Dit is een ingewikkeld verhaal. Het staat bol van allerhande toespelingen op de uiteindelijke betekenis van Jezus’ optreden. Het is goed hier het woordje ‘uiteindelijk’ voor ogen te houden. We willen ermee weergeven wat in een meer technische taal ’eschatologisch’ genoemd wordt. Waar wil God ten langen leste met de wereld naartoe? Wat zal ten slotte van tel zijn? Waar komt het finaal op aan in het leven?
Uiteindelijk zijn we allen bestemd om aan te zitten aan het bruiloftsmaal dat de koning voor zijn zoon houdt. ‘De Heer van de machten richt op de berg Sion voor alle volkeren een feestmaal aan’ (Js 25,6). Dit is een klassiek beeld voor de hemel. Daartoe zijn allen uitgenodigd. Verrassend is dat sommigen dat niet willen en de invitatie van de koning zelfs met geweld afwijzen. De allusie is vrij duidelijk: Jezus stuit op de afwijzing van zijn eigen volk.
Dat de dienaren dan gezonden worden naar alle mensen, goeden en slechten, is allicht een toespeling op de missieactiviteit van de jonge Kerk. Niet alleen wie tot het uitverkoren volk behoort, maar iedere mens mag erbij zijn. De (joodse) wet stelt hier niet langer voorwaarden. Dat was ook Paulus’ grote ontdekking: Gods genadigheid is buiten de wet om verschenen, en wel voor allen. Het volstaat mens te zijn om bij de genodigden te horen, ongeacht taal, volk, ras of geslacht. We verdienen het Rijk Gods niet, het wordt ons gratuit geschonken.
Maar als het feest dan eindelijk toch begint, doet zich een verrassend incident voor. Er daagt iemand op die geen bruiloftskleed draagt. De koning ontsteekt in toorn en laat hem buitengooien. Om dat te begrijpen moeten we - het zij herhaald - voor ogen houden dat het hier om de uiteindelijke afwikkeling van de geschiedenis gaat. De man zonder bruiloftskleed was, zoals wij allen, ruim vooraf op de hoogte van de invitatie. Hij wist dat het een bruiloftsfeest zou worden en had de tijd gekregen om zich klaar te maken. Maar dat had hij verwaarloosd. Hij wilde er wel graag bij zijn, maar had zich niet voorbereid. Het Rijk Gods is wel een feest, maar geen luilekkerland. Er moet, ter voorbereiding, een feestkleed geweven worden. In het Nieuwe Testament komt het beeld van het kleed wel meer voor om te zeggen wat ons, in het vooruitzicht van het feest, te doen staat: ‘Bekleed u met de nieuwe mens.’
Misschien wordt nu duidelijker waarom de eerste golf ge¬nodigden weigert op de uitnodiging in te gaan. Over de historische omstandigheden van de gelijkenis heen komt hier een blijvende, mysterieuze waarheid aan het licht. Sommigen willen niet naar het feest omdat ze niet aan een feestkleed willen werken. Dat is dan een beeld voor de bekering die van allen vereist wordt. Dat is het passende antwoord op de invitatie. Maar een dergelijk kleed weven is een hele taak. Een levenstaak in het licht van het uiteindelijke feest waartoe wij allen uitgenodigd zijn.