle energie, die wij hebben om goede christenen te zijn, om zo God te kunnen eren en tegelijkertijd de wereld een beetje meer te laten lijken op de wereld van God.

Zoeken in Preken Online