27ste zondag dh jaar A (2011)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

OPENINGSWOORD
Beste medegelovigen, allemaal van harte welkom. Vandaag spreekt het evangelie over de arbeiders in de wijngaard. Deze wijngaard is een beeld voor onze Kerk of voor de wereld waarin wij leven. Hoe wij het ook bekijken, wij moeten in deze wijngaard, bidden en werken, er iets moois van maken, en ooit komt God de vruchten van ons bidden en werken opeisen.

Een èchte wijngaard is er voor de wijn. En de wijn is één van de belangrijkste tekens, die wij tijdens de heilige Eucharistieviering gebruiken. Met het oog op ons parochiefeest op 8 en 9 oktober aanstaande en het daaraan voorafgaande 40-urengebed willen wij ons vandaag verdiepen in de heilige Eucharistie. Wij hebben zeven sacramenten, maar het sacrament van de Eucharistie is toch wel het grootste blijk van Gods liefde voor ons. Een echte vriend of vriendin wil bij je zijn, in dagen van voorspoed en in dagen van tegenspoed. De communie maakt het mogelijk dat Jezus Christus iedere keer weer bij ons komt.

Laten wij God vandaag heel bijzonder danken voor dit allergrootste Sacrament en vragen wij vergeving voor de keren, dat wij dit brood van eeuwig leven, dit brood uit de hemel, met te weinig eerbied hebben ontvangen.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, Gij blijft alle mensen roepen en met geduld wacht Gij van elk van ons het antwoord af. Wij bidden U, dat de drukte van het leven uw uitnodiging niet overstemt, dat wij niet vergeefs uw roepstem horen. Doe ons ondervinden hoe Gij groei en wasdom geeft en wij, uw Kerk, de wijngaard van de wereld moeten zijn. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK
Broeders en zusters, als de priester de woorden van Jezus Christus uitspreekt “Dit is mijn Lichaam - dit is mijn Bloed” veranderen brood en wijn werkelijk in het Lichaam en Bloed van de Heer. De priester spreekt deze woorden uit, maar alle mensen in de kerk horen actief mee te doen. En de belangrijkste momenten om mee te doen zijn de offerande, de consecratie en de communie.

Tijdens de offerande biedt de Kerk zichzelf en de wereld in de gaven van brood en wijn aan God aan. Brood en wijn zijn de vruchten van de aarde en het werk van onze handen. Ze zijn een symbool voor heel ons leven. Als wij ook ons leven aanbieden, tegelijk met het brood en de wijn, worden even later, bij de consecratie, niet alleen brood en wijn van Gods genade vervuld, maar ook ons leven. Brood en wijn veranderen, en ook wij veranderen.

Het is voor ons, kleine, zwakke mensen moeilijk om ons hele leven bewust aan God aan te bieden. ‘Ons hele leven’, wij kunnen ons daar geen voorstelling bij maken. En daarom is het beter enkele concrete zaken aan God aan te bieden. Je eigen lichamelijke en/of geestelijke zwakheden, maar ook die van je kinderen en kleinkinderen. De werkeloosheid van een familielid of buurman. En wat te denken van al die kinderen, die maar niet voor de Kerk willen trouwen, en die hun eigen kinderen niet meer laten dopen. Is het niet heel mooi èn belangrijk, dat wij al die mensen op de hostieschaal en in de kelk aan God aanbieden!? Uiteraard leiden kinderen en kleinkinderen op gegeven moment hun eigen leven. Maar je bent en blijft vader of moeder, opa of oma. Op de achtergrond blijf je verantwoording dragen: Heb je iedere dag voor ze gebeden, zal God vragen op de laatste dag van je leven!?

Het tweede moment is de consecratie. Dan zegt Jezus Christus bij monde van de priester over het brood en de wijn: Dit is mijn Lichaam - dit is mijn Bloed. Gods heilige Geest daalt neer over brood en wijn en verandert hun diepste wezen: brood en wijn houden op brood en wijn te zijn en worden Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Maar zoals op het moment van de consecratie de stervende Christus zijn leven aan God aanbiedt, zo mogen wij erop vertrouwen, dat God zijn heilige Geest ook laat neerdalen over al die mensen, die wij op de hostieschaal en in de kelk hebben gelegd. Zoals brood en wijn veranderen, zo mogen wij hopen, dat - op een ander niveau - ook de mensen, die wij God aanbieden ten goede veranderen, vervuld worden van Gods genade.

Het zou een goede gewoonte zijn om bijvoorbeeld de mensen, die wij tijdens de offerande aan God opdragen tijdens de consecratie opnieuw naar voren te brengen: God, zojuist maakte ik mij zorgen over mijn kinderen, kleinkinderen, de gezondheid van mijn zieke vader. Nu uw heilige Geest neerdaalt over het brood en de wijn, laat Hem ook neerdalen over deze mensen, opdat zij uw hulp kunnen ervaren. En dan mogen wij erop vertrouwen, dat God dan werkelijk iets doet voor die mensen, zoals Hij brood en wijn werkelijk verandert in het Lichaam en Bloed van zijn Zoon.

