Vrijheid anders

A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen


Vele mensen zullen terecht jaloers zijn als ze lezen wat Paulus vandaag schrijft. Hij schrijft over vrijheid. Dit soort lectuur lezen we graag. Wij hebben in ons eigen leven vaak en lang voor vrijheid moeten vechten. We zijn in dat gevecht ook vele keren verliezer geweest. Dat alles heeft in mensen diepe sporen nagelaten. Vele mensen hebben zelfs na 50 jaar deze wonden nog niet kunnen helen.

Toch is dat alles nog maar klein bier als je denkt aan de vele volkeren uit het zuidelijke deel van de aardbol. Daar is vrijheid nog een zeer verre droom. Er zijn zovele farao’s die hun een kromme rug bezorgen. Ze moeten werken als slaven voor een beetje stenen en stro. Ter wille van de glorie van een vreemde heer. Om dat een beetje te weten, is het niet nodig elke dag vijfmaal het journaal te volgen. Als wij ons geheugen consulteren, zullen we beseffen dat het een eeuw geleden bij ons ook zo was. Maar ja, geschiedenis is niet ons sterkste vak.

Wat Paulus vandaag schrijft, heeft daar allemaal mee te maken. Hij was een jood. Hij bezat dus een sterk geheugen. Hij wist tot in zijn ingewanden hoe zijn volk gedurende eeuwen slaaf was geweest. En hoe moeizaam het onder het juk vandaan werd gehaald. Hoe het uit-tocht vierde. Tot de gevierde vrijheid aanbeden werd en zo de vijand werd van de vrije mens! Dat wist Paulus. Zoals hij ook wist hoe hij in zijn eigen geschiedenis een heel proces van ontvoogding door moest maken. Dat heeft ook jaren geduurd. Hij kreeg toen zijn genadeslag. Toen was hij eindelijk vrij!

Nu zijn eigen woorden: Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik kan volop eten en ik kan honger lijden." Daar staan nog enkele woorden omheen, maar dit is de kern. Rijkdom is voor mij geen probleem. Ik heb die gekend. Ik weet wat ze waard is. Ik ken de waarde van het geld. Ik heb het ooit gemist, maar ik heb leren leven met veel en met weinig. Het eerste heeft me nooit beroesd, het tweede heeft me nooit gekweld. Mijn geluk wordt niet door geld bepaald, en ook niet door het eten en evenmin door het vasten. Mijn vreugde wordt niet gemaakt door het hebben en mijn geluk wordt niet afgebroken door het niet-hebben.

Zoiets zegt alleen een mens die van binnen vrij is. Hij heeft zijn zuchtigheid overwonnen en zijn gekke verlangens getemperd. Materiële dingen zijn een keuzevak in zijn bestaan. Hij haast zich echter er meteen iets aan toe te voegen: ,,Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft." Hij heeft het dus niet op wilskracht gedaan. Niet als een ijzeren monnik. Het was geen overwinning op macht.

Nu durft hij te zeggen dat hij alles aankan van binnenuit. Dankzij Hem die hem kracht geeft. Hij heeft zijn vrijheid niet bevochten. Hij heeft ze ontvangen. Gods kracht is gratis. Je moet ze niet met sterke offers verdienen. Een mens moet alleen maar diep geraakt zijn en ontroerd door zijn warme nabijheid, die als een geschenk voor ons gereed ligt. De mens die vecht om vrij te worden, begint aan de verkeerde kant. Het zal hem ook niet lukken. En als het ooit toch eens lukt, zal het een zure en harde vrijheid zijn. Met het proeven van Gods nabijheid lukt het stukken beter.

Het is vrijheid anders.

Zoeken in Preken Online