Het Rijk der Hemelen, dat is niet een plek en niet een tijdsperiode. Het Rijk der Hemelen is iets voor overal en altijd.
Het is vooral iets waaraan moet gewerkt worden.
Dag in, dag uit, krijgen we daar gelegenheden voor
en we zijn vrij om op de uitnodigingen in te gaan of niet.
Verhalenderwijs heeft Jezus het over een feest waarvoor de gastheer de ene verontschuldiging na de andere te horen krijgt.
Als dat niet frustrerend is!
Hij verruimt dan de groep van genodigden en ja hoor, er komt volk.
Gasten van allerlei pluimage allicht, en ze zijn allen welkom.
Behalve wie niet de gepaste kledij draagt.
Naar een belangrijk feest gaan, is geen tussendoortje:
je bereidt je erop voor
en de gastheer zal dat merken van zodra je aankomt.
God is die gastheer, de gevierde is zijn Zoon.
In afwachting van ‘het grote feestmaal’
krijgen we vele kansen om onze bereidheid tot deelname te tonen.
Dat doen we niet hals over kop,
we mogen wat tijd nemen om herkenbaar voorbereid op te dagen.
Een feestelijk kleed is maar een uitwendig teken,
maar door alles heen ziet God
of je in je hart plaats hebt gemaakt voor Hem.
Ik las in een duidingstekst* een kernachtige bedenking
over al de excuses van de genodigden:
“Ze kwamen niet.
Niet omdat ze geen honger hadden. Omdat ze vol waren van zichzelf.”
- Ward Bruyninckx (federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge) - tekst verspreid via de Prekengroep
2010 - 2011 - A 28