Jezus, de hoeksteen (Mt 21,33–44)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Het parabeltje over de slechte pachters is een grimmig en pijnlijk verhaal. Het gaat over onrecht en doodslag. De wijnbouwers eigenen zich de vruchten toe die niet van hen zijn. De eigenaar had alvast zorg gehad om een degelijk wijngaard aan te leggen, een met een omheining eromheen, met een wijnpers en een wachttoren erin.

Inpalmen

Wat was er gebeurd dat de verhoudingen met de eigenaar en de wijnbouwers zo slecht verliepen? Was hij te lang afwezig? Was er gebrek aan overleg? Waren er spanningen en sociale onlusten tussen de wijnbouwers onderling en met de landeigenaar? Hier projecteren we hedendaagse toestanden waar beheerraden en het kapitaal beslissen over het lot van ondernemingen, hen verplaatsen waar ze het meest opbrengen, de druk opdrijven.

Paus Franciscus noemt de wijnbouwers aan wie de wijngaard wordt toevertrouwd, corrupt. Zij voelen zich sterk, autonoom ten overstaan van God. Zij hebben de wijngaard ingepalmd en hebben de band met de heer van de wijngaard verloren. Zij hebben geen nood meer aan God, aan de Heer (homilie in Sancta Marta 3 juni 2013 bij Marcus 12,1-12).

De erfgenaam doden

De zending van een eerste groep van drie dienaars om de opbrengst van de oogst op te halen mislukt totaal. Zij ondervinden tegenstand en geweld. Een, twee of drie doden?

Het wordt nog erger wanneer de landeigenaar een tweede konvooi dienaars stuurt, talrijker dan de eerste groep. Opnieuw mishandeling en doodslag.

Daarna volgt een grote misrekening van de landeigenaar. Hij is onvoorzichtig en stuurt zijn eigen zoon in de veronderstelling dat zij deze zullen ontzien en dat er nog eerbied of ontzag is voor het gezag. Het eindigt opnieuw bij een moord.

Wie het verhaal hoort, verstaat dat die man erg boos is en dat hij zich dan wreekt op de wijnbouwers. Het zijn misdadigers. Hij doet hen daarom een ellendige dood sterven. Het is een spiraal van geweld, die tot op vandaag voortduurt. Geweld dat bij oorlog en terrorisme wordt gepleegd door mensen die opeisen wat niet van hen is. Zowel doodslag als doodstraf zijn verschrikkelijk.

Goede Vrijdag en Pasen

Jezus vertelt deze parabel tijdens de Goede Week in Jeruzalem en in het vooruitzicht van zijn Goede Vrijdag. Hij wordt daar uit de weg geruimd omdat hij dragende krachten van zijn tijd bewust maakt dat zij slechte pachters zijn. Het establishment was tegen Jezus. Het voelde zich door hem bedreigd. Jezus zal gevangen genomen worden en gedood.

Zijn parabel over de Goede Vrijdag die hem te wachten staat, krijgt een vervolg met een boodschap over Pasen. Zo gaat het evangelie van deze zondag over Goede Vrijdag én Pasen. Jezus voegt immers aan de parabel een psalmvers toe over de hoeksteen (Ps. 118,22). De psalmist dankt de Heer om zijn goedheid en trouw. Hij spreekt van een steen die afgekeurd werd door de bouwlieden en nadien als hoeksteen wordt gebruikt.

Het grote wonder van Jezus bestaat toch hierin dat een wereldwijde beweging is ontstaan van uit een gekruisigde. Jezus werd uitgestoten, de stad uit naar Golgota, naar de Schedelplaats (Mt. 27,32-33). Hij werd er gekruisigd. De oudsten die hem een paar dagen voordien zijn parabel hoorden vertellen over onrechtvaardige wijnbouwers, spotten bij het kruis met hem en riepen dat hij van het kruis zou afkomen: “Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu redden als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God’ ” (Mt. 27,43).

Op de avond van Goede Vrijdag is het lichaam van Jezus van het kruis afgenomen en in een graf gelegd, dat met een grote steen werd afgesloten (Mt. 27,60). Het was gedaan met de Zoon! Neen, het verhaal van de Levende begint op de Paasochtend. Hij trekt nog altijd met ons mee. Hij is bij ons in de minste van zijn broeders en zusters (Mt. 25,40). Hij heeft het laatste woord. “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde (Mt. 28,18). Laten we Hem en zijn vrienden de armen binnen de omheining van de wijngaard, die zijn eigendom is?

Nieuwe pachters

De dood van de zoon betekende voor de eigenaar niet het einde van de wijngaard. Hij heeft nieuwe pachters aangeworven. Deze hebben de verantwoordelijkheid goede vruchten voor te brengen, goed wetend in wiens dienst zij staan en onder wiens opdracht zij beheerders zijn. Zij mogen de Heer niet buitensluiten en evenmin degene die zijn vrienden zijn, de armen en de kwetsbaren.

Als pachters zijn we niet volmaakt. Wij zijn zondige mensen en moeten beseffen dat wij dienaars zijn. Als pachters moeten we niet willen heersen. Klerikalisme kan ons daartoe verleiden. In zijn toespraak van 3 juni 2013 zei paus Franciscus dat corrupte christenen de liefde vergeten zijn waarmee de Heer de wijngaard heeft aangelegd en die hij voor elke mens heeft. Zij hebben de band met God en zijn liefde verbroken. Zij zijn zichzelf gaan aanbidden. “Niemand is beveiligd tegen het gevaar corrupt te worden", zo waarschuwt de Paus. “Men vindt corrupte mensen in de christengemeenschappen en ze doen zoveel kwaad.” De paus heeft daarover al herhaaldelijk zijn zorg uitgesproken. Jezus sprak tot wetgeleerden en farizeeën, die corrupt waren. Zo zijn er corrupte christenen, die niet de Heer dienen maar hun eigen belangen en status.

Levende stenen

Op de rotsige bodem van Palestina heeft Jezus veel stenen gezien. Hij gaf zijn toehoorders de raad in hun leven niet op zand, maar op de rots te bouwen (Mt. 7,24-27). Hij zag in Jeruzalem de tempelbouw, waar hij was binnengetrokken en waarover hij zei;: “Geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken” (Mt. 24,2).

Jezus houdt van levende stenen, want hij geeft aan Simon Barjona een nieuwe naam. “Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen” (Mt. 16,18).

Petrus zal na de verrijzenis verkondigen dat Jezus de hoeksteen is. Wanneer hij door de leiders, de oudsten, de Schriftgeleerden en de hogepriester verhoord wordt, verklaart Petrus, vervuld van de heilige Geest; “Jezus is de steen die door u,, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen wij worden gered.” (Hnd. 4, 11).

Deze uitspraak van Petrus is overgenomen en verder ontwikkeld in de eerste Petrusbrief; “Voeg u bij hem, de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel” (1 Petrus 2,4-5).

Zoeken in Preken Online