Homilie op de 28e zondag door het jaar A: “Tijd hebben voor het bruiloftsmaal!” (Mt. 22, 1-14)
Tielt, 12 oktober 2014
Niets is moeilijker dan een sermoen houden over een evangelietekst die op een eerste zicht ongeloofwaardig lijkt. Dat is mijn trieste lot vandaag. Stel je voor: een koning die voor zijn zoon een bruiloftsfeest geeft, waarop niemand van de genodigden wil komen. Dat kan toch niet. Ik zal het je bewijzen. In april 2011 trouwde prins William van Engeland met Kate Middleton. Ze hadden vele gekroonde hoofden, de groten der aarde en de hele beau monde van de wereld uitgenodigd. En ze waren er. Het ritselde er van goud en zilver en de beste modehuizen in de wereld deden gouden zaken. Honderden miljoenen mensen, die op dat feest niet uitgenodigd waren, hebben tijd vrij gemaakt om op T.V. de plechtigheid te volgen. Jij wellicht ook! Zelfs de jongere zus van Kate, nl. Pippa, had, naar het schijnt, veel succes met haar mooie jurk. Heb je in juli van datzelfde jaar ook gekeken naar de huwelijksplechtigheid van prins Albert van Monaco met Charlene Wittstock. Ook daar zijn de vele hoge gasten op de uitnodiging ingegaan.
Het evangelie van vandaag klopt dus niet. Blijkbaar is niet alles “evangelie” wat in het evangelie te lezen staat.
Maar wat wil Jezus dan met die gelijkenis zeggen? Het gaat zeker niet om een gewone koning als die van België. Het gaat zeker niet om een prinselijk bruiloftsmaal zoals in Engeland of Monaco. Er zit meer achter. Die koning is God zelf. En dat bruiloftsmaal is de uiteindelijke bestemming die God voor ons op het oog heeft, zeg maar: de hemel. Vandaar Gods hardnekkigheid om toch maar veel volk op dat feest te hebben. God houdt inderdaad niet op mensen aan te spreken en uit te nodigen om in te gaan op zijn aanbod. Ook al wijzen de mensen zijn uitnodiging telkens weer van de hand, ook al trekken zij zich er niets van aan of vermoorden ze zelfs zijn profeten en verkondigers, altijd weer komt God over de brug met zijn uitnodiging. Sterker nog: niet alleen le beau monde nodigt Hij uit. Allen zijn er welkom.
Het verhaal is daarmee niet gedaan. Het volstaat blijkbaar niet simpel ja te zeggen op Gods uitnodiging. Je moet ervoor zorgen dat je in feestelijke kleding op het feest verschijnt. Dat had die ene man nu niet gedaan. Hij wilde er wel graag bij zijn, maar hij had geen feestkleed aan, d.w.z. hij was niet in de gesteldheid om erbij te horen. Net zoals op een bruiloftsfeest, waar op de uitnodiging staat: “Avondkledij geweest!” Gods uitnodiging is niet vrijblijvend. Wie ja zegt moet bereid zijn te leven zoals God het wil. Dat vraagt van ons voortdurende bekering. Maar het feest waarop God ons uitnodigt, wordt dan ook een grandioos en niet te missen feest. De eerste lezing gaf ons daarvan trouwens een aantrekkelijk beeld: het zal een feestmaal zijn met belegen wijnen en uitgelezen gerechten. Maar de uitdaging ervoor is al even groot. Wie aan het feest wil deelnemen moet nu al beginnen te weven aan zijn feestkleed. Dat is een zware opgave, een leven lang.
De grote vraag daarbij is: Maak je tijd en maak je je hart vrij om te luisteren naar Gods uitnodiging, elke dag of minstens in het weekend? Of ben je altijd bezet, zoals de genodigden in het evangelieverhaal: bezet met je akkers, je beesten, je zaken, enz… Dat is bijzonder vervelend. Je kent dat allemaal. Je wil naar iemand telefoneren en dan hoor je aan de andere lijn dat oervervelend geluid “tuut! tuut! tuut!” En na een eindje het bericht “Je bent verbonden met het antwoordapparaat van…” Je probeert het enkele minuten later opnieuw en weer hoor je dat vervelend geluid “tuut! tuut! tuut!”, gevolgd door het bericht in het antwoordapparaat. En na 5 pogingen geef je het op en zucht je ontmoedigd: “Die is altijd bezet!”
Je moet je even de vraag stellen of je antwoord op Gods uitnodiging niet altijd is “tuut! tuut! tuut!” Altijd bezet!
Was je ook bezet toen prins William van Engeland of prins Albert van Monaco trouwde?
Eerlijk antwoorden, bij voorkeur stilletjes!
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt