Ik dank u alles en ik kan niet zonder
uw lieve taal mijn eigen hart verstaan.
(Jan van Nijlen, Lofzang)
We moeten een nieuwe manier van leven vinden die past binnen wat de aarde hebben kan. (Herman Wijffels, Trouw, za. 4 okt. 2008)
Wie over geborgenheid, beschutting en de veiligheid van het huis spreekt, heeft doorgaans weinig oog voor of weet van de onveiligheid, het geweld, in vele huishoudens. Uit de meest recente gegevens over huiselijk geweld blijkt dat 45% van de mensen tussen 18 en 70 jaar ooit slachtoffer is geweest van wat wel eufemistisch ‘huiselijk geweld’ wordt genoemd. Huiselijk geweld, het klinkt bijna ‘gezellig’ tegenover de vele andere vormen van geweld. Maar nog steeds vallen er in Nederland ruim zestig doden per jaar door ‘huiselijk geweld’, nog steeds krijgt een kwart van de mensen er mee te maken en houden velen er levenslang gevolgen aan over. (Maaike de Haardt, Huiselijke mijmeringen, in Speling 2008/3)
Van 5 tot 26 oktober wordt in het Vaticaan de vierjaarlijkse bisschopssynode gehouden. Onderwerp: Het Woord van God in het leven en de missie van de Kerk.
Dat zijn de zinnen die mij het meest geraakt hebben de afgelopen week.
De herfst is in het land: ik heb al kastanjes en noten gegeten, er staan bomen met prachtige kleuren, het regent en het gaat waaien.
Ik heb moeten denken hoe ik als kind het begin van de herfst beleefde: intimiteit van veel meer binnen blijven waar het lekker warm was.
Het eerste waar ik aan dacht was vuur. Het open vuur in ons oude huis, het vuur in fornuis en kachel in ons nieuwe huis. Ik heb vaak voor het vuur in fornuis en kachel gezorgd. Aanmaken, in de gaten houden van het vuur, zorgen dat er genoeg brandstof in de buurt ligt. Maar ook altijd het opruimen wat was achtergebleven op het rooster en de asbak schoonmaken. Lastig werk, met veel stof, kans om je te branden.
En terwijl ik dit neerschrijf realiseer ik me dat een mens te vergelijken is met zo’n ouderwetse kachel: heerlijk om lekker bij te zitten en het vuurtje te zien vlammen als ze goed trekt, maar ook veel werk, veel stof, kans om je te branden en: absoluut géén afstandsbediening! Geen zappen.
De herfst is een mooie tijd om de kachel weer te poetsen en klaar te maken voor het seizoen. En te zorgen voor voldoende brandhout om ze een seizoen brandend te kunnen houden.
In die samenhang spreken mij de woorden van de dichter Jan van Nijlen mij zo sterk aan: " …ik kan niet zonder uw lieve taal mijn eigen hart verstaan."
Als een mens, een medemens lijkt op een kachel, dan zijn woorden de brandstof om ze lekker brandende te houden.
De dichter spreekt van “lieve taal”. Niet zomaar woorden over dingen waar je niet warm of koud van wordt en waar je je niet aan brandt. Nee, juist woorden, die uitnodigen en aanmoedigen om nog wat meer te zeggen dat de kant opgaat van lieve taal. Woorden die vragen dat je elkaar aankijkt, woorden die te broos zijn om ze te onderbreken. Woorden die maken dat je de warmte van de ander voelt of harde kou van een kachel die uit is.
Er komt heel wat bij kijken om de kachel aan te krijgen of ze aan te houden.
Luisteren, luisteren, troost, tederheid: “lieve taal.” En als ze lekker brandt dan… “kan ik mijn eigen hart verstaan.” Alsof je dan van de ander die nieuwe taal leert.
De kachel verzorgen en aanmaken moet je leren. Mooi werk voor deze tijd!
Je zou b.v. elkaar kunnen vragen hoe het bovenstaande te verstaan, of om uitleg vragen als je het niet begrijpt.
“We moeten een nieuwe manier van leven vinden die past binnen wat de aarde hebben kan.” Dat zegt Wijffels n.a.v. de financiële crisis.
Aarde is niet alleen een zorg voor milieuactivisten, ik zelf ben aarde, mijn lichaam en mijn ziel zijn aarde en lieve taal en het verstaan van mijn eigen hart zullen de lucht zeker gezonder en schoner maken.
En huiselijke geborgenheid verzekeren.
En wensen we tot slot de paus en zijn mannen en een paar vrouwen dat zij, dank zij Gods lieve taal, hun eigen hart verstaan.