Vandaag horen we in het evangelie van Matteüs de parabel die Jezus
vertelde over de wijngaard en dan vooral over het gedrag van de
pachters.
Iedereen begrijpt dat Hij daarmee de machthebbers bedoelt.
Hun dagelijkse bezigheden hangen van list en bedrog aan elkaar, gevolg
dood en ellende.
De mensen die recht hebben op de vruchten van het
land krijgen ze niet. Integendeel ze worden zelfs om het leven
gebracht! Jezus hangt zijn toehoorders, en ook ons een spiegel voor.
Wat toen gebeurde is nog steeds actueel. Denken we maar aan Afrika waar
de rijkdommen van het land, het ontginnen van de bodem en de opbrengst
hiervan aan de gewone Afrikaan voorbij gaan. De mensen, die werkelijk
in “het zweet huns aanschijns” werken verdienen een habbekrats, nog
niet voldoende om hun gezin te onderhouden, terwijl de corrupte
machthebbers de grote winsten opstrijken. Dat onrechtmatig verworven
geld wordt dan ook nog gebruikt om wapens allerhande aan te schaffen,
zodat de bevolking, en de enkele moedigen die het zouden wagen in
opstand te komen, of zelfs maar te protesteren, onder de knoet gehouden
kunnen worden.
Een somber beeld? Helaas maar al te waar, lees er de
verslagen van Caritas of Artsen zonder Grenzen, of dichter bij ons de
kranten en TV maar op na.
De parabel van Jezus is nog steeds
gaande. Overal waar mensen leiding geven aan anderen, liggen list en
bedrog op de loer. Zoals Jezus de vraag stelt: ‘Wat zal de eigenaar van
de wijngaard doen?’, zo kunnen wij ook lering trekken uit het verhaal
van de wijngaard. Ook voor ons houdt het nooit op: werken aan vrede en
gerechtigheid. Mensen tot hun recht laten komen, ons niet met bedrog en
list inlaten, geen valse beloftes doen, anderen niet manipuleren en
naar onze pijpen laten dansen.
Dat brengt ons naadloos bij het thema
van vandaag: een woord van vrede! Wanneer men het woord “VREDE” opzoekt
in een verklarend woordenboek, dan vindt men op de eerste plaats: rust
en kalmte.
Vrede heeft echter een veel bredere betekenis. Het is een
begrip dat men diep aanvoelt, dat veel te maken heeft met gemoedsrust,
met ’teVREDEn’ zijn. Men is in vrede met zichzelf en de anderen. Het is
een staat van zijn die men kan uitstralen. Het draagt een kracht in
zich die energie geeft om ook anderen die vrede te geven.
Maar het
woordenboek gaat verder en geeft in de tweede plaats aan: rust en
kalmte wanneer men niet in oorlog is. En hier wordt het delicaat, hoe
kunnen wij daar iets aan doen? Oorlog en onvrede zijn plagen die de
gewone mens treft in zijn bestaan, waar mensen onder lijden en landen
aan tenonder gaan. Wie aan de kant staat en toeziet voelt zich
machteloos, wordt wanhopig en weet geen raad om aan deze waanzin en
miserie een einde te maken. Landenorganisatie en veiligheidsraden
kunnen tot op heden niet verhinderen dat steeds meer mensen betrokken
raken in deze rampspoed. Iedereen kiest voor vrede, maar hoe doen we
dat?
De geschiedenis van de mensheid is een aaneenschakeling van
ellende geweest, ondanks de inspanningen van zovelen. Wij mensen wij
zijn te klein, we kunnen het niet. We zitten opgesloten in ons egoïsme,
in ons streven naar eigen genoeglijkheid en welzijn. Tegelijk is dit
een vorm van zelfbehoud. We hebben grenzen en wetten nodig om een
gemeenschap te kunnen zijn. Daarbinnen kunnen we het proberen: goed
zijn voor elkaar en elkaar het beste wensen. Ieder moet weten wat van
de ander is en het ook respecteren, wanneer afspraken niet worden
nageleefd veranderd recht in geweld.
Wat we vandaag willen aantonen
is dat we zelf soms verantwoordelijk zijn voor gevoelens van onvrede,
zij ontstaan heel dikwijls door onredelijk gedrag. Niet doen dus, niet
onredelijk zijn, proberen begrip op te brengen voor de problemen en de
inzichten van de ander. Niet verwijten en een vuist ballen ,maar
glimlachen en de hand reiken!
VREDE ZIJ MET U ALLEN