Achtentwintigste Zondag door het jaar - A 15 oktober 2023
Evangelie: Matteüs 22, 1-14
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van vandaag de titel: “Het feest van God met de mensen”. Hij ontwikkelt zijn gedachtegang zoals gewoonlijk in drie stappen:
“1.God bereidt een feest voor met de mensheid.
2.Hij stelt de Kerk aan als boodschapper van Zijn feest.
3.Alle mensen zonder uitzondering zijn op het feest uitgenodigd, maar niet allen zijn ze de
*uitnodiging waardig.*"
In onze bouwstenen van deze week gaan we verder door op wat in het derde deel van zijn preek gezegd wordt.
“De Heer gaat rechtuit de confrontatie aan met die man die, ondanks alle goedheid die de Heer betoont om ook de armen te roepen, zichzelf onwaardig maakt om aan het feest deel te nemen. En hij zegt tegen hem: ‘Vriend, hoe ben je hier toch binnengekomen zonder een feestgewaad te dragen?’ De genodigde in kwestie deed zijn mond niet open, want hij had geen enkel argument voorhanden om zich te verweren tegen dit verwijt. Hij had immers gefaald in de manier waarop hij op de uitnodiging was ingegaan. En daar is een grote les in gelegen voor ieder van ons.
Toen het Tweede Vaticaans Concilie ons de gedachte voorhield (…) dat in de Kerk van God alle middelen voorhanden zijn om gered te worden, voegde het er meteen ook een verschrikkelijk woord aan toe: ‘Hij echter wordt niet gered, ook al is hij in de Kerk ingelijfd, die, niet volhardend in de naastenliefde, wel in de schoot van de Kerk blijft met zijn lichaam maar er niet bij is met zijn hart.’ Het is dus niet genoeg om op zondag naar de mis te komen. Het is niet genoeg om jezelf katholiek te noemen. Het is niet genoeg om je kind te laten dopen, ook al gaat dat gepaard met een groot societyfeest. Het is niet genoeg om alleen maar de schijn van het ‘christen-zijn’ op te houden. God betaalt immers niet voor de schone schijn. God stelt een belangrijke voorwaarde: Hij wil dat wij eerst het kleed van de gerechtigheid aangetrokken hebben. God wil dat zijn christenen gekleed gaan in de liefde. God wil dat degenen die aan Zijn feest deelnemen een persoonlijke inspanning leveren om zich klaar en waardig te tonen om aan dat feest te kunnen deelnemen. Want Christus is de eerste Die er op uit is om ons te redden, maar zonder onze instemming en medewerking redt Hij ons niet. Augustinus zei ooit: ‘Hij die jou wel kon scheppen zonder jou, Hij zal jou niet redden zonder jou”. Om jou te scheppen had Hij jouw toestemming niet nodig, nee - maar om jou te redden heeft Hij nodig dat hij van jouw vrijheid gebruik mag maken: het feit dat je weet hoe je je goederen, je persoon, de dingen van je bestaan vrij moet gebruiken, en dat je dit doet met een gevoel voor rechtvaardigheid en naastenliefde.”
Laten we allereerst dit vooropstellen: de wereld van vandaag gelijkt helemaal niet op een ‘feest’. Bij de meeste mensen en volkeren valt er in de verste verte geen feesttafel te bespeuren. Er is de oorlog van Rusland tegen Oekraïne (die ook met wapens uit Europa en de VS wordt gevoerd), de hoogspanning die er heerst na de staatsgreep in Niger en in heel die gordel van Afrika, met daarin de groeiende invloed van Rusland, de spanningen die er bestaan tussen China en Taiwan (met alle steun van de VS), de spanningen ook tussen Noord en Zuid-Korea, Japan en de VS, de terreur die heerst in Soedan, Syrië, Congo,… En verder: het vele sociale geweld dat maar blijft woeden in tal van Latijns-Amerikaanse landen waar corruptie en populisme de rijken alsmaar rijker en de armen steeds maar armer maakt. Er zijn dan ook nog de groeiende sociale tegenstellingen in de VS, en er is de hele migratieproblematiek in Europa… En als we aan die lange lijst nog de gevolgen toevoegen van de energiecrisis, van de versnelde klimaatverandering en de steeds sneller stijgende opwarming van de aarde, dan wordt het meer dan duidelijk dat we in de realiteit van vandaag heel ver af staan van Gods Rijk, die Grote Droom van het feest voor alle mensen, met die onmetelijke overvloed aan leven en vreugde die beschikbaar zijn voor iedereen zonder uitzondering. Zeker in het relatief rijke Westen mogen we dat alles niet vergeten, en we mogen er niet leven ‘als God in Frankrijk’. Het evangelieverhaal van vandaag dat vertelt over Gods Koninkrijk, en dat grote Feest aankondigt als een ‘rijkelijk feestmaal’ voor iedereen zonder uitzondering, moet dan ook altijd gelezen worden in de context van het actuele wereldgebeuren.
