Het gewone als feestkleed

A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Er staat in het verhaal dat ons door Matteüs van Jezus is overgeleverd dat er mensen zijn die het zo druk hebben dat ze aan de uitnodiging voor een bruiloft geen boodschap hebben. Op het moment dat ze geïnviteerd worden, is hun eigen situatie belangrijker. Ze bedanken voor de eer. Erger nog, ze vinden die hele bruiloft maar waanzin en laten hun ergernis de vrije loop door de dienaars af te tuigen en te doden. Zonder onszelf op de borst te willen kloppen, zou je nu haast moeten zeggen: zoiets komt niet in ons hoofd op. Wij vinden dat idee van Gods bruiloft met onze wereld geen onzin. Integendeel, ondanks onze drukte, ons gezin, kinderen, vrije tijdsverplichtingen, zitten wij hier vandaag in deze dienst. Met onze volle agenda’s geven we toch acte de présence in onze gemeenschap. Dat is toch heel netjes als je nagaat hoevelen dat niet de moeite waard vinden?

Laten we er dus even vanuit gaan dat de parabel op ons pas zijn toepassing vindt in het tweede gedeelte. Daar wordt gezegd dat de koning zijn feest niet laat verzieken door al die drukke lieden die geen tijd hebben voor het feest van Gods bedoelingen. In plaats daarvan wordt nu iedereen uitgenodigd. Ze hoeven zich nergens voor te schamen. Zo van de straat worden ze binnengeroepen. Er is geen tijd om zich te verkleden of op te knappen. Er wordt geen enkel entreebewijs of legitimatie gevraagd. Ze mogen er allemaal zomaar in, zo kwaad of zo goed als ze zijn. Er wordt blijkbaar helemaal niet meer geselecteerd. Ergens in dat bonte gezelschap dat zo van de straat wordt gehaald, moeten wij ons dus bevinden. Maar hoe voelen we ons daar eigenlijk bij? Misschien niet eens zo prettig. Want als iedereen zomaar ineens mee mag aanschuiven, kan er best wat tussen zitten wat volgens ons helemaal niet deugt. Martin Luther King zit er - bij wijze van spreken - naast de uitzuiger. Een kleine legitimatie lijkt ons dan toch wel op zijn plaats.

Het lijkt wel of we op onze wenken bediend worden. De koning blijkt zijn ogen niet in zijn zak te hebben als hij binnenkomt om de gasten te zien. Want dan gebeurt er iets merkwaardigs. Hij blijkt op een of andere manier tóch eisen te stellen aan de kleding van zijn gasten. En dat is toch vreemd als we weten dat ze zo van de straat naar binnen zijn gehaald. Had hij dat niet eerder kunnen doen? Want nu zullen er toch nog wel meer betrapt worden zonder feestjurk of jacquet aan?

Nu zijn we bij de kern van het verhaal aangeland. Blijkbaar ligt het toch anders. Blijkbaar gaat het over iets waar geen pincode of paspoort voor bestaat. Maar wat wordt er dan bedoeld met dat bruiloftskleed? Wat voor legitimatie is het dan die de koning nu ineens verlangt? Van ons ook waarschijnlijk?

Misschien is het gewoon dit. Als wij zo op een gewone zondag ineens voor Gods bedoelingen staan, waar zijn wij dan mee bezig? Hoe zien wij eruit? Wij zijn geen Martin Luther Kings en ook geen uitzuigers. Nee, wij zijn naar de verjaardag van tante Annie geweest, of hebben onze bejaarde moeder naar de dokter gebracht; wij hadden een werkbespreking met collega’s, of een baantje als vrij¬willigster in het bejaardenhuis. En zo nog een hele agenda vol. Zo zijn we van de straat gekomen. Kunnen we zo door de beugel? Of is dat te gewoon voor een bruiloft?

Als ik de koning goed begrepen heb, dan heeft hij daar echt geen probleem mee. Of ik nu tante Annie ga feliciteren of een middag babysitten, dáár zit het hem niet in. Maar waar het wel om gaat is hóe ik met mijn collega’s ben omgegaan op die werkbespreking; het ging erom hoe serieus ik de klachten van mijn moe¬der heb genomen. Dat is het eigenlijke punt. God roept ons zomaar zoals we be¬zig zijn in de ruimte van de gewone dingen van dit leven. Maar alleen de manier waarop bepaalt of het een feestkleed is, of dat het haveloze bullen zijn. Het gaat erom hoe wij met ons hart bij de zaak waren. Was het een formaliteit om daarna zo gauw mogelijk in ons eigen belang te kunnen duiken, of bleven we werkelijk bij de les van het leven. Alleen door dat laatste kleden we ons gewone bestaan om tot het entreekaartje van Gods toekomst. Dat is ons pakkie-an dat God nodig heeft voor het feest van de wereld. Dat is het soort mens waarmee de Eeuwige op weg gaat naar morgen en naar de voltooiing van onze wereld. Niemand con¬troleert ons hart zoals wij hier samenzijn. Volkomen incognito kunnen we de feestzaal van Gods liefde binnenkomen.

Mag door dit woord ‘het gewone’ ons feestkleed worden. Daarmee zullen we de feestzaal van Gods toekomst zeker binnengaan. Dat mag ons moed geven op onze weg door dit leven.

Zoeken in Preken Online