Zusters en broeders,
Van ver of juist van heel nabij –
allen worden we er in het leven mee geconfronteerd:
het verdriet onszelf te verliezen aan de machten van de pijn, het lijden, het rouwen, het afscheid nemen, het ziek worden, het ziek zijn…
Alles wordt anders, en niets wordt nog als voorheen…
Hoe sterk ook de nabijheid van mensen, hoe groot ook het geloof en de goede moed en de hoop, als ziek zijn mensen treft, gaat het gepaard met verlatenheid, en met heel veel vragen: wie ben ik nog? Wat stel ik nog voor, wat voor zin ligt in mijn leven nog verborgen…
Van ver of van juist heel nabij –
Allen moeten we door dat verdriet heen,
Om misschien, heel misschien, in de zin vraag van wat ons overkomt, een uitdaging te vinden, een uitnodiging om een nieuw en ander leven te beginnen…
Want wie we ook zijn en wat we ook doen, wat ons ook overkomt, we zijn mensen, en als mens zijn we geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Niet omwille van de pijn die we voelen, laat ons wel wezen, niet omwille van het kwaad dat leeft diep in ons…
Maar wel omwille van de liefde, die God als een mateloze kracht in ons hart heeft gelegd, en dat Hij wekken wil, beroeren wil, …\
- Een liefde die ons leert: je staat er niet alleen voor:
Er zijn mensen die meegaan, de slapeloze nachten door, en de dagen, grijs van mist en zorgen en rouwen en verdriet…\ - Een liefde die ons leert: je staat er niet alleen voor:
Er zijn mensen die meegaan, in zorg en bekommernis, in stille solidariteit en warme nabijheid…
En dat is de moeite waard:
Het is de diepe kern van ons geloof:
Het heeft iets van verrijzenis:
Voorbij de nacht van angst en dood iets zien dagen van nieuw leven…
Het gebeurt meer dan we denken:
Als iemand een bezoek brengt, of een boodschap doet, als iemand vraagt hoe het nu verder gaat, niet uit beleefdheid alleen, maar uit oprechte interesse…
In zoveel kleine en grote attenties komt er nieuwe warmte in het hart, wordt een nieuw leven geboren…
Als wij spreken, zusters en broeders, van ons geloof als verrijzenisgeloof, dan gaat het niet enkel over Jezus die verrezen is in de verleden tijd, nu 2000 jaar terug…
Natuurlijk gaat het ook daarover; maar het is meer en rijker dan dat…
Jezus is niet zomaar de verrezene, hij is de verrijzende… Hij verrijst daar waar mensen leven voor elkaar en het leven van elkaar kleuren en zin geven. Hij verrijst daar waar mensen in hun ziek zijn geholpen worden, in hun verdriet getroost worden, waar mensen de handen in elkaar slaan om het op te nemen voor elkaar…
Hij verrijst hier, midden onder ons opnieuw, als wij bidden voor elkaar en het brood van zijn aanwezigheid breken en delen en zeggen: dit is het lichaam van Christus, Hij die zichzelf geeft aan U, Zijn leven… Zijn levenskracht…
Zo is Hij…
Dat spreekt ook uit dit zondagse evangelie…
Jezus spreekt van een bruiloftsmaal…
Hij gebruikt het als een beeld voor het Rijk van God…
Maar het Rijk van God is geen verre toekomstdroom, maar is evenzeer hier en nu en midden onder ons.
Wij zijn de genodigden en zijn welkom…
Wie we ook zijn, wat onze geschiedenis, ons verhaal ook is… We zijn er verwacht, gevraagd, genodigd…
We mogen daar blij om zijn.
Fier zelfs, trots…
Dat onze God, die grote verre Almachtige God, zo met ons begaan is… Hij houdt van ons en nodigt ons in zijn nabijheid uit…
Wij zijn mensen,
Allemaal, naar zijn beeld en gelijkenis geschapen…
Wij zijn mensen,
Allemaal,
Door hem met tedere aandacht bemind…
Dank zij Hem zijn wij iemand…
Iemand met een hoofdletter:
Een beetje de verrezen Heer…
Een beetje de verrijzende…
In ons komt God tot leven…
Amen