Jezus was tijdens zijn ‘openbaar leven’ aanwezig op heel wat maaltijden, en Hij heeft daar herhaaldelijk gesproken met de aanwezigen. In de parabels en gelijkenissen die Hij gebruikte heeft Hij ook veel over maaltijden verteld. In dat samenzijn van mensen rond de tafel vond Hij een rijkdom aan beelden en symbolen om over Gods Rijk te spreken. Het begin van het feestverhaal van vandaag deed beslist de harten van de toehoorders kloppen van vreugde. Zijn Joodse tafelgenoten wisten zich geroepen en uitverkoren als Volk van God, en dus hadden zij al snel de indruk dat het verhaal het in de eerste plaats zou hebben over hen. Maar dan liep het in deze veelbelovende geschiedenis ineens grondig mis. Wat een ontgoocheling: de genodigden gingen er niet naartoe, ze hadden hun eigen dingen te doen, ze waren met zichzelf bezig, ze waren niet geïnteresseerd in zoiets als een groot feest van vreugde en samenhorigheid voor iedereen. De tijdgenoten van Jezus herinnerden zich beslist ook wel hoe ooit de gezondenen van Godswege, de profeten, het zwijgen werd opgelegd, hoe ze uitgeschakeld werden. En in de joods-christelijke gemeenschap van Matteüs, zowat vijftig jaar later, wist men uiteraard heel goed dat zowel Johannes de Doper alsook Jezus door de religieuze leiders van dat oorspronkelijk uitverkorenen Volk brutaal vermoord werden. Dat de vernieling van Jerusalem in het jaar 70 dan ook door sommigen als een straf van ‘de Koning’ geïnterpreteerd werd, is best mogelijk en begrijpelijk. En vanaf het moment dat niet-Joodse christenen deze bewering letterlijk gingen overnemen en op de duur ‘dé Joden’ gingen beschuldigen van alles wat mis liep in de wereld, begon het natuurlijk compleet uit de hand te lopen, zo leert ons de geschiedenis met daarin zoveel rampzalige gebeurtenissen.
Mgr. Romero heeft het in het derde deel van zijn preek toch vooral en heel speciaal over het vervolg van het verhaal dat Jezus vertelt. Nu worden zondermeer álle mensen uitgenodigd, en er zijn geen uitverkorenen meer die een voorkeursbehandeling krijgen. ‘… De dienaren gingen naar de wegen en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten…’ – zo staat het er (Matt. 22,10). Daar is het dus om te doen in Gods Rijk: alle mensen mogen er bij horen, ja, ‘zowel de goede als de slechte mensen’ – zegt het Evangelie. Maar pas op: niemand mag zomaar binnengaan. Er is één grote voorwaarde: je moet het feestkleed van de gerechtigheid en van de liefde dragen.
