Mensen krijgen een uitnodiging voor een groot feest. Ze nemen praktisch
allemaal die uitnodiging aan, want wie wil er niet een feest. Vol
verwachting trekken ze naar de reusachtige feesttent. Maar tot hun
verbazing en schrik is die tent zo leeg en kaal als een luis.
De gastheer verwelkomt iedereen en zegt: het feest dat moet u zelf
maken. Alles wat u nodig hebt kunt u krijgen, maar u moet het wel samen
organiseren. Een mens alleen kan geen feest vieren, dat moet je samen
doen, dat is de reden dat ik u hier samen gebracht hebt. Ik wens u een
fijn feest toe.
Grote verwarring. Wat voor dwaasheid was dat nou?
Een aantal mensen ging meteen naar huis:
als hun geen kant en klaar feest werd aangeboden,
dan hoefde het van hun niet meer.
Verbeeld je: je zelf moe maken om een feest te maken voor jezelf.
Sorry hoor, dat is te gek, daar begin ik niet aan.
Maar een grote groep mensen bleef:
ze hadden er best wat voor over om een feest te maken.
Maar toen begonnen de problemen:
stoelen binnenbrengen, slingers ophangen, tafel dekken:
daar voelden velen zich te goed voor, dat moesten die en die maar doen;
en ze kregen slaande ruzie over het soort muziek,
de een wilde modern, de ander klassiek, een derde per se jazz.
En dan wie bij wie? Ik wil niet naast die aan tafel zitten,
en die horen hier niet thuis, die moeten maar ergens achteraan gaan zitten.
En overal vond je groepjes waar dan anderen weer niet bij mochten komen.
En sommigen waren al dronken
voordat een ander de kans had een drankje te bemachtigen.
En een aantal had nog niets te eten gehad
terwijl anderen zich volgepropt hadden.
Het feest werd een grote flop. Het had zo mooi kunnen zijn,
als… ja, dat beruchte als.
Zo zou ons leven in deze wereld een groot feest kunnen zijn, als …
God heeft alle ingrediënten voor een feest in de schepping neergelegd,
voor elke mens zou het dagelijks bestaan een feestelijk tintje kunnen hebben als . . .
Misschien moet je zeggen: als alle mensen volmaakt zouden zijn,
en dat is eigenlijk gelijk aan: als het onmogelijke waar zou worden.
De werkelijkheid is geen feest. Het lijkt een onbereikbare droom.
Toch zijn we allemaal uitgenodigd op het feest,
hebben we allemaal de opdracht om van het leven iets feestelijks te maken.
Maar onze aandacht gaat vaak uit naar zaken
die niets met het feest te maken hebben,
maar die wij op dat moment belangrijker vinden.
We denken dat we alleen gelukkig zijn als we flink geld verdienen,
als we veel luxe om ons heen hebben, als we verre vakanties kunnen houden,
als we alles kunnen doen en hebben wat ons hartje begeert.
En maar al te vaak blijkt ons beoogde feest een flop te zijn,
maar al te vaak brengt onze manier van leven meer verdriet dan geluk.
Men zegt wel eens: het leven is een tranendal.
Wie dat zegt is wel erg somber gesteld, maar er zit wel wat in.
En inderdaad er zijn veel tranen, het is vaak om te huilen.
Veel levenssituaties kun je echt niet feestelijk noemen,
en toch: het feest moet doorgaan, en dat doet het ook,
in meerdere of mindere mate.
Er zijn toch veel mooie en fijne dingen die mensen voor elkaar doen,
gewone kleine dingen die het leven toch een feestelijk tintje geven.
Zoals die mevrouw van negentig die elke dag
een sinaasappel uitperste voor haar gebrekkige buurvrouw.
Zoals die jongen die onder zijn vakantie
als vrijwilliger ging werken in het verpleeghuis.
Zoals die vrouw die elke dag even bij een zieke binnenloopt.
Zoals die gehandicapte man die met zijn opgewekt humeur
anderen een riem onder het hart steekt.
En zo kun je nog veel meer voorbeelden aanhalen.
En dan kunt u zeggen: zijn dat feestelijke dingen?
Dan zeg ik ja! Dat zijn de ingrediënten voor een feest,
dat is de weg die Jezus ons gewezen heeft
naar zijn grote feest van het rijk Gods.
Jezus zegt: het feest moet toch doorgaan,
ook al laten veel gasten het afweten.
Hij nodigt ons uit, van alle hoeken en straten, wie of wat we ons zijn,
als we maar het bruiloftskleed van de goede wil hebben.
En laten we niet te gauw zeggen: dat kan toch niet.
Het kan wel, beetje bij beetje, in kleine dingen.
Het kan wel, als we maar blijven proberen, in Jezus’ naam, in Jezus’ geest.
28e zondag door het jaar A (1999)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen