Viering PCB Brugge
28° Zondag door het jaar - A
10-11 oktober 2026
toespraak
‘We hebben geen tijd voor een feestje!’
Wat is er toch aan de hand met de mensen in de parabel die Jezus vandaag vertelt? Het is toch bijna niet te begrijpen. Een koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon en nodigt de vooraanstaanden van zijn rijk uit. De vips, zeg maar. Kosten noch moeite zijn gespaard. De stieren en het mestvee zijn geslacht, de beste wijn staat klaar, en alles is in gereedheid gebracht. De tafels in de zaal met gouden luchters staan er prachtig bij. Dienaren komen de voorname burgers hoogst persoonlijk uitnodigen bij hen thuis, met een uitnodiging op naam in gouden letters. Wat een service! Het moet een bijzondere eer zijn van die invitatie te mogen ontvangen. In gedachten hoort zijne majesteit de hele high society van het land uit volle borst scanderen: ‘Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!’
Maar nee: de genodigden, die negeren de dienaren met hun uitnodigingen op naam compleet. Niet één keer, maar tot tweemaal toe! Ze doen de deur niet eens open, of gaan na het eerste contact direct weer terug naar hun handel of hun akkers. Sterker nog: sommige van de dienaren die als postbode waren uitgestuurd worden gevangen genomen, mishandeld en gedood! En waarom? Omdat ze getrouw hun werk doen, en zo vriendelijk zijn van nog een tweede keer te komen aankloppen met de uitnodiging van de koning?
Hebben ze echt geen tijd?
Het is werkelijk niet te geloven. De vips van het land willen er niet heen. De genodigden zouden nochtans ontvangen worden met de grootste égards, ze zouden kunnen eten en drinken wat ze maar wensen en een prachtig bruiloftsfeest meemaken. Gratis en voor niks! Waarom zou je dat weigeren? Het houdt gewoon geen steek. Er moet een reden achter zitten, dat kan haast niet anders. Misschien is de koning wereldvreemd. Nee, dat klopt niet: hij nodigt de mensen van harte uit. Hij wil hen per se erbij hebben en stelt de deuren van zijn paleis open. Misschien zal het een flutfeest worden. Nee, ook dat is niet het geval: het wordt zo’n feest waar Jesaja al in de eerste lezing over sprak: een rijk feestmaal met uitgelezen gerechten en de beste wijnen. (Jesaja 25, 6) Hebben de mensen andere dringende bezigheden misschien? Niet bepaald, sommigen onder hen nemen uitgebreid de tijd om de dienaren te laten martelen. Dat doe je niet als je het razend druk hebt. Ze hadden zich kunnen verontschuldigen in één of twee zinnen en daarna verder doen met wat ze bezig waren. Nee, er schuilt iets anders achter. Misschien hebben ze gewoon geen zin en voelen ze zich te goed voor een avond bij de koning. Misschien wanen ze zichzelf koning of keizer van hun eigen erf en hun eigen leven. Dan liggen hun prioriteiten anders. Ze schuiven hun koning opzij, hij staat in hun weg om geld te verdienen en zelf roem te vergaren. Daarom willen ze geen tijd maken, zelfs niet voor een feestmaal. De genodigden hebben er geen zin in, ze voelen zich te goed. Vreselijk is dat, toch? Wat een ontgoocheling voor die Koning, en voor zijn zoon en zijn schoondochter. En wat een blamage voor heel de familie die zoveel in dit bruiloftsfeest heeft geïnvesteerd: de genodigden zijn niet geïnteresseerd. Ze hebben geen tijd of geen zin, ze hebben hun eigen dingen te doen, ze zijn met zichzelf bezig, en ze houden ook niet zo erg van een groot feest van vreugde en samenhorigheid voor iedereen – ze hebben het liever kleinschalig en in de veilige beperkte kring van gelijkgezinden. Knusjes onder elkaar met nette mensen samen – weet je wel..?
De ziekte van de onverschilligheid…
Eén van de ergste ziektes in deze tijd is: de onverschilligheid. Dat er zoveel mensen zijn die zeggen, binnensmonds of luidop: dat feest van U, beste God, goed geprobeerd, echt waar. Maar eigenlijk interesseert het ons niet… Er is een uitspraak van Paus Franciscus enkele jaren geleden, voor de jaarlijkse *Werelddag van de Migrant en de Vluchteling *(op 29 september 2019). Daarin klaagt de paus de globalisering van de onverschilligheid aan. In de economisch sterkst groeiende samenlevingen stelt hij een extreem individualisme vast. Daar tegenover staat Jezus’ uitnodiging om ons overeenkomstig onze eigen roeping in te zetten om de wereld steeds meer in overeenstemming te brengen met het plan dat God met de wereld voorheeft. “Ik maak me zorgen over de cultuur van de onverschilligheid”, zegt de Paus, ”waar alles kalm en vlak is, waar je niet reageert op wat er in de wereld gebeurt, niet op het kwade en ook niet op het goede dat gebeurt, een grijs en grauw bestaan waarin je niet lacht en niet huilt. Een samenleving die niet kan lachen en niet kan huilen, heeft geen horizon. Ze zit gevangen tussen muren van onverschilligheid.”
Gods droom: een feest voor iedereen!
Hoe dan ook, de koning uit het verhaal dat Jezus vertelt is er het hart van in. Alles staat klaar, piekfijn in orde om mensen te ontvangen. En er is niemand die positief reageert… Ten einde raad geeft hij opdracht aan zijn dienaren om mensen van op de straat uit te nodigen. Eender wie: goede mensen, maar slechte evenzeer. Hun afkomst, hun stand of hun verleden doen er niet toe. Werkelijk iedereen is welkom op het bruiloftsfeest. Hoe gul kan een koning zijn? Hoe hartelijk kan hij zich opstellen? Meteen nodigt hij dan maar álle mensen uit, zonder dat er nog uitverkorenen zijn die een voorkeursbehandeling krijgen. ‘Toen sprak hij tot zijn dienaars: Gaat naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge maar vindt tot de bruiloft. De dienaren gingen er op uit en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten…’ (Matt. 22, 10). Dat is mooi, denk je dan, dat het zo afloopt. En typisch evangelisch, typisch Jezus om dat zo te laten eindigen: iederèèn hoort er bij… Zo universeel is Gods liefde dus. God is ruimdenkend: Hij wil iederèèn er bij (en dus ook jou, en ook mij…) Iedereen, zonder onderscheid van rang of stand. Met een voorkeursoptie voor de armen en zij die uitgesloten zijn - als het er op aan komt kiest Hij uiteindelijk altijd voor de zwakken, de machtelozen, de uitgestotenen, de marginalen, en Hij bestraft diegenen die hun macht misbruiken, die wreed zijn en onmenselijk, die hautain zijn, zelf-genoeg-zaam en zelf-voldaan. Voor zulke individuen is er per definitie geen plaats in zijn Koninkrijk van liefde en van vrede.
Maar er zijn wel grenzen…
En zo loopt zijn mooi opgetuigde feestzaal dan tenslotte toch nog vol met mensen. Eindelijk lonen zijn inspanningen de moeite. De koning wil zijn liefde en vreugde delen met àlle mensen. En dat kan nu, want van overal komen ze naar de feestzaal om mee te vieren met hun koning. En er is feestvreugde, plezier en vermaak aan alle kanten. Maar op het einde van het verhaal is er dan ineens weer een serieuze anticlimax, vanwege een incident dat zich voordoet aan de ingang van de feestzaal: er is een man die zomaar naar binnen is gestapt ‘op zijn weekdags gekleed’, alsof zo’n koninklijke trouwpartij voor hem de normaalste zaak van de wereld is – hij vond het niet eens de moeite waard om daarvoor een feestkleed aan te trekken. En dat kan niet de bedoeling zijn. Wanneer je naar een feest gaat, dan moet je je kleden naar de gelegenheid. Alleen maar uit respect en dankbaarheid naar de gastheer toe. De koning is zwaar teleurgesteld in de man en wijst hem resoluut de deur, omdat hij de voorgeschreven ‘dress-code’ niet heeft gevolgd en niet het gepaste feestkleed heeft aangetrokken. Nee vriend, zegt de ceremoniemeester van dienst, nee, jij komt er zo niet in… De uitnodiging om deelgenoot te zijn aan het Goddelijke Feest geldt voor alle mensen, zonder onderscheid. Ja, maar God wil dat degenen die aan Zijn feest deelnemen ook een persoonlijke inspanning leveren om zich klaar en waardig te tonen om aan dat feest te kunnen meedoen.
Houd je aan de voorgeschreven dresscode!
Blijkbaar hangt het al of niet ten volle deel hebben aan het Grote Bruiloftsfeest van Gods Zoon die trouwt met de mensen, uiteindelijk toch ook in grote mate af van onze instemming om op de ‘vestimentaire’ opdracht die aan Zijn invitatie verbonden is al of niet in te gaan. Om het met heel moderne woorden te zeggen: er is een duidelijke ‘dresscode’ aangegeven op de trouwannonce, en iedereen moet zich daar aan houden. Anders kom je er niet in en hoor je er niet bij… Welke verkeerde kledij zou die fameuze ‘feestbederver’ dan wel hebben aan gehad op het feest dat door God zelf was aangericht in het Rijk Gods? Misschien was het een militair uniform van een dictator, of de sjieke outfit van een grootgrondbezitter? Wellicht wilde dat fuifnummer er een carnavalsfeest van maken (‘om te lachen met de armen’, en om populair te doen…) Of verwarde hij het feest met een soort gemaskerd bal (denk aan de schilderijen van Ensor), waar men best zijn ware gezicht niet laat zien..? Of was het iemand die als ‘Trump’ verkleed was, een soort van clown met een rode pet op van MAGA, zwaaiend met de Bijbel in zijn rechterhand..? In elk geval moet hij voor God en Zijn pasgetrouwde Zoon overgekomen zijn als een duidelijke feestbederver.
Het kleed van de gerechtigheid.