Voor zijn verdere commentaar grijpt Mgr. Romero dan naar een tekst uit het Tweede Vaticaans Concilie, die zegt dat God alle mensen geschapen heeft zonder enige medewerking of persoonlijke verantwoordelijkheid van hun kant. We ontvangen het leven ‘gratis en voor niets’, als een puur geschenk. Maar bij de verlossing en redding van de mensheid gaat het blijkbaar om een heel andere dynamiek: daar is onze vrije keuze om bewust mee te werken aan die wereld van gerechtigheid en liefde een noodzakelijke en beslissende voorwaarde. Het feestkleed dat je bij het binnenkomen van de zaal aan moet hebben is: de vaste wil om “… je goederen, je persoon, de dingen van je bestaan, vrij te gebruiken, en dat je dit doet met een gevoel voor rechtvaardigheid en naastenliefde". “God wil dat degenen die aan zijn feest deelnemen een persoonlijke inspanning leveren.” “Want Christus is de eerste Die er op uit is om ons te redden, maar zonder onze instemming en medewerking redt Hij ons niet.” Dit is toch wel een belangrijk aspect uit dit verhaal dat we niet mogen vergeten. Het aanbod van de verlossing, de uitnodiging om deelgenoot te zijn aan het Goddelijke Feest geldt voor alle mensen, zonder onderscheid. En misschien mogen we er ter geruststelling nog aan toevoegen dat God altijd opnieuw iederèèn uitnodigt en motiveert om toch maar dat feestkleed aan te doen. Hij zal het niet opgeven ons daartoe op te roepen en ons met aandrang te vragen dat wij ons zouden bekleden met gerechtigheid en naastenliefde, in de hoop dat meer en meer mensen zouden deelnemen aan het grote Goddelijke Feest, en zouden binnengaan in Zijn Rijk. Maar hoe dan ook: het al of niet deel hebben aan dit Feest hangt uiteindelijk af van onze instemming om op de ‘vestimentaire’ opdracht die aan Zijn invitatie verbonden is al of niet in te gaan. Om het met heel moderne woorden te zeggen: er is een dresscode afgesproken voor het grote Feest, en iedereen moet zich daar aan houden. Anders kom je er niet in en hoor je er niet bij…
Soms overvalt ons onnoemelijk veel onmacht en ontmoediging bij het zien van zoveel geweld en miserie in de wereld, zelfs dicht bij ons. Heeft het dan wel zin dat we dat feestkleed van gerechtigheid en zorgzame liefde aan zouden doen? Ja natuurlijk, ja, en nog eens ja! In alle relaties met andere mensen, in al onze keuzes qua besteding van tijd en middelen, op al onze eigen wegen waar we mensen ontmoeten, kunnen we getuigen zijn van die andere wereld die komen zal, die feestwereld die op ons wacht. Misschien zijn het slechts kleine stappen die we kunnen zetten in die richting. Maar we staan er gelukkig niet alleen in. En we geloven dat constante druppels water vroeg of laat de hardste rots zullen doen barsten.
Toch lijkt het jammer dat in de laatste verzen van dit evangelieverhaal het oudtestamentische beeld van een wraakgezinde God terug dreigt op te duiken. Ware het niet een meer evangelisch einde geweest van dit verhaal als de Koning zou gezegd hebben: ‘Vriend, waar haal je het vandaan hier zonder feestkleed te zijn! Ga vlug weer naar huis en bekleed je daar met de nieuwe mens; zorg voor gerechtigheid en solidaire dienstbaarheid, voor liefde en voor zoveel meer - en kom dan terug. Je bent dan zeker welkom!’? In elk geval: misschien ligt hierin voor ieder van ons die dit verhaal horen of lezen de uitnodiging om zelf af en toe toch ook even terug naar buiten te gaan, terug naar af, om te groeien in gerechtigheid en liefde, en om ons engagement daartoe te hernieuwen en te versterken. Wanneer we dat blijven doen, zullen we telkens opnieuw mogen binnengaan in de bruiloftszaal, en er volop mogen proeven van dat Feest van God met alle mensen.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Hoe ziet ons persoonlijk ‘feestkleed’ van gerechtigheid en liefde er uit? Uit welke stof van concrete woorden en daden is het geweven?
Welke inspanningen doen we om in ons dagelijks doen en laten op te komen voor een rechtvaardige wereld en voor zorgzame liefde?
Zijn we ook bereid om de prijs te betalen van zo’n engagement, in een wereld die meestal zo wreed en onmenselijk, zo ‘onchristelijk’ is?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Nota: voor volgende zondag, 22 oktober 2023, is er geen homilie van Mgr. Romero beschikbaar. Op zaterdag 21 oktober 1978 werd hij opgenomen in een hospitaal in San Salvador, waar hij verbleef tot maandag 23 oktober. Op zondag 22 oktober 1978 heeft hij dus niet gecelebreerd en gepreekt in de kathedraal van San Salvador.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 127. Achtentwintigste zondag door het jaar-A – 15 oktober 2023.
