28e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Preek – 28e zdj – A - Mt. 22, 1 – 14

TV-Mis - 09.10.11 te Aartrijke…door past. Joris Weyts

Broeders en zusters, hier in onze St.-Andreaskerk,

Goede mensen met ons verbonden dank zij de diensten van de VRT,

Van de schrijver Herman De Boer heb ik eens een merkwaardig stukje gelezen. Daarin ontvangt een zekere Arthur Vogel van zijn oude leraar professor Fluit –in geen jaren meer gezien en die 70 jaar wordt en een paar honderd kilometers van hem vandaan woont - een uitnodiging voor een feest. Arthur gaat ernaartoe en als hij bij zijn aankomst vraagt wie er nog allemaal komen zegt de professor: ’Jij en ik, we zien mekaar weer eens. Dat is toch een feest?’

Na een bezoek aan de mooie tuin zegt Fluit ‘Nu gaan we beginnen. En hij komt  met een melkfles gevuld met water en twee glazen. ’Het lekkerste welwater ter wereld’ zegt de professor terwijl hij inschenkt. En hij haalt nog een stuk boerenbrood en zegt ‘Tast toe, jongen’. Zwijgend eten ze wat van het brood. Het water smaakt inderdaad  goed. Arthur haalt nog een mooi stuk Franse kaas uit zijn auto ‘want daar hield u altijd zo van’ zegde hij. ‘Dan eten we het samen op’ zei Fluit ‘ en nu gaan we eens rustig van elkaars gezelschap genieten. Ik heb altijd veel van je gehouden, wist je dat?’-‘Ik ook van u antwoordt Arthur en plots vulden tranen zijn ogen. Daar zaten ze. Manus Fluit deed er het zwijgen toe. Soms glimlachte hij naar Vogel, dan weer zat hij vredig voor zich uit te kijken. De uren vergleden. Hun gedachten verweefden zich terwijl ze samen een stuk brood of een teug water namen waardoor woorden overbodig werden. Een diepe rust daalde in Arthur. Hij voelde zich veilig en goed in die stille kamer samen met de oude man. Hij begreep nu wel wat Manus Fluit bedoelde met een feest!

Zusters en broeders: misschien is dat wel al een feest: eenvoudig genieten van kleine dingen, en vooral van de aandacht en de vriendschap van mensen die je in hun leven laten binnenkomen –en die je in jouw leven binnenlaat- , die je echt zien en graag zien en met je willen delen, die levengevend voor je zijn en waar je veilig bij bent.

En zo kan bidden een feest zijn: gewoon vertoeven bij de beminde God die ook jou liefheeft zoals je bent, met je hele geschiedenis, met je goede en minder goede kanten, terwijl je Hem –als tot Jezus- hoort zeggen ‘Jij bent mijn welbeminde, in jou heb ik welbehagen.

Ja, zo kunnen leven: zo liefdevol verbonden, in zo’n intimiteit, is al een feest.

Maar natuurlijk doet een feest –en het leven als een feest- nog aan andere dingen denken. Bij een feest is er vaak overvloed aan eten en drinken, aan versiering: bloemen, kledij, muziek, sfeervolle verlichting, een mooie omgeving… de eerste lezing wist ervan…

En er moet iets te vieren zijn. ‘Moet er geen feest zijn? Die broer van jou is thuisgekomen’ stelt Jezus in de parabel van de barmhartige vader. De Joden vieren wekelijks: Gods dag, ja: om de goede geur van die dag van rust en heiliging een week lang niet te vergeten wordt een welriekend kruid uitgedeeld: ieder snuift de geur van de sabbat op… Wij christenen vieren elk jaar Kerstmis en Pasen en Pinksteren…Gods nabij komen in onze geschiedenis.

