Evangelieprikje (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Deze gelijkenis mag ons wat vreemd overkomen, want als je een stuk land verhuurt, dan krijg je daarvoor een pacht, maar heb je geen recht op een deel van de inkomsten. In Jezus’ tijd echter is deze manier van handelen heel gewoon: een grootgrondbezitter, die vaak in het buitenland verblijft, verpacht aan enkele boeren en komt dan een deel van de opbrengst opeisen.

Het is nogal duidelijk dat God hier de landheer is, de knechten zijn de profeten, schriftgeleerden en andere die Gods Verbond trouw gebleven zijn en met de Zoon wordt Jezus bedoeld. De wijngaard en de pachters, zo leert de eerste lezing ons, is Israël.

En dan hoeven de bijbel maar te lezen om te zien hoe we dit concreet maken: hoeveel pogingen hebben profeten en andere door God gestuurde getuigen niet opgeroepen om het Verbond met Jahwe trouw te blijven?

En dan komt de Zoon maar Israël ziet het niet, herkent Hem niet of wil Hem niet zien of herkennen als Zoon van God. Waarom? Omdat Jezus terug wil naar de bron: de relatie met God. In de loop der jaren zijn er 613 geboden en verboden gegroeid die de orthodoxe jood dient na te leven en die hen zo onderscheidt van andere volkeren. Jezus schaft dit niet af maar nodigt uit naar de geest van deze geboden en verboden te zoeken. Het gaat niet om de geboden en verboden op zich, maar om het goede nieuws dat God een Verbond wil met de mensen, dat God van de mens wil houden. Jezus brengt een godsdienst waarin God op de eerste plaats liefde is en het beste voor heeft met de mens. Hij stelt de regels die voor zoveel joden een valse zekerheid zijn, in vraag.

Een Messias die alleen maar uitnodigend over Gods liefde spreekt en daarenboven nog Gods voorkeursliefde voor uitgestotenen( juist omdat ze de geboden en verboden niet naleven) en armen concreet gestalte geeft, daar kunnen de religieuze leiders niets mee aanvangen. Zij willen een Messias die hun ‘systeem’ bevestigt en die, als het even kan, Israël bevrijdt van die vreemde overheersing. En zo komt het dat Jezus de afgekeurde steen wordt. Het is mooi te lezen dat de bouwers de steen afgekeurd hebben. Het zijn dus niet mensen die geen verstand hebben van bouwen die het afgekeurd hebben, maar mensen die weten wat bouwen is. Het zijn mensen die dag in dag uit met godsdienst bezig zijn, die Jezus afgekeurd hebben en ter dood hebben laten brengen. Met die afgekeurde steen is God begonnen: Hij is de hoeksteen geworden van het nieuwe Israël. Neem die steen weg en het nieuwe Israël valt ineen.

Deze gelijkenis lijkt alleen over joden te gaan. Het verhaal is vermoedelijk door Matteüs opgetekend om te verantwoorden waarom ook heidense volkeren “recht” hebben op het Goede Nieuws. Maar toch zit in dit verhaal ook een boodschap voor mensen van nu. Ook vandaag loopt de Kerk het risico godsdienst te reduceren tot moraal en meent ze op grond daarvan mensen te mogen uitsluiten van Gods liefde. Moest Jezus terugkeren, zou Hij dan aanvaard worden door de Kerk? Zou Jezus het niet opnemen voor slachtoffers van echtscheidingen, homoseksuelen, …? De Kerk, dat zijn wij, dat is niet alleen Rome. We kunnen ons dus best afvragen hoe het in ons leven zit: is de manier waarop wij het evangelie beleven “goed nieuws” voor alle mensen, bevrijdend voor mensen die vastzitten in ellende en de “verleidingen” van deze tijd? Of menen wij met de bijbel in de hand een oordeel te mogen vellen over de mensen die naar onze normen niet ‘normaal’ zijn? Zijn ook wij soms niet bezig met Gods liefde te beperken tot de modale burger? Zou een Jezus die eerst en vooral Gods liefde verkondigt in woord en daad en zo oproept tot geloof, ook door ons niet weggestuurd worden, monddood gemaakt worden? Het zijn vragen die een Kerk die het evangelie aux sérieux neemt, niet zomaar opzij kan zetten. Ik heb de voorbije weken onnoemelijk veel mensen over de vloer gekregen die gekwetst waren door de hardheid van sommige kerkelijke standpunten. Gelukkig waren er ook enkele bij die mogen ervaren hebben dat het pastorale antwoord van bepaalde priesters en diakens, maar ook gewone gelovigen, niet zo hard is. De vraag die ze mij dan altijd stellen is: waar is de God die mensen liefheeft zoals ze zijn, nog te vinden in die harde standpunten?

Dit evangelie brengt ons dus uiteindelijk tot de kernvraag: is Jezus de hoeksteen van mijn leven? M.a.w. is Hij voor mijn manier van leven onmisbaar? Misschien is Jezus nog te vaak een steen die bressen in ons leven moet dichten, maar niet echt de hoeksteen. Een steen die de kilte van de menselijke hardheid en liefdeloosheid moet tegenhouden, maar niet een hoeksteen waardoor we ons mogen bemind weten door God en van daaruit leven. Sta ik elke dag stil bij de vraag wat het betekent dat Jezus hoeksteen is van mijn leven? Is een Jezus die tegen drugverslaafden zegt dat God hen lief heeft, zonder eerst een veroordelend vingertje op te steken, welkom in mijn leven? Is mijn leven er op gericht het grote geschenk van Gods liefde dat ik mocht ontvangen, door te geven aan anderen, eerst en vooral aan diegenen die nu quasi liefdeloos door het leven moeten gaan? Als dat zo is, dan zullen we die hoeksteen echt nodig hebben en zal God veel vruchtbaarheid in ons leven vinden. Als geloven voor ons beperkt blijft tot een strikte moraal naleven, dan wordt een softie als Jezus die mensen altijd weer nieuwe kansen geeft, voor ons een struikelsteen waar we ons dood zullen aan ergeren. Hoeksteen of niet? Ook vandaag een prangende en beslissende vraag.

Zoeken in Preken Online