De nederige leerstoel van de evangelisatie.
“Daarom, broeders en zusters, wil ik dat mijn woord, als geestelijk leider, begrepen wordt in dezelfde zin en in hetzelfde betekenisveld waarin het Evangelie zich bevindt. En dus moet het wel af en toe choqueren. Het kan niet iedereen behagen. Er zullen onvermijdelijk mensen zijn die het afwijzen. En Christus gaf ons daarbij het voorbeeld. Degenen die Zijn Woord afwezen waren precies de leiders die Christus ervan beschuldigden dat Hij de geschiedenis van Israël compleet verdraaide. Maar dat was niet zo, Christus was die geschiedenis op geen enkele manier aan het verdraaien. Hij leidde ze veeleer naar haar ware bestemming - zij waren degenen die alles in het tegendeel deden verkeren en het andersom lieten klinken en verstaan. Het is nodig om jezelf in deze omgeving van toen te plaatsen om de huidige taal van de Kerk te begrijpen, een taal die noch politiek noch subversief is, die niet op rebellie uit is. Het is een taal die liefde predikt, en die tegen de mensen zegt: ‘Dit is de weg die we moeten gaan’. En tegelijk wordt ook gezegd tegen degenen die de andere kant op gaan: ‘Wat jullie zeggen en doen, dàt is het pad verdraaien. Het is een bocht van honderdtachtig graden die jullie maken, een grove afwijking van de weg.’” (…)
Onlangs was er iemand die me erg wilde vleien, toen hij me, met een vergelijking die nergens op sloeg, vertelde ‘… dat mijn preek op zondag vaak gelijkt op een college, een les aan de universiteit’… Maar ik heb nooit de pretentie gehad om zoiets te doen en om zo hoog te mikken – ik wilde vooral een nederige catechist zijn, een evangelist van en voor de mensen, niets meer. Maar zoiets week na week doen is zeker veel meer waard dan wat verteld wordt door alle professoren en vanuit alle leerstoelen in de menswetenschappen! Het gaat hier om het nederige professoraat van de evangelisatie dat de mensen wijst op de ware zin en betekenis van het leven, op hun ware relatie met God, en op hun verantwoordelijkheden in de maatschappij. En dit is wat we telkens weer geprobeerd hebben om te doen."
Omdat hij geregeld geconfronteerd werd met beschuldigingen vanwege (politieke en economische) machthebbers en ook met de mogelijke verwarring die hij met zijn preken bij sommige mensen in de kathedraal zou stichten, verduidelijkt Monseigneur Romero hier het eigenlijke en enige doel van zijn preken.
Allereerst vergelijkt hij zijn situatie als predikant van het Koninkrijk van God met die van Jezus zelf in Zijn tijd in Palestina. Jezus leidde de mensen naar hun ware bestemming als Gods Volk. Hij was niet degene die de geschiedenis verdraaide. “Christus leidde de geschiedenis veeleer naar haar ware bestemming - zij waren degenen die alles in het tegendeel deden verkeren en het andersom lieten klinken en verstaan.” Zij – dat waren de religieuze leiders van het volk. Daarom herinnert Monseigneur Romero er ons aan dat de prediking van het Evangelie altijd zal botsen met de heersende politieke en economische machten, met de dominante ideologieën, en met uitsluitingssystemen van allerlei aard. Dat er een profetische aanklacht klinkt vanuit de preek, dat is niet de schuld van de predikant. Want de verkondiging van het Evangelie, in trouw aan Jezus, zal altijd botsen met de gangbare mening, zeker met die van de machtigen en sterken van deze wereld. “Wat in de preek gezegd wordt kan niet iedereen behagen. Er zullen onvermijdelijk mensen zijn die het afwijzen.”