In de evangelielezing van vandaag nodigt een koning uit voor het huwelijksfeest van de prins: ten paleize een koninklijk feestmaal met alles erop en eraan. Maar hoe vreemd: geen van de genodigde gasten komt af. Een echte belediging in het Oosten. De koning blijft letterlijk met de gebakken peren zitten. En het wordt nog erger: degenen die een tweede keer werden uitgestuurd worden mishandeld, sommigen zelfs vermoord. Amaai! Nu wordt de koning echt kwaad: maar hij geeft het uitnodigen tot het feest niet op. De derde keer wordt iedereen van de straat geplukt: goeden en slechten. De zaal van het paleis loopt vol. Het feest moet doorgaan: de bruiloft moet gevierd worden.

Wat zou Jezus toch bedoelen met deze parabel van het mislukte bruiloftsfeest? De eerste zin geeft al een wenk: Jezus sprak tot de hogepriesters en oudsten van het volk. Zij die niet aanvaardden dat Hij aan tafel ging met zondaars, tollenaars en prostitués. In het Rijk Gods worden mensen zonder dat ze het verdienen uitgenodigd om plaats te nemen aan het goddelijk vriendschapsmaal. M.a.w.: Gods liefde voor ons is onvoorwaardelijk, gratuït. Daar hadden ze moeite mee…

Aan kinderen werd eens gevraagd ‘Begrijpen jullie dat nu? De tafels zijn gedekt, de spijzen warm, de wijn staat klaar: maar de zaal blijft leeg. Waarom komen die genodigden niet?.’ Eentje antwoordde: ‘ze zijn bang dat ze de gastheer moeten terugvragen’. Er zit veel in: bang om terug te vragen! Bang om te dicht bij die koning, die God, die Jezus te komen? Bang om hem te vragen binnen in je leven te komen? Als we Jezus’ manier van  denken en doen bij ons toelaten, moet er misschien één en ander veranderen in ons leven…. Zou deze parabel niet afrekenen met een manier van leven die alleen weet heeft van presteren, of macht en aanzien verwerven? Van zo hard werken dat men geen tijd meer heeft voor het wezenlijke: voor wat het leven tot een feest maakt: aandacht voor mensen, respect, attenties, kunnen luisteren, waardering hebben, tijd maken voor een gesprek en een bezoek aan een zieke , mensen bevestigen, gratuite liefde,

De genodigden tot de bruiloft zijn onverschillig. Ze engageren zich niet, ze dragen niet bij tot het feest. Zoals in dat parabeltje dat vertelt dat alle genodigden voor een feestje elk een fles wijn in een vat moesten gieten aan de ingang van de feestzaal: maar toen er uit dat vat getapt werd later op de avond bleek het vol water: iedereen had gedacht: die ene fles water van mij daar zal niemand op letten: ze zal het verschil niet maken…maar het werd een verwaterd feest….

En zou de man zonder feestgewaad, die eruit gegooid wordt, niet de man zijn die niet wil delen, niet wil bijdragen aan het feest, die wil profiteren en misschien vol wrok zit: hij kan Gods onverdiende liefde niet plaatsen, hij is niet gelukkig met gratuite, delende, onvoorwaardelijke liefde en kan die ook geen handen en voeten geven, : hij denkt aan niemand anders. ‘Buiten, zegt de koning, je denkt alleen aan jezelf: je past er echt niet in, of nog niet, in die nieuwe wereld die aan het groeien is…

Zusters en broeders,

God nodigt ons allemaal uit aan Zijn feest.  Een wereld van broeders en zusters die met elkaar delen en voor elkaars geluk willen leven. Het begint hier en nu, in deze Eucharistie waar we breken en delen : het eindigt ‘als we de vrucht van de wijngaard –nieuw- zullen drinken in het Koninkrijk van God’ zoals Jezus het zelf verwachtte. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap…dat zal een droom zijn ,een echt feest op zijn berg …Hij zal de dood vernietigen en van alle aangezichten de tranen afwissen en wij zullen jubelen en ons verheugen om de redding die Hij ons brengt. Amen

Zoeken in Preken Online