Zoveel moet duidelijk zijn: God wil dat wij vooraleer wij de feestzaal waar Jesaja van droomde binnengaan, eerst het kleed van de gerechtigheid aangetrokken hebben. Hij wil dat zijn christenen gekleed gaan in de liefde. De Koning van hemel en aarde wil dat wij gekleed gaan naar de ‘mode van het Koninkrijk Gods’ en dat wij ons het maatpak uit de kleerwinkel van de Bergrede en de Acht Zaligheden hebben aangeschaft… Soms overvalt ons onnoemelijk veel onmacht en ontmoediging bij het zien van zoveel geweld en miserie in de wereld, zelfs dicht bij ons. Heeft het dan wel zin dat we dat feestkleed van gerechtigheid en zorgzame liefde aan zouden doen? Ja natuurlijk, ja, en nog eens ja! In alle relaties met andere mensen, in al onze keuzes qua besteding van tijd en middelen, op al onze eigen wegen waar we mensen ontmoeten, kunnen we getuigen zijn van die andere wereld die komen zal, die feestwereld die op ons wacht. Misschien zijn het slechts kleine stappen die we kunnen zetten in die richting. Maar we staan er gelukkig niet alleen in. En we geloven dat constante druppels water vroeg of laat de hardste rots zullen doen barsten.
Bekleed u met de nieuwe mens…
Wat een vreemd verhaal is dit. En de vraag is: wat doen we daar mee op vandaag? Wat heeft deze parabel ons te zeggen, waartoe roept hij ons op? En over welk feestkleed dat wij absoluut moeten aantrekken zou het dan gaan?
Concreet voor ieder van ons hier aanwezig in de kapel: verblijven in de gevangenis, dat zal nooit een feest zijn. Natuurlijk niet. Maar we kunnen er samen voor zorgen dat het ook geen soort van begrafenis moet zijn of een nutteloos en zinloos verblijf in de vergeetput. Laten we er op de kleine ruimte waar we leven dag na dag toch maar het beste proberen van te maken. In menswaardigheid, in onderling respect en solidariteit. En toch: wij zijn met z’n allen uitgenodigd op een feest. Er ligt straks bij de ingang van jullie cel een invitatie te wachten, speciaal voor ieder van jullie bestemd. En er ligt ook een cadeaubon klaar om een nieuw kostuumpje of een feestkleed mee te kopen, om aan te trekken vooraleer je de feestzaal binnenkomt. Want tegenwoordig is er op alle bruiloftsfeesten een dresscode voorzien.
De voorgeschreven dresscode…
Dit zijn de voorziene kledingvoorschriften voor het grote feest in het Rijk Gods: omkleed u met de mantel van de zorg – voor jezelf en voor elkaar. Neem de zorg op en de verantwoordelijkheid voor minstens één mens die het nodig heeft, hier binnen of in de wereld buiten de gevangenis. Het kleed dat we hier in de gevangenis kunnen en moeten aantrekken, in gedachten boven ons gevangenisplunje, op zondag én op weekdag: het is de mantel van de zorg voor onszelf en voor elkaar. En trek boven jouw verplichte gevangenisplunje ook elke morgen bij het opstaan ook de mantel van de hoop aan. En laten we dus maar ingaan op Gods herhaalde uitnodiging om ons aan te melden en mee te doen. Voor ons is dit wellicht nog de grootste geruststelling: van alle genodigden moet slechts één man de zaal uit omdat hij niet voldoet. Eentje maar, van alle aanwezigen. En wel omdat hij werkelijk geen enkele moeite heeft gedaan. Of het feestkleed rijk geborduurd is of getooid met parels, doet er dan verder niet toe. Een feestkleed, hoe sober ook, volstaat. De koning is niet onverdraaglijk streng. Integendeel.
Met zijn allen naar de kapper en de kleermaker (of de Kringwinkel)…
Dus, heren van Mannen-2 en Mannen-1, van de Drugsvrije Afdeling en van het ‘Waardig Ouder worden’, legt uw beste kostuum maar klaar, en strikt maar uwe plastron of doe een vlinderdasje aan. En stop nog gauw een rode anjer in het knoopsgat van je jas. En dames van de Vrouwenafdeling, haal maar inderhaast een schoon nieuw bloezeke uit de kast en zoek een rokske en een vestje dat er bij past. Maak een last-minute-afspraak met de coiffeuse voor een nieuwe ‘permanent’, ga voor de spiegel staan en woeker even met oogschaduw en lippenstift. Stop je voetjes dan voorzichtig in die smalle schoenen met hoge hakken, en probeer er maar de hele dag mee recht te blijven … Alle gekheid op een stokje - laten we maar geduldig en volhardend samen dag na dag met alle mensen van goede wil verder inspanningen blijven leveren om er hier in de gevangenis het beste van te maken. Een uitbundig feest zal het nooit worden, natuurlijk – helaas niet. Maar misschien kan het ook hier binnen toch wel bij momenten een heel stuk meer leefbaar en menswaardig zijn. Mits iedereen zijn best wil doen, en er geen feestbedervers tussen zitten. God geve dat dit wekelijkse uurtje viering en bezinning in de kapel daar wat moge toe bijdragen. Zo moge het zijn. Amen. geert dedecker