Sinds de kolonisatie van het Latijns-Amerikaanse continent is de verkondiging van het Evangelie steeds weer ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de koloniale macht. Dit veranderde helemaal niet na de onafhankelijkheid van die landen en volkeren, op een paar kortstondige uitzonderingen na. De landeigenaren hadden hun kapellen, hun missen en hun devoties, ze vierden de patroonsfeesten van hun landgoederen, ze fungeerden als doopgetuigen en ze beloonden de priester die de dienst voor hen verzorgde. Rijke families ‘kochten’ leden van de kerkelijke hiërarchie ‘om’, door donaties te doen voor de bouw van tempels en kerken, en zelfs om er ‘goede werken’ mee te doen. Maar de Geest van de Heer wordt nooit moe om de authentieke profetie in de Kerk wakker te maken en te houden. Sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw begon de Latijns-Amerikaanse Kerk de kant te kiezen van ‘de armen’, de zwakken en de kwetsbaren, om van daaruit het Evangelie te lezen en het Koninkrijk van God te prediken. Natuurlijk moest dat vroeg of laat botsen. De Kerk heeft hiervoor een dure prijs betaald, zelfs met vervolging tot het martelaarschap toe.
En helaas… dat soort vervolging is nog bijlange niet voorbij. Laten we dit illustreren met een concreet voorbeeld uit deze tijd. Padre José María Tojeira, SJ, van de UCA in San Salvador, schrijft in een artikel over het huidige populisme in Midden-Amerika: ‘In Centraal-Amerika werd het populisme aanvankelijk op zeer verschillende manieren opgelegd door dictators. Hoewel ze vandaag de dag gekozen zijn door het volk, behouden ze de autoritaire traditie die essentieel is voor het populisme.’ In Nicaragua zijn politici, de kerk, de universiteiten en iedereen die het niet eens is met het leiderschap van de regering de gebeten vijand. Ze kunnen van hun nationaliteit worden ontdaan omdat ze geen mensen meer zijn. Repressie wordt eenvoudigweg voorgesteld als de verdediging van de kernwaarden van de natie. In El Salvador, in een heel andere context, waren de vijanden eerst en vooral de traditionele politieke partijen. De regering maakte gretig gebruik van de vermoeidheid van de bevolking vanwege het onvermogen van de partijen om de al lang bestaande problemen van het land op te lossen. Toen de traditionele partijen hun steun verloren en ontmanteld waren, werden de ‘maras’ (bendes) de nationale vijand. De strijd tegen hen (die in principe een legitieme strijd was), werd op zo’n manier verabsoluteerd dat ook elk onrecht tegen onschuldige slachtoffers goedgepraat werd (en wordt) onder de beschamende formule dat er in elke oorlog altijd en onvermijdelijk een stuk nevenschade is, de zogenaamde ‘collateral damage’. En wanneer iemand onschuldigen verdedigde of enig misbruik van macht en geweld bekritiseerde, was het alsof hij of zij medeplichtig was aan ‘die criminelen’.
De onteigening van de UCA (Universiteit van de Jezuïeten) in Nicaragua, de verdrijving van de jezuïeten uit hun woonplaats, de opheffing van de wettelijke status van de jezuïetencongregatie met de inbeslagname van al haar bezittingen (recent in augustus 2023) – het blijft allemaal illustreren wat Padre Tojeira zei. De authentieke verkondiging van het Evangelie zal altijd en onvermijdelijk botsen met de machthebbers en hun praktijken.
Monseigneur Romero beschouwt zichzelf als een ‘catechist’, een ‘nederige’ catechist nog wel, een evangelist van en voor zijn volk. Zijn missie is die van Jezus: ‘Zijn volk en zijn mensen leiden naar hun ware bestemming’. Hij verduidelijkt in deze preek dat het gaat om een “evangelisatie die mensen wijst op de ware zin en betekenis van het leven, op hun ware relatie met God en op hun verantwoordelijkheden in de maatschappij.” Hij noemt in deze ene zin drie nauw verwante aspecten van de evangelisatiemissie: het openen van horizonten voor de ware zin van het leven, voor een authentieke relatie met God en voor de historische verplichtingen die mensen hebben in de samenleving.
Zij die economische, politieke en militaire macht hebben in de samenleving doen er alles aan om hun visie, hun lezing van de geschiedenis (let wel: de enige die is toegestaan), hun ideologie, hun zin en betekenis van het leven aan iedereen op te leggen. Niet zelden verpakken ze deze stellingnamen in humanistische en christelijke klanken en kleuren om hun volk te misleiden. Ze spreken over ‘samenwerking’, terwijl ze ondertussen diegenen die deze visie op het leven en de geschiedenis niet delen zonder genade uitsluiten en verdrijven. De evangeliserende catechist, die dicht staat bij de noden en hulpkreten van de mensen en die tegelijk ook luistert naar de God van Jezus, probeert een ander perspectief en doel van het leven te hanteren en aan de mensen aan te bieden. Hij moet wel ‘tegendraads’ zijn, want hij kan zijn roeping op geen enkele andere manier vervullen. Daarom onderscheidt de pastor, de catechist, de evangelist zijn boodschap van liefde heel duidelijk van alles wat vanuit de macht wordt uitgebazuind, door tegen de mensen te zeggen: “dit is de weg die we moeten gaan” en door tegen degenen die economische en politieke macht hebben te zeggen: “wat jullie zeggen en doen, dat is het pad verdraaien”.
De machthebbers, samen met degenen die hun aanpak en hun daden altijd maar blijven rechtvaardigen, manipuleren ofwel volledig het beeld van God of ze proberen elke verwijzing naar God ongedaan te maken. In het eerste geval proberen ze God in dienst van henzelf te stellen: ze leggen de eed af met de hand op de Bijbel, ze gaan opzichtig naar sommige religieuze activiteiten en noemen zichzelf dan maar ‘christenen’. En ze hebben handlangers tot hun beschikking die perfect weten hoe ze geïsoleerde Bijbelcitaten moeten hanteren en interpreteren in dienst van de dominante ideologie. Ze aarzelen niet om sommige priesters of bisschoppen te bevoordelen, terwijl ze andere religieuzen dan weer opsluiten, verbannen of vermoorden. Ze beschouwen zichzelf als de meesters van het religieuze geweten van hun volk. In het andere geval verbieden ze alle christelijke manifestaties en uitingen, ze verwijderen religieuze symbolen, ze leggen een niet-religieuze schoolopleiding op die niet openstaat voor het mysterie van leven en dood, en ze beschouwen zichzelf als de ultieme meesters van alle waarheid. Tegenover beide posities biedt de pastor, de evangeliserende catecheet, aan de mensen de horizon aan van de God van Jezus, Vader-Moeder van barmhartigheid, de basis van rechtvaardigheid en broederlijke solidariteit, de bron en toekomst van het leven.
Het gevolg zal zijn dat de pastor, de catechist, de historische verantwoordelijkheid op zich neemt om zich te laten leiden door de Geest van God (die altijd ‘van onderaf’ werkt!!) om de mensen uit te nodigen verder te kijken dan het van bovenuit opgelegde stramien dat geen enkel alternatief toelaat of verdraagt, om nieuwe manieren van leven en van vrede te zoeken – een vrede die de vrucht is van gerechtigheid. Hij is als de bedoeïen in de woestijn die midden in de zandstormen de weg wijst: "… dit is de weg die we moeten gaan”. Hij roept zijn volk op om zich bewust te worden van hun eigen werkelijkheid en hun eigen geschiedenis, en zich te organiseren om stappen te zetten naar een andere toekomst, naar een meer rechtvaardige en broederlijke samenleving. Maar tegelijkertijd zal hij de profetische moed hebben om tegen de machthebbers en hun dienaren te zeggen: "… dat wat jullie doen, dat is het pad verdraaien…” Het is noch min noch meer de geschiedenis afleiden van haar ware bestemming. Door mistoestanden, manipulaties en mensenrechtenschendingen aan de kaak te stellen, hoopt de pastor, de catechist dat de machthebbers hun fouten en nalatigheden zullen erkennen.
Zoveel is zeker: we hoeven niet bang te zijn om te leven en te spreken zoals de ‘nederige catechist’, die Monseigneur Romero was.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een aantal andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Achtentwintigste Zondag door het jaar-A van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
152 No basta venir a misa:
https://www.facebook.com/watch?v=1009653969564695
151 Iglesia de los pobres:
https://www.facebook.com/watch?v=504069674524010
150 No me van a condicionar mi predicación: https://www.facebook.com/watch?v=725714371763886
Overdenking voor zondag 15 oktober 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Achtentwintigste Zondag door het jaar, cyclus A, 15 oktober 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo III, Ciclo A, UCA editores, San Salvador, p. 324-325.