Het derde moment is de Communie. In de heilige Communie geeft God ons terug wat wij Hem hebben aangeboden: het brood en de wijn, maar geheiligd, vergoddelijkt, tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus, zijn Zoon. En zoals wij één worden met Hem, zo kunnen wij vragen: Jezus, wilt U ook één worden met mijn kinderen en kleinkinderen, met mijn zieke broer. Door de heilige communie wordt Jezus’ kracht onze kracht, zijn liefde en wijsheid worden onze liefde en wijsheid. Maar ook van onze kinderen en kleinkinderen àls wij de communie ook voor hen opdragen.

Moet je per se iets voelen van die kracht? Het zou natuurlijk kunnen, dat iemand bij het te communie gaan een bijzondere ervaring krijgt, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Als wij onze gewone maaltijd gebruiken, merken wij ook niets van de kracht, die het gewone voedsel in zich draagt. De belangrijkste vrucht van de communie is dat wij ons meer afwenden van het kwade en ons meer richten op Jezus Christus en het goede.

Brood en wijn worden anders: Lichaam en Bloed van Christus. Maar de uiteindelijke bedoeling is dat wíj anders worden: mensen die leven vanuit een christelijke denkwijze. De christelijke denkwijze kun je natuurlijk ook in jezelf laten groeien door te lezen over Jezus Christus, door te bidden, heel goed, moeten wij allemaal doen. Maar je verandert het meeste door met iemand om te gaan, in dit geval: door met Jezus Christus om te gaan, door te communie te gaan.

Beste medegelovigen, economisch gezien heeft een Hostie geen enkele waarde. Maar een heilige Hostie is meer waard dan alle schatten op aarde. Laten wij geloven, dat de heilige Hostie Jezus Christus is. Laten wij bij de offerande Hem aanbieden wat ons bezighoudt, doen wij dat nog eens tijdens de consecratie wanneer de heilige Geest neerdaalt, en zijn wij met heel ons hart bij Hem wanneer Hij in de heilige Hostie bij ons komt. En houden wij dat vol. Keer op keer. Dan zullen wij op den duur inderdaad meer op Jezus Christus gaan lijken, Gods vreugde meer gaan ervaren.

Er is nog één belangrijke mogelijkheid: de aanbidding van Jezus in de heilige Communie. Het moet voor de apostelen en de andere leerlingen een fantastisch iets zijn geweest, dat zij bijvoorbeeld met Jezus Christus aan tafel mochten zitten; dat zij naar Hem konden kijken, terwijl Hij zijn mooie verhalen vertelde. Van Johannes, de evangelist, de jongste apostel, staat geschreven, dat hij tijdens het Laatste Avondmaal tegen Jezus’ borst leunde. Wat een intieme en liefdevolle verhouding moet er tussen die twee zijn geweest!

Beste medegelovigen, ook wij kunnen net als de apostelen en de andere leerlingen bij de Heer gaan zitten, namelijk wanneer op donderdagavond tussen 19.00 en 23.00 de heilige Communie in de monstrans wordt uitgesteld. En dit jaar doen wij voor de eerste keer voorafgaand aan het parochiefeest het 40-urengebed. Van vrijdag 06.00 uur ‘s morgens tot zaterdag 22.00 uur ‘s avonds wordt in de kleine zaal het heilig Sacrament uitgesteld.

Hoe denken jullie dat Jezus het zal ervaren als jullie allemaal zo maar even een half uurtje of een heel uur bij Hem komen zitten… gewoon om hem gezelschap te houden? In de hof van Olijven, wanneer Jezus vlak voor zijn gevangenneming doodsangsten uitstaat vanwege het komende lijden en de dood, vraagt Hij, smeekt Hij, zijn apostelen: Kunnen jullie niet één uurtje met Mij waken. Eén uurtje, lieve mensen! Anders zijn wij bezig met allerlei minder belangrijke zaken waarover wij in de eeuwigheid nooit meer praten, maar dit is hèt uur waarop wij bij Hem kunnen zijn.

Veel mensen vinden het een goed werk om bijvoorbeeld eenzame mensen te bezoeken. Wel, denken jullie niet dat Jezus Christus zich in Kerk en wereld eenzaam voelt!? Zo veel mensen in de wereld geloven niet meer of nog niet in God, leven niet naar zijn geboden. En waar zijn die bijna 10.000 Heerhugowaardse katholieken!?

God is blij, dat wij er nu zijn, maar misschien kunnen wij iets extra’s doen, omdat zo veel andere mensen hun verantwoordelijkheid laten liggen. God zal deze extra liefde echt niet onbeantwoord laten. Komen wij los uit onze oude gewoontes! Doen wij iets nieuws! Dan zal onze wereld zich ook vernieuwen.

Zoeken in